Drugsbestrijder Nahas 'geleerde uit het verleden'

PARIJS, 6 APRIL. “Nederlanders zijn verder gegaan met het beschermen van hun kinderen”. Het komt er bijna uit als een bekentenis. Bernard Kouchner (56), oud-minister van humanitaire actie en gezondheidszorg onder Mitterrand is niet zonder meer gecharmeerd van het Nederlandse drugsbeleid. Maar “de Franse politiek is niet beter dan de Nederlandse, integendeel.”

Op de tweede dag van het smaadproces, aangespannen door professor Gabriel Nahas, de voorvechter van Frankrijks verbodspolitiek inzake drugs, lopen twee thema's door elkaar heen. Meer dan eens mondt het verhoor van getuigen-deskundigen uit in een geloofsverklaring vòòr of tegen de Nederlandse beleidslijn, die zonder morele instructies mikt op het beperken van gezondheidsrisico's. Daar doorheen loopt een filosofische draad: hoe komt het toch dat in de meeste Westerse landen alcohol en tabak vrij zijn, terwijl andere geestbeïnvloedende middelen waar men afhankelijk van kan worden, niet mogen?

President Montfort van de zeventiende Kamer van het Parijse Tribunal de Grand Instance laat partijen en hun getuigen betrekkelijk ver gaan in het voordragen van hun confessies. Kouchner is opgeroepen door de gedaagden, de schrijfster Michka en de arts Bertrand Lebeau van Médecins du Monde. Zij hebben in 1993 geschreven dat de farmacoloog Nahas wetenschappelijke resultaten stelselmatig manipuleert om zijn ene stelling te bewijzen dat cannabis de hersens blijvend beschadigt.

Eén van zijn getuigen is de Rotterdamse arts K.F. Gunning (69) van het Landelijk comité drugpreventie. Hij leest in het Frans een verklaring voor waarin hij de Nederlandse politiek “gevaarlijk” noemt en de gebruikelijke cijfers over het aantal heroïneverslaafden opwaarts bijstelt. In Gunnings visie gaat het om 2,4 promille, ongeveer even veel als in Frankrijk. De Nederlandse regering hanteert het Europees erkende cijfer van 1,6 promille. Op de vraag of hij voor het wetenschappelijk gehalte van de publikaties van Nahas instaat, antwoordt Gunning positief, alvorens te wijzen op het ook door Koningin Wilhelmina onderscheiden moedige oorlogsverleden van Nahas.

Het is niet de enige keer dat zijn getuigen verwijzen naar de tweede wereldoorlog. Het lijkt alsof Nahas en de zijnen aan die tijd de zekerheid ontlenen dat zij desnoods tegen de stroom in moeten roeien om de wereld te redden van de cannabis. De enige Nahas-getuige die afwijkt van het verzets-leeftijdprofiel is dr. Renaud Trouvé (42), die vertelt lid te zijn van de British Pharmacological Society. Alleen enkele 'heethoofden' in Amerikaanse wetenschappelijke kring trekken Nahas' professionaliteit in twijfel, getuigt hij.

De van smaad beschuldigde auteurs brengen de kanker-specialist en oud-minister van volksgezondheid dr. Leon Schwartzenberg (72) in het veld. Hij valt Nahas' stelling aan dat cannabis 1000 keer gevaarlijker is dan alcohol. “Andersom zal hij bedoelen”. Schwartzenberg, die de confrontatie zelden schuwt, vertelt dat hij vroeger ook tegen het verbieden van alle drugs was, maar hij heeft in de praktijk onderscheid leren maken. Hij vindt het “bizar en schandalig dat drugs in het algemeen zo negatief worden afgeschilderd door de hoogste autoriteiten in dit land, die zelf zwaardere middelen gebruiken dan cannabis.” Hij noemt Nahas “een geleerde uit het verleden”.

Zowel Kouchner als de sociologe Anne Coppel, directrice van een methadon-centrum van de Franse ziekenfondsen, uiten de veronderstelling dat cannabis zijn duivelse reputatie bij Nahas en zijn medestanders te danken heeft aan zijn niet-Europese oorsprong. Coppel: “In de VS was het de drug van etnische minderheden, bij ons wordt het gezien als een on-Franse, want Arabische drug.” Kouchner, die het repressieve Franse beleid onhoudbaar acht, verkiest regulering van het gebruik boven opheffing van de strafbaarstelling van cannabis en eventueel andere drugs. Frankrijk moet veel meer doen om zijn jeugd er van af te houden en op te vangen. Maar Amsterdam vond hij een pijnlijk voorbeeld: joints zien roken op straat en “het ontbreken van hypocrisie in coffeeshops” vond hij schokkend. (Het proces wordt 17 mei voortgezet.)

    • Marc Chavannes