Levend standbeeld

In zes van zijn negen partijen in het VSB-toernooi offerde Kasparov materiaal. Conservatief geteld. Zijn dameoffer tegen Topalov tel ik niet mee omdat het uit wanhoop voortkwam.

Het paardoffer tegen Short en het torenoffer tegen Kramnik ook niet, omdat het pseudo-offers waren. Kasparov had berekend dat hij het materiaal terug zou krijgen. Maar in de andere zes partijen waren het echte offers, pionnen, een stuk, een kwaliteit, er werd afstand van gedaan zonder dat het duidelijk was of het materiaal terugverdiend zou worden. In de analyse achteraf zei Kasparov steeds iets als: ik kan hier offeren of opgeven. Dat was overdreven uitgedrukt, maar het gaf wel zijn manier van denken goed weer.

Oppervlakkig gezien lijkt het of zijn offers een manier waren om op buigen of barsten te spelen, om tot iedere prijs remise uit de weg te gaan. In de analyse zag je steeds hoezeer Kasparov er op gespitst was om remise in handen te houden. Hij liet een woeste variant zien, het bord stond in brand, triomfantelijk genoot hij van zijn succes. “Maar je hebt niet meer dan remise,“ zei iemand, en dan keek hij verbaasd en zei hij, alsof het vanzelfsprekend was, dat hij ook geen hogere ambitie had dan remise te maken.

Natuurlijk speelde hij ook op winst. Maar steeds was het duidelijk hoezeer hij zijn eigen veiligheid in het oog hield. Alleen de manier waarop hij zijn veiligheid verzekerde is anders dan die van de meeste schakers: totale agressie. Kasparov schaakt met het idee dat iemand die zich in een fort verschanst, uitgerookt zal worden. Veiligheid is alleen mogelijk door beweeglijkheid. Hij voert een tankoorlog, geen loopgravenoorlog. Anderen doen het kalm aan als ze op remise spelen. Hij niet. Misschien kan hij het ook niet. Op remise spelen of op winst spelen, daar is bij hem maar weinig verschil tussen. Het betekent allebei: onkwetsbaar zijn door razende activiteit. Als hij goed op dreef is, leidt het tot schitterende partijen.

Over de andere winnaar van het toernooi, Topalov, vertelde Genna Sosonko een aardig verhaal. De meeste schakers wandelen door de toernooizaal als ze niet aan zet zijn. Ze ontspannen zich, zijn nieuwsgierig naar de andere partijen. Topalov zit de hele partij met zijn hoofd tussen zijn handen aan het bord. Hoe doe je dat, hoe breng je die concentratie op, had Sosonko hem een paar maanden geleden tijdens een toernooi in Polen gevraagd. Concentratie? Topalov wees er op dat hij met zijn benen bewoog, zijn handen verplaatste, zijn hoofd enige milimeters heen en weer schudde. Vroeger, zei de 21-jarige Topalov, toen hij jong was, toen was het anders. Toen zat hij aan het bord zonder een spier te vertrekken, onbeweeglijk als een standbeeld, zes uur lang. Dat was concentratie geweest. Dat kon hij niet meer.

Wit Kasparov-zwart Kramnik

1. e2-e4 c7-c5 2. Pb1-c3 Pb8-c6 3. Pg1-e2 d7-d6 4. d2-d4 c5xd4 5. Pf3xd4 Pg8-f6 6. Lc1-g5 e7-e6 7. Dd1-d2 Lf8-e7 8. 0-0-0 Pc6xd4 9. Dd2xd4 a7-a6 Een zet die er heel gewoon uit ziet, maar hij wordt bijna nooit gespeeld. 10. f2-f4 Een directe overval met 10. e5 dxe5 11. Da4+ Ld7 12. Lxf6 Lxf6 13. Txd7 Dxd7 14. Lb5 axb5 15. Dxa8+ leidt tot niets, dus wit stuurt aan op een normaal soort stelling. 10...b7-b5 11. Lg5xf6 g7xf6 12. Lf1-d3 Dd8-c7 13. Dd4-e3 Dc7-c5 14. De3-g3 b5-b4 15. Pc3-e2 a6-a5 16. Kc1-b1 Ke8-f8 17. Dg3-h3 h7-h5 18. Td1-c1 d6-d5 19. e4xd5 Dc5xd5 Een dag later gaf Seirawan een heel interessant idee aan: het pionoffer 19...f5 20. dxe6 Lxe6, met de bedoeling om met 21...Lf6 op aanval te spelen. 20. f4-f5 a5-a4 21. Th1-e1 Ta8-b8 22. Pe2-f4 Dd5-d6 Hier bood zwart remise aan, enigszins brutaal, want wit staat iets beter. 23. Dh3-f3 e6-e5 24. Pf4-d5 Le7-d8 25. Ld3-e4 Dd6-c5 26. c2-c3 b4xc3 27. Tc1xc3 Dc5-d6 28. Te1-d1 Ld8-b6 29. Pd5xb6 Dd6xb6 30. Tc3-c2 Kf8-g7 31. a2-a3 Kg7-h6 32. Td1-d2 Lc8-b7 Een begrijpelijke fout, zwart heeft wits mooie 36ste zet niet gezien, anders had hij 32...Td8 gespeeld. 33. Le4xb7 Db6xb7 34. Tc2-c6 Th8-c8 35. Tc6xf6+ Kh6-g5

Alles lijkt in orde voor zwart. Als wit de dames moet ruilen met 36. Dxb7 Txb7 heeft zwart niets te vrezen. 36. Tf6xf7! Dat had zwart niet gezien. Na 36...Dxf7 wint wit de dame voor twee torens en hij houdt een gewonnen stelling over: 37. De3+ Kf6 38. Td6+. 36...Db7xf3 Dus toch dameruil, maar onder heel andere omstandigheden. Wit krijgt een gewonnen toreneindspel. 37. g2xf3 Tc8-c3 38. Td2-g2+ Kg5-f4 39. f5-f6 Tc3xf3 40. Tf7-e7 Tb8-f8 41. f6-f7 Kf4-f5 42. Tg2-g8 Kf5-f6 43. Te7xe5 Zwart gaf op.

Dit is Lautier-Short, uit de eerste ronde. Wit speelde fraai 26. Pc3xd5 Lb7xd5 27. Lf3xd5 Pf6xd5 28. Td1xd5 Zwart nam het torenoffer niet aan, hij speelde 28...Tf5, bleef een pion achter en verloor. Beide spelers hadden het volgende gezien: 28...Dxd5 29. Pxg6+ hxg6 30. Dxg6 Tf7 31. e4 en wit wint. Iedereen was vol bewondering voor de combinatie van Lautier, tot de Belg Winants een paar dagen later uit Brussel kwam om ons er op te wijzen dat wit helemaal niet wint. Zwart speelt 31...Db7! Na 32. Dxf7 komt dan 32...Dxe4+ en na het voor de hand liggende 32. Th1+ Lh4 33. Txh4+ Th7 zou wit verliezen. Wit kan nog net remise door eeuwig schaak maken met 32. Dh5+ Th7 33. De5+ Lf6 34. Dxf6+ Tg7 35. Dh6+ Kg8 36. De6+, want op 36...Df7? zou dan 37. Txg7+ Kxg7 38. De5+ met winst voor wit komen en na 36...Kf8 is 37. Th1 voldoende.

Bij de volgende partij moeten we maar niet te lang stil blijven staan. Zwart was op de 15de zet het offer Lxh6, wat hij met 15...Lg6 makkelijk had kunnen verhinderen, even vergeten en was na 15...a5 kansloos. De manier waarop Topalov het uitmaakte was aardig.

Wit Topalov-zwart Timman

1. e2-e4 c7-c6 2. d2-d4 d7-d5 3. e4-e5 Lc8-f5 4. Pg1-f3 e7-e6 5. Lf1-e2 Pb8-d7 6. 0-0 h7-h6 7. b2-b3 Pg8-e7 8. c2-c4 Pe7-g6 9. Pb1-a3 Pg6-f4 10. Lc1xf4 Lf8xa3 11. Le2-d3 Lf5-g4 12. Ta1-b1 La3-e7 13. h2-h3 Lg4-h5 14. Dd1-e2 0-0 15. De2-e3 a7-a5 16. c4xd5 c6xd5 17. Lf4xh6 Lh5xf3 18. g2xf3 Le7-h4 19. Kg1-h1 f7-f5 20. Tf1-g1 Tf8-f7 21. Lh6xg7 Tf7xg7 22. Dd2-h6 Lh4-g5 23. Dh6xe6+ Kg8-h8 24. De6xf5 Dd8-e7 25. Df5-g4 Pd7xe5 26. d4xe5 De7xe5 27. Tb1-e1 De5-f4 28. Dg4-h5+ Kh8-g8 29. Tg1xg5 Tg7xg5 30. Dh5-h7+ Kg8-f8 31. Dh7-h6+ Kf8-f7 32. Ld3-g6+ Zwart gaf op.