Onderwijs vergt voor alles goede 'operators'

Mevrouw G. den Ouden-Dekkers is benoemd als 'procesmanager' primair onderwijs. Ze meldt dat ze, voorlijk als ze was, van de juf een doof meisje en een langzame jongen mocht helpen met lezen en schrijven (NRC HANDELSBLAD, 14 maart).

Zou een bedrijf ooit iemand een proces laten managen op grond van zo'n miniscule ervaring?

De nieuwe procesmanager vreest dat de verplichte toets voor vierjarigen een brandmerk wordt, anderen noemen de toets een verspilling van negentien miljoen.

De procesmanager meldt: “Het onderwijs staat of valt met degene die het geeft”. Inderdaad, in het onderwijs is de 'operator' belangrijker dan de apparatuur en de formules.

De enige echte kweekschoolinspecteur Kleywegt wist dat ook. De door hem nagstreefde volwaardige onderwijzersopleiding, waaraan helaas later nog een havotop werd toegevoegd, is echter gedegradeerd tot een nevenbedrijfje in een drukke HBO-fabriek. En daar moeten de 'operators' voor het primair onderwijs opgeleid worden.

Als jarenlange bezoeker van vele hospitanten ben ik een bescheiden welwillend waarnemer geweest bij het functioneren van vele 'operators' en 'operators'-in-spe op basis-, LOM- en speciale scholen. Ik heb vele goedwillende, ijverige en plichtsgetrouwe mensen gezien, die de leerling van het primair onderwijs redelijk kunnen dienen.

Maar de uitverkorenen, de creatieve, inventieve, ludieke, een beetje Pygmalionachtige geesten, die achterstandleerlingen nodig hebben zijn dun gezaaid. Een opleiding tot remedial teacher geeft geen garantie. De 250 miljoen gulden voor achterstandscholen hebben dan ook weinig opgeleverd.

Onze procesmanager wil in het onderwijs het rivaliteitsprincipe invoeren, niet tussen de leerlingen onderling, zoals in de Jezuïetenscholen, maar tussen de scholen onderling, met als criterium de resultaten van bij voorbeeld CITO-toetsen.

Kort na de Tweede Wereldoorlog schrijft een pedagoog in Education for a world adrift: “Examenations are both an opiate and poison. They are an opiate because they make us believe that all is well, where most is wrong; and they are a poison because they spoil evere pupils attitude towards a liberal education.”

We hadden toen al wel de door Theo Thijssen bespotte 'Toetsnaald' (opleiding tot 'examenidioot'), maar nog geen CITO-toetsen. Het CITO is nu zelf in verwarring over de resultaten van zijn eindtoets basisonderwijs. Het wordt tijd de toetsen te toetsen, vooral de multiple-choice-toetsen centraal eindexamen moderne talen, die het talenonderwijs teisteren.

De 'operator' in het onderwijs voor jeugdigen tot ongeveer achttien jaar moet voor zijn pupillen een persoon zijn, de pupillen voor hem personen in wording. In de huidige onderwijsfabrieken - al noem je ze 'leerhuis' - is dat onmogelijk, met alle gevolgen van dien.

Toevallig kreeg ik dezer dagen een lijstje weer in handen met de namen van ruim twintig leerlingen cursusopvang 1936, klas 1d. Een middenschoolexperiment avant la lettre van (echte) rector dr. De Vletter van het Kennemer Lyceum. Twee jaar was ik hun klasseleraar. Iedere naam riep nog een duidelijk beeld op van een van de toenmalige pubers, (nu zeventigplussers) lastpakken, aan wie ik voor mijn verdere werk veel te danken heb gehad.

Zo mooi hoeft het niet en kan het misschien ook niet. Maar wanneer de procesmanager bij het onderwijs geen werkbare situatie voor de 'operators' weet te scheppen, zal het hele proces dol draaien.

    • A. van Apeldoorn