Februaristaking

Volgens Harry van Wijnen (Tweede Lezing 23-3-96) zou het Verzetsmuseum in Amsterdam, dat thans in moeilijkheden verkeert, er veel beter hebben voorgestaan als het zich van het begin af aan 'Museum van de Februaristaking' zou hebben genoemd.

Ik kan niet inzien dat dit het museum ten goede zou zijn gekomen, en acht het juist dat het van meet af aan een bredere opzet heeft gehad. Immers, de Februaristaking was weliswaar het begin van het enigszins georganiseerde verzet in Nederland tegen de Duitse bezetter, maar geenszins het enige aspect daarvan. Bovendien was, in tegenstelling tot sommige andere vormen van verzet, het resultaat van de Februaristaking absoluut nihil. Deze duurde slechts anderhalve dag, en werd door de bezetter met harde hand neergeslagen. Zij werd ook nimmer meer herhaald toen uit hetzelfde Amsterdam later circa 80.000 joden werden weggevoerd.

Ook was deze staking niet uitsluitend een protest tegen die eerste wegvoering van de 400 joodse mannen; deze wegvoering was uiteindelijk de aanleiding voor het zich ontladen van onlustgevoelens over de Duitse maatregelen, die al maanden leefden. Een groot deel van de stakers deed aan deze staking mee zonder verband te leggen met de razzia op de joden. Ten slotte namen velen, o.a. een deel van het trampersoneel, aan de staking deel omdat de stakingsleiders de trams in de remises verhinderden uit te rijden, en omdat er geen openbaar vervoer was.