Fatsoenlijk (1)

Terecht constateert Godschalk dat armoede in Nederland een relatief verschijnsel is (30 maart). Zijn daaropvolgend pleidooi voor een fatsoenlijke uitkering is mede gebaseerd op 17 procent die zich arm 'voelt'. Ik kan mij in zijn redenering vinden en wil iets aan de 'oplossing' toevoegen.

Zolang wij in Nederland als gemeenschap, om welke reden dan ook, accepteren dat er verschil in inkomen is zal er altijd een groep zijn die zich op de laagste trede van de inkomensladder bevindt. Die groep zal zich om die reden alleen al arm voelen. Het zal dan ook niet helpen om 'ze een hond te mogen laten houden'.

Die groep zo klein mogelijk houden (onder meer via die fatsoenlijke uitkering), perspectief op verbetering bieden (als je maar op een volle parkeerruimte blijft rondrijden komt er vroeg of laat een plaats en ben je de eerste), en destigmatiseren (het woord uitkering vervangen door basisinkomen) lijken mij als paralleltraject gewenst.

    • Theo Voors