Jongste bediende-polis

Slimme verzekeraars slaan steeds nieuwe wegen in en koppelen een koopsompolis aan de aandelenindex van de Optiebeurs. Zo wordt de uiteindelijke opbrengst, die op de einddatum omgezet moet worden in een lijfrente, afhankelijk van het verloop van de AEX-index en draagt de verzekerde zelf het uiteindelijke risico. Dit is dus geen verzekering, maar een beleggingsplan.

Zo'n index is een volgens een bepaalde formule berekend gewogen gemiddelde van specifieke fondsen. In de AEX zitten vijfentwintig aandelen met de hoogste omzet op de Effectenbeurs, over de afgelopen drie kalenderjaren. Ieder jaar bepaalt de Optiebeurs welke aandelen degraderen uit en welke er promoveren naar deze eredivisie. Hagemeyer en Nutricia vervingen onlangs Pakhoed en Stork. De weging, invloed, van een fonds in de index hangt af van zijn beurswaarde; koers maal aantal uitstaande aandelen. Een fonds kan maar meewegen voor maximaal 10 procent. Koninklijke Olie, Unilever, KPN, ING zijn vier zwaargewichten die rond dat percentage zitten. Nedlloyd is met 0,28 procent de lichtgewicht van de AEX.

Wie een indexkoopsompolis afsluit stort zijn geld bij de verzekeraar, die dat combineert met de koopsommen van andere verzekerden. Met de totale inleg koopt de maatschappij een pakket aandelen dat de samenstelling van de AEX-index weerspiegelt, en maakt er een indexbeleggingsfonds van. Eenvoudiger kan het niet: aan het eind van de dag, week of maand sommeert de jongste bediende de inkomsten en geeft het totaal op aan het computerprogramma 'AEX-formule' dat uitrekent en afdrukt hoeveel en welke aandelen er gekocht moeten worden op de beurs of intern overgeboekt van het ene depot naar het andere.

Een fluitje van een cent: geen slepende vergaderingen over aan- en verkoopbeleid, geen dure adviseurs, analisten, of kostbare computers en geen nachten meer woelen als de beurs een keer flink uitglijdt, want je hoeft het als beheerder niet beter of slechter te doen dan de beursindex. Je hoeft alleen ieder jaar de uitgekeerde dividenden te incasseren en het aandelenpakket in de juiste verhouding aan te passen wanneer de beurs de samenstelling van de index wijzigt. Bijvoorbeeld: Pakhoed en Stork verkopen, Hagemeyer en Nutricia kopen.

En de verzekerde? Die mag de betaalde koopsom aftrekken van zijn belastbare inkomen. Is dat het enige? Nee: “Uw inleg stijgt mee met het waardeverloop van de AEX en u krijgt bovendien een extra gegarandeerd rendement van 40 procent daar bovenop, bij een looptijd van 15 jaar”, meldt een verzekeraar in een advertentie. “Bovendien kunt u daarbij profiteren van onze beleggingsexpertise, die dit bijzonder rendement mogelijk maakt.” Is dat waar?

Dat van die experts niet. Deze vorm van beleggen is een passieve methode die iedere jongste bediende op zich kan nemen. Hij of zij mag zelfs niet eens zelfstandig denken of een voorkeur hebben: het stramien ligt vast.

Er is nog iets. Aanbieders van verzekeringen met een beleggingsaspect praten alleen nog maar over hogere koersen. Die kunnen best weer eens dalen, maar dat loopt niet lekker in de wervende tekst van een advertentie. Een zelf-belegger zou nu misschien wachten met kopen. Een koopsompolis-koper moet echter vóór 1 juli afsluiten om zijn inleg over aangiftejaar 1995 te mogen aftrekken. Dat wringt qua beurs-timing.

Die garantie van 40 procent staat er toch maar! Niet? Nee, dat is een sigaar uit eigen doos. De aandelen waar de verzekeraar in belegt, leveren dividend op dat hij zelf houdt. Dat is een bron van inkomsten van wellicht 4 procent per jaar. Soms is dat iets meer, soms minder. In de loop van 15 jaar incasseert de verzekeraar ieder jaar 4 procent. Als zijn experts die dividenden zouden beleggen tegen, zeg, cumulatief 8 procent per jaar dan is er aan het van de rit niet 60 procent (4 procent maal 15) in kas, maar 117 procent. De polishouder krijgt gegarandeerd 40 procent bovenop de indexwaarde over 15 jaar. Dat is niet zeer scheutig. De dividenden vormen een stroom inkomsten die niet direct verband houdt met de indexwaarde. Als die waarde daalt of nauwelijks stijgt, keert de verzekeraar dus minder uit, maar krijgt wel alle dividenden.

Wat krijgt een verzekerde die 10.000 gulden stort na 15 jaar? Als de index gemiddeld met 8 procent per jaar stijgt, inclusief die 40 procent: 38.766 gulden, zegt de verzekeraar. Is dat veel? Tien mille tegen 8 procent, inclusief voornoemde 40 procent, komt op 44.411 gulden. Er 'verdwijnt' 5,645 gulden of 12 procent aan kosten, terwijl de verzekeraar al zoveel verdient aan dividend. Daar staat tegenover dat de verzekerde profiteert van de belastingaftrek, die voor een flink deel verdwijnt naar de verzekeraar. De jongste bediende lacht.

    • Adriaan Hiele