Jaarboek

G. AALDERS, N.D.J. BARNOUW, H DAALDER e.a. redactie: Oorlogsdocumentatie '40-'45. Zevende Jaarboek

237 blz., geïll., Walburg Pers 1996, ƒ 39,50

H. Righart, hoogleraar politieke geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, behandelt in het onlangs verschenen Zevende Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie een prikkelend onderwerp: de oorlog als generatiebezit. Aan de oorlog ontleende een hele generatie haar gezag. De na de bevrijding geboren kinderen kregen tot vervelens toe te horen: “Jij hebt de oorlog niet meegemaakt”. Of: “Jij weet niet wat honger is.” Diezelfde kinderen, althans veel van hen, behoorden in de jaren zestig tot de protestgeneratie. Ze waren op en top anti-fascistisch, vergalden de huwelijksvoltrekking van Beatrix en Claus en riepen dingen die ze “onder de moffen nooit gedurfd hadden”, zo vat Righart de reactie van de oudere generatie samen. “De oorlog was nu eenmaal van hún en daar moesten die langharige snotapen met hun vingers af blijven.” De kinderen moesten vooral luisteren naar wat hun ouders daarover vertelden, zoals de vader van Righart. “En in het luisteren naar zijn oorlogsverhalen heb ik alle gemoedstoestanden van een zoon beleefd: kinderlijke fascinatie, puberale wrevel en therapeutisch bedoelde compassie.” Diezelfde wrevel, soms zelfs rancune, bespeurt Righart bij de generatie die de jaren zestig niet heeft meegemaakt maar wel deze jaren steeds als spiegel krijgt voorgehouden. Het is niet onbegrijpelijk dat de huidige twintigers van de weeromstuit smalend terugkijken op de jaren waarin veel arrivés van nu de toon aangaven. “Dat is in feite eenzelfde soort generatierancune als die van de provo's, die het oorlogsverzet van hun ouders ontkenden of hun eigen WO-2-tje speelden door Claus von Amsberg voor nazi uit te schelden en rode tulpen bij het monument van de Dokwerker neer te leggen”, schrijft Righart. Hij vraagt zich in gemoede af of er ooit 'gewoon' gepraat zal kunnen worden over de oorlog. Zonder mythevorming, zonder franjes.

Dit Zevende Jaarboek bevat ook een aantal foto's uit naoorlogse Nederlandse interneringskampen waar in totaal 120.000 mannen, vrouwen en hun kinderen waren ondergebracht. Ze zijn gemaakt door de fotograaf Sem Presser. De behandeling van de geïnterneerden was in veel gevallen beschamend, soms meedogenloos. Op een van de foto's is te zien hoe een man bij aankomst in het voormalige concentratiekamp Amersfoort wordt kaal geschoren. Op een andere foto staan vier naakte mannen die onder toeziend oog van leden van de Binnenlandse Strijdkrachten worden schoongespoten. Het fotobureau Anefo bracht de foto's destijds niet naar buiten. Berichten over misstanden verschenen wel in bladen als Vrij Nederland en De Vlam.

De politicologe dr. M. Braun behandelt in haar bijdrage aan dit jaarboek de lotgevallen van Josepha (Fafa) Kolkman die al voor de oorlog betrokken raakte bij de contraspionage. Geboren in 1899 in een gegoed Haags katholiek gezin besloot ze op jonge leeftijd haar eigen mores te ontwikkelen. Die waren: stevig roken, idem drinken, roulette spelen en mannelijk gekleed gaan. Zij werd in september 1939 gepolst voor inlichtingenwerk voor de contraspionagegroep-Vrinten. Ze wist een brief met gegevens over Nederlandse, Franse en Belgische verdedigingswerken te onderscheppen, die was bedoeld voor de Duitsers. Na de inval werd het hele netwerk opgerold doordat de Duitsers het kaartsysteem van Vrinten in handen kregen. Fafa werd op 22 mei 1940 naar Duitsland afgevoerd en kwam in een gevangenis in Keulen terecht. Ruim een jaar later werd ze in Berlijn veroordeeld tot acht jaar tuchthuisstraf met aftrek van voorarrest. In het vrouwentuchthuis in Cottbus ging haar fysieke toestand snel achteruit. Uitgeteerd en verkromd door de reumatiek beleefde ze de bevrijding. Haar verzet avant la lettre werd hier nauwelijks als zodanig opgevat en dus kon zij geen aanspraak maken op de wet buitengewoon pensioen 1940-1945. Pas na bemiddeling van de toenmalige burgemeester van Den Haag werd haar op 69-jarige leeftijd alsnog zo'n pensioen verleend. De jaren voor haar overlijden, in 1980, sleet zij in eenzaamheid.

    • Anneke Visser