Nieuwe wetenschappers

JOHN BROCKMAN: The Third Culture. Beyond the Scientific Revolution

413 blz., Simon and Schuster 1995, ƒ 50,-

Steeds vaker richten wetenschappers zich tegenwoordig direct tot het grote publiek, omdat ze het belangrijk vinden om hun ideeën breed uit te dragen. Daarvoor hanteren ze een relatief simpel taalgebruik, zonder zich te verliezen in discussies met uitsluitend ingewijden. Waar Einstein en Bohr in Brussel voor een select gezelschap van vakgenoten de misschien wel beroemdste discussie uit de geschiedenis van de natuurkunde voerden, doen de evolutiebiologen Stephen J. Gould en Richard Dawkins dat - voor een overigens niet misselijk bedrag - ten overstaan van een zaal vol belangstellenden en kruisen filosofen in het New York Review of Books de degens over de aard van ons brein en onze geest. Nieuwe, (mogelijk) wereldschokkende ontdekkingen worden niet eerst ter publikatie aangeboden aan een gedistingeerd vaktijdschrift, maar verschijnen in de reguliere kranten, vaak na met veel tamtam omgeven persconferenties. Nu zijn deze ontwikkelingen natuurlijk voor een deel ingegeven door het afnemen van de voor wetenschap beschikbare hoeveelheid geld: er is een situatie ontstaan waarin het van levensbelang is om te worden gehoord.

Volgens John Brockman, literair agent en schrijver van het recent verschenen The Third Culture is het bovenstaande een uiting van een heuse cultuuromslag. In zijn optiek is de scheiding tussen alfa's en beta's - 'the two cultures' van C.P. Snow - verdwenen en heeft zich een nieuw soort wetenschappers aan het firmament genesteld: “scientists and other thinkers [...] are taking the place of the traditional intellectual in rendering visible the deeper meanings of our lives, redefining who and what we are”. Daarom heeft hij de belangrijkste vertegenwoordigers van die nieuwe cultuur geïnterviewd en deze gesprekken zó bewerkt dat er steeds een doorlopend verhaal ontstond. Zo krijg je een aardig beeld van de denkbeelden van de desbetreffende onderzoeker en komen bovendien de verschillende tegenstrijdige opvattingen binnen een heel vakgebied naar voren. Het leukste gedeelte is daarbij elke keer weer de afsluiting van een hoofdstuk, waarin een aantal collega's reageert op de persoon en het werk van de geïnterviewde. Dat levert soms vuurwerk op, vooral omdat sommigen geen blad voor de mond nemen. Zo heet het dat de één 'boeken schrijft over onderwerpen waar hij niets van afweet', een ander 'alles vertegenwoordigt wat slecht is aan het universitaire systeem', en een derde simpelweg wordt neergezet als een 'arrogant son of a bitch and a pain in the ass'. Weinig subtiel, maar wel leuk om te lezen.

Populariteit

Brockman heeft zich bij zijn keuze van de wetenschappers beperkt tot een aantal deelgebieden. Niet alle onderwerpen vallen immers evenveel in de smaak, iets wat op slag duidelijk wordt wanneer in een willekeurige boekhandel de planken met populair-wetenschappelijke literatuur worden afgestruind. Een voorzichtige schatting toont aan dat meer dan de helft bestaat uit boeken over slechts vier onderwerpen: de evolutietheorie, de kosmologie, kunstmatige intelligentie en de chaostheorieën. Nu is er op al die populariteit en belangstelling op zichzelf ook wel weer wat af te dingen. Want hoeveel mensen lezen nu werkelijk al die populair-wetenschappelijke boeken? En wie begrijpt de daarin behandelde onderwerpen ook echt? Het zijn vragen waar Brockman zich niet of nauwelijks mee bezig wenst te houden. Ook wie meer wil weten over de achtergronden van het werk, ontkomt er niet aan om terug te vallen op de oorspronkelijke werken. Maar ook dat kan nauwelijks als een verwijt gelden.

Een groter gemis is dat een wat bredere, meeromvattende visie of analyse ontbreekt. Veel van de conflicten en discussies die in het boek naar voren komen, zijn namelijk terug te voeren op wat wel 'physics envy' wordt genoemd, een begrip dat in de gesprekken keer op keer wordt genoemd. Binnen de fysica is men immers al jaren op zoek naar de Heilige Graal van de grote unificatie van alle natuurkrachten. De hele natuurkunde teruggebracht tot één formule die je op een T-shirt kunt zetten, het reductionisme in optima forma. Iedere (vermeende) afwijking van het tot nu toe gehanteerde 'Standaardmodel' is dan ook steevast groot nieuws: onlangs nog meende een onderzoeksgroep in de Verenigde Staten sub-structuur in quarks te hebben waargenomen, een bericht dat overal ter wereld de voorpaginas van kranten haalde. In navolging van en ook wel uit afgunst jegens de natuurkundigen streven biologen en psychologen tegenwoordig een zelfde soort reductionisme na. Daarvan zijn er voorbeelden te over. Dawkins die de evolutietheorie herleidt tot de wensen van zelfzuchtige genen, en Dennett, die het menselijk bewustzijn ziet als het uitvloeisel van miljarden samenwerkende cellen in de computer van onze hersenen: ingewikkelde processen teruggebracht tot de simpele essentie.

Zoiets gaat anderen nou net weer wat te ver, hetgeen de animositeit en de discussies tussen de verschillende onderzoekers verklaart. Niet iedereen is genegen de bevoorrechte positie van de mens als eindpunt en hoogtepunt van de schepping op te geven - zijn we immers niet veel méér dan het uitvloeisel van een dom toevalsproces of het overbrengen van informatie via grote aantallen hersencellen? Men wenst een grotere plaats in te ruimen voor het individu of voor de hele soort, een benaderingswijze die je bijna holistisch zou kunnen noemen, ware het niet dat dat begrip een verdachte New Age bijklank heeft gekregen. Paul Davies, de Engelse theoretisch fysicus, heeft het liever over 'het volgen van het synthetische pad'. Nu is het ironische dat het tegenwoordig juist de fysici zijn die op hun schreden terugkeren, omdat ze voorzien dat het reductionistische programma op een anti-climax zal uitlopen en dat het tijd is voor een volledig nieuwe kijk op de wereld. Zij houden zich daarom bezig met de complexiteit van alles om ons heen: van het grillige verloop van de beurskoersen tot de weersvoorspelling van morgen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist zij die op zoek zijn naar orde in de chaos het boek mogen afsluiten.

Al met al heeft Brockman met The Third Culture toch een boek afgeleverd, dat prikkelt en aanzet tot nadenken. Hoewel het misschien niet helemaal voldoet aan de hooggespannen verwachtingen die gewekt worden door zijn prominente lijst met gesprekspartners, is hij er wel degelijk in geslaagd een onderhoudend beeld te schetsen van een 'new community of intellectuals in action.'

    • Rob van den Berg