'Mentaliteit van de Italiaan is oorzaak corruptie'

MILAAN, 6 APRIL. Rond zes uur 's middags lijkt het Paleis van Justitie in Milaan een spookhuis. Verlaten gangen, dichte deuren. Een lift die voorbijzoemt met een onzichtbare passagier. 's Ochtends is dit een mierenhoop van rechters en advocaten in toga, van verdachten, getuigen en nieuwsgierigen, van koffieverkopers en uitbaters van juridische teksten, van journalisten op zoek naar smeergeldnieuws. Nu weerklinken de voetstappen hol in een naakt labyrint van gangen, in een doorleefd gebouw, sjofel en vuil als de meeste Italiaanse overheidsgebouwen.

Pas op de vierde verdieping is leven. Een lange gang, aan weerszijden afgeschermd door houten dranghekken. Drie mannen loom achter een tafel die wat smoezen met een schoonmaakster. Aan de andere kant een energieke persoon met walkie talkie en ringbaard die driftig wenkt. Ufficio Pool Mani pulite, zegt het bordje naast een kamer die is volgestouwd met grijze archiefmappen. Verboden toegang. De walkie-talkie-man kijkt alles grondig na. Papieren, fax, controle van de tas. Dan gaat, na wat overleg, de deur open naar een van de magistraten die Italië op zijn kop hebben gezet: Gherardo Colombo, na het vertrek van Antonio Di Pietro de motor van de Milanese smeergeldgroep. Colombo, als altijd in een verkreukeld jasje, troont achter een bureau dat is bezaaid met dossiers en snuisterijen. In de hoek staan een paar voetbaltrofeeën: hij speelt linksachter in het nationale elftal van magistraten. Zijn warrige krullebol gaat half schuil achter zijn beeldscherm. Hij moet nog even wat afmaken. Klik, klik, klik, gaat zijn muis driftig. “Mijn record is 156,” zeg ik als hij achteruit gaat zitten, gokkend op het Windows-spelletje Mijnenveger. Hij staart even en dan breekt een brede lach door. “Het mijne 150,” antwoordt hij tevreden.

Mani Pulite, het smeergeldonderzoek Schone Handen dat tot de ineenstorting van het oude politieke bestel leidde, is vier jaar geleden begonnen, maar het einde is nog niet in zicht. “Ons werk is niet afgelopen. We stuiten steeds op nieuwe feiten, ook zeer recente,” zegt Colombo. “Het is moeilijk voorspellingen te doen, maar onze indruk is dat er nog heel wat zaken te ontdekken zijn.”

Tegen ongeveer 3200 politici, ondernemers en ambtenaren is het Milanese parket een onderzoek begonnen op verdenking van corruptie. Tegenstanders en slachtoffers hebben Colombo en zijn collega's overladen met kritiek. Silvio Berlusconi vergeleek de smeergeldgroep zelfs met de bende van de Uno bianca, een groep moordlustige politieagenten die in hun vrije tijd in een witte Fiat Uno stapte om onschuldige mensen dood te gaan schieten. Maar Colombo rekent met onverholen trots voor dat het Milanese parket bijna altijd gelijk krijgt. “Slechts in zeven procent van de gevallen is een zaak om inhoudelijke redenen geseponeerd” op last van de rechter van vooronderzoek, de magistraat die moet vaststellen of de informatie die openbare aanklagers hebben verzameld belastend genoeg is voor een proces. “In de processen zijn de percentages ongeveer hetzelfde, misschien zelfs nog beter.” Er lopen nu ongeveer 700 processen, en in ongeveer driehonderd daarvan is een vonnis uitgesproken. “Het tribunaal heeft tot vrijspraak besloten in slechts een dertigtal gevallen,” zegt Colombo. “In bijna de helft van die zaken was dat wegens verjaring of wegens het overlijden van de verdachte.”

Colombo praat voorzichtig en wil niet over personen praten. Iedere suggestie van een strijd voor een minder corrupt Italië, van een door de justitie op gang gebrachte revolutie, wijst hij af. Wij hebben alleen maar de wet toegepast terwijl dat in het verleden niet gebeurde, zegt hij. Berlusconi's beschuldiging dat het Milanese parket handelt met een schuin oog op de politieke kalender is volgens hem onzin. “In Italië zijn er nu eenmaal erg frequent verkiezingscampagnes. En de wet verplicht ons te vervolgen en binnen een bepaald tijdschema te vervolgen.” In de vier jaar Mani Pulite heeft Colombo zich een uitgesproken mening gevormd over de oorzaken van de corruptie. “Ik geloof dat het vooral om een mentale gewoonte gaat. Als de Italiaanse burger een goede relatie zou hebben gehad met de wet, zou het onmogelijk zijn geweest, maar dan ook absoluut onmogelijk, dat het fenomeen zich zou hebben verspreid zoals het zich heeft verspreid. Tegelijkertijd heeft een hele reeks administratieve controles alleen maar sporadisch gefunctioneerd. En ik moet zeggen dat in het verleden ook de controle door de justitie niet steeds heeft gefunctioneerd. Maar ik geloof ook dat dat slechte functioneren van de controlemechanismes komt door die mentale instelling.”

Voelt Colombo zich dan geen Don Quichot, die probeert iets te veranderen wat niet te veranderen is? “Ik geloof niet dat je op de korte termijn moet denken. Ik geloof dat er jaren nodig zijn wil de mentale houding, de cultuur, veranderen. Maar je kan er wel aan beginnen. We zijn er wel allemaal van overtuigd dat je de corruptie niet overwint in de rechtszaal, maar elders, in de samenleving, via de scholen, door een gevoel van burgerzin te herstellen.” Hij wijst iedere suggestie af dat corrupt gedrag minder laakbaar is omdat iedereen het deed. “Natuurlijk, het fenomeen was bijzonder verbreid. Maar ik geloof niet dat je de legitimiteit van gedrag kan afmeten aan de verspreiding ervan. Neem moord. Als het aantal moorden op een indrukwekkende manier zou stijgen, kan je niet zeggen dat je niet vervolgt omdat iedereen het doet.”

Dat het enthousiasme niet meer zo groot en zo breed is als een paar jaar geleden, verbaast hem niet. “Dit onderzoek loopt al meer dan vier jaar, en vier jaar is lang. Als er al iets iets om je over te verbazen, is dat het feit dat, hoewel dit onderzoek al zo lang voortgaat, de publieke opinie geen afstand heeft genomen. Het is makkelijk om je belangstelling te verliezen. Dat is in het verleden vaak gebeurd. Bovendien weet ik niet of het klimaat echt is veranderd, of dat het alleen in bepaalde delen van de samenleving is veranderd.”

Colombo was de eerste die waarschuwde dat zowel de justitie als Italië dreigen om te komen in de smeergeldschandalen. Eind 1992 lanceerde hij voor het eerst voorstellen om de onderzoeken te versnellen. “Ik geloof dat het voor iedereen beter zou zijn als we aan het einde komen van deze lange weg en de corruptie in kaart te brengen, misschien niet helemaal maar dan toch het grootste deel ervan. Je zou kunnen denken aan het vermijden van de gevangenis voor mensen die alles vertellen wat henzelf en anderen aangaat, op voorwaarde dat ze het geld teruggeven dat ze aan de gemeenschap hebben onttrokken en geen openbare functies meer aannemen.”

Ondanks herhaalde oproepen vanuit Milaan heeft de politiek niet gereageerd. Integendeel, Berlusconi en andere verdachten proberen op veel manieren het smeergeldonderzoek te blokkeren. Schouderophalend zegt hij daarover: “Wij hebben een aanzienlijke onafhankelijkheid die bij wet verhindert dat andere machten van de staat tussenbeide komen.” Hij ontkent niet dat in het verleden ook magistraten zich voor het karretje van corrupte politici en ondernemers hebben laten spannen. “Formele onafhankelijkheid op zich is geen voldoende garantie om ook werkelijk onafhankelijk te zijn. Je moet ook de wil en de intentie hebben om te weigeren dat iemand tussenbeide komt. En in het verleden is dat niet altijd zo geweest.” Is er ook moed voor nodig? “Ik geloof het niet.”

Toen Berlusconi naar de opening van zijn proces wegens corruptie kwam, vermeed hij nadrukkelijk Colombo aan te kijken. Hoe reageert hij op zo'n openlijke verklaring van haat? Colombo wil alleen in algemene zin antwoorden: “Van onze kant is dat geen probleem. Wij zijn eraan gehouden onafhankelijk te zijn. In ons werk moet de relatie met de andere partij in het proces zo gereserveerd mogelijk zijn.”

Toen vorige week het derde juridische onderzoek tegen Antonio Di Pietro werd geseponeerd, was het even feest op de vierde etage. Colombo zegt Di Pietro, die eind 1994 uit de smeergeldgroep is gestapt, te missen. “Toen Antonio er was, slaagden we erin meer te werken, meer te produceren.” Is Colombo trots op de bijdrage die het Milanese parket heeft geleverd aan de veranderingen in Italië? “Ik geloof dat ik in dit geval hetzelfde heb gedaan als in alle andere zaken waarmee ik me in voorgaande jaren heb moeten bezighouden. Ik geloof dat ik mijn werk op de best mogelijke manier heb proberen te doen.”

    • Marc Leijendekker