De bekoring van de Matthäus Passion; Geen pasen zonder passie

De Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach lijkt het obligate paasei in populariteit te evenaren. Volgens sommigen duidt dat op een hernieuwd verlangen naar God en geloofsgemeenschap. Wat zien de koorleden, de dirigent, de priester, predikant en theoloog in de Matthäus? “Liefde, dood, troost, spektakel: dat spreekt iedereen geweldig aan.” Over deelname aan een ritueel maar met distantie: lusten zonder last van godsdienst.

Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen. Dirigent Winfried Maczewski wil dat zijn koor deze conclusie, na Jezus' dood, een immense lading geeft. “Dit is een diep emotionele uitspraak. Denk aan de eerste keer dat je tegen je geliefde zei: ik hou ècht van jou.” Het Amsterdamse Toonkunstkoor grinnikt. De hele repetitie lang vraagt de dirigent om “concentratie, concentratie. Door concentratie ontstaat bezieling.” “Geen nadruk op gen in dat klagen!” roept Maczewski als het beginkoor wordt gerepeteerd. “Dat is zo amateuristisch! Dat hoor je bij elk koor, maar niet bij ons!”

In de afgelopen twee weken is Johann Sebastian Bachs Matthäus Passion bijna 150 keer uitgevoerd in Nederland, door amateurkoren samen met beroepsorkesten en professionele solo-zangers. Volgens Ellen Spanjersberg van de Samenwerkende Nederlandse Korenorganisaties is de Matthäus Passion “echt een cult in Nederland.” Terwijl bijvoorbeeld de Bachvereniging de Matthäus vroeger slechts één keer uitvoerde, op goede vrijdag in de Naarderkerk -, staan er nu de twee weken voor pasen negen uitvoeringen op het programma.

In Engeland en Amerika is de Matthäus maar incidenteel te beluisteren, en dan niet noodzakelijk voor pasen maar desnoods in de herfst. Ook in Duitsland wordt het werk niet zo vaak uitgevoerd als hier. Een Duits koor heeft onlangs de Matthäus in Israel gezongen. Het was de eerste keer dat het werk in dat land werd uitgevoerd. “Die kooruitbarsting Sein Blut komme über uns und uns're Kinder hebben ze in Israël weggelaten. Dat is door de geschiedenis zo beladen”, zegt Spanjersberg. Ze vindt de populariteit van de Matthäus in Nederland raadselachtig.

De priester Antoine Bodar schreef twee jaar geleden in deze krant dat de Matthäus-liefde meer is dan “het proeven van de lente,” want “daartoe zijn de verwachtingen te gespannen, de aandacht te bewogen, de stilten tussen de onderdelen te gewijd.” Spanjersberg: “Nederlanders worden weer religieuzer. Muziek is een goede manier om dat te beleven. Het komt over je heen, en als je een beetje fantasie hebt, zie je dat kruis zo voor je.” Spanjersberg is christelijk opgevoed, maar gaat niet meer naar de kerk. “Maar als je de Matthäus hoort of zingt geloof je het weer allemaal. Het christendom is toch ook een unieke en bizarre godsdienst: de eigen God wordt opgehangen! Het meest aangrijpend vind ik Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen. In die paar maten haalt Bach alles uit de kast. Met de muziek maakt hij van die woorden echt een statement. Bach was een diep gelovig man.” Volgens Spanjersberg is het “geen pasen als je niet eerst de Matthäus hebt uitgezeten. De Matthäus is net zo'n evenement geworden als bijvoorbeeld de kerstnachtmis in de Amsterdamse Westerkerk: daarvoor zijn de kaartjes al weken tevoren uitverkocht.”

Barrabam!

De Noachkerk in Amsterdam-Noord, zaterdagmiddag. Het Amsterdams Gemengd Koor heeft generale repetitie. Honderdtachtig koorleden praten bij en zoeken een stoel. De meeste van hen vinden de koralen het mooist: “Die zingen het lekkerst.” Voor bijna alle mannen is om dezelfde reden het woedende Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden? het hoogtepunt van de Matthäus. “Het verhaal doet mij niets,” bekent een tenor. Alleen het zinnetje Mein Jesu, gute Nacht vindt hij mooi. “Zoals je zegt tegen iemand die overleden is: het ga je goed, rust zacht.” Een jongere tenor: “Als de solisten aria's zingen word ik altijd ongeduldig.” Maar de solisten van vandaag zijn indrukwekkend. Het lijkt alsof ze het koor, dat in het begin hapert, de concentratie in trekken. De start was lacherig en chaotisch doordat de bus uit IJmuiden met het kinderkoor 'De kruisbergklokken' te laat was. Eenmaal gearriveerd schallen de Turkse, Hindoestaanse en autochtoon-IJmuidense meisjes en jongetjes het beginkoor mee en meteen daarna, O Mensch, bewein' dein' Sünde gross. Dan mogen ze, na een applaus van de 81-jarige dirigent Willem Wiesehahn weer vertrekken. Bij de koffie in de pauze laat organist Jaap Zwart in de partituur zien hoe mooi de noten passen bij de woorden en hoe de violen naar beneden tuimelen bij Der Heiland fällt vor seinem Vater nieder.

Wim Teunissen en Peter van Kleef, bestuursleden van het koor, vertellen een dag na de uitvoering in het Amsterdamse Concertgebouw dat een vrouw uit het publiek had gezegd dat hun Matthäus “net een begrafenis was, zo mooi.” Van Kleef had een rijtje vol eigen publiek: zijn volwassen kinderen met aanhang. “Ze hebben genoten. Alleen is mijn schoonzoon zich rot geschrokken toen Pilatus aan het volk vroeg wie hij vrij moest laten, de moordenaar Barabbas of Jezus, en het koor keihard uitbrulde Barabbam!” Teunissen presenteert paaseitjes. Wat het lijden van Christus voor hen betekent, kan geen van beiden zeggen. Teunissen: “Je hoort vanaf de eerste toon van het orkest: dit wordt drama. En dan word je meegezogen door de muziek. Bij de inhoud van het verhaal stel je je verder geen vragen.”

Bin ich's?

Hans van Rutten uit Haarlem is koordirigent en geeft avondcursussen over de Matthäus Passion. Meestal in buurtcentra, vanavond in de Samen-op-Wegkerk in Bergen. Dominee Annerien Groenendijk organiseerde de cursus “omdat iedereen naar de Matthäus gaat zonder precies te weten wat er in het stuk gebeurt”. Haar vader zat vroeger op palmzondag met zijn tekstboekje aan de radio gekluisterd voor de Matthäus van het Concertgebouworkest. Andere cursisten hadden ook zo'n vader. Van Rutten begint de les met de retorica van Bachs muziek. “Jezus is bereid uit de kelk te drinken, waarin de zonden van de wereld gegoten zijn und hässlich stinken. Dat liegt er niet om! Op het woord Sünden slaat het orgel daarom een dissonant akkoord. De violen vallen, als symbool van de zondeval, met grote sprongen naar beneden. En de tien maten waarin dit recitatief is gecomponeerd, verwijzen naar de tien geboden.” Getallensymboliek was een liefhebberij van Bach. “Elf keer zingt het koor bin ich's? als Jezus zegt dat een van de twaalf discipelen hem zal verraden, en pas later zingt Judas als twaalfde bin ich's, Rabbi?”

Dominee Groenendijk verwondert zich na afloop over de verouderde geloofswereld die uit de Matthäus opdoemt. “O mens beween uw zonden groot... Wij kunnen daar geen kant mee op. We willen onszelf zo niet zien. Dat diepe zondebesef is ons gelukkig niet meer eigen.” Ook Hans van Rutten, die zichzelf een heiden noemt, kijkt vreemd aan tegen sommige teksten van Bach en zijn tekstschrijver Picander. “Het evangelie, de recitatieven van de evangelist, dat zegt me wel wat. Maar al die liedjes die Bach eraan toevoegt, die zeggen dat je eigenlijk zelf ook aan dat kruis wil hangen, staan ver van me af.” Hij bedoelt aria's als Komm süsses Kreuz en Gerne will ich mich bequemen, Kreuz und Becher anzunehmen.

Theoloog en Bach-kenner Wim Brouwer uit Duivendrecht vindt het onzin om teksten zonder oog voor hun historische context onder vuur te nemen. “Bach leefde in een wereld waarin iedereen om je heen dood ging. Het was de tijd van de grote epidemieën. Tien van Bachs twintig kinderen stierven voor hun derde jaar! Bach klampt zich vast aan het lijden van Jezus om uit de voeten te kunnen met dat ogenschijnlijk zinloze en willekeurige van al dat lijden en sterven.”

Gemiste kans

Henk van de Bovenkamp, gereformeerd predikant in 's-Graveland, houdt als theoloog niet echt van de Matthäus Passion, omdat Bach het sterven van Jezus volgens hem verheerlijkt. “In elke regel van de Matthäus hoor je dat Jezus' lijden bitter, maar ook zoet is. Hij lijdt om onze schuld van ons af te nemen, om ons te verzoenen met God. Die theologie deel ik niet meer.” Van Henk van de Bovenkamp verscheen vorig jaar het boekje De chaos en het geheim - Over Jezus' sterven voor ons. “Lijden is volstrekt wreed en zinloos”, vindt Van de Bovenkamp. “Het is gevaarlijk om te praten over lijden alsof het toch nog een beetje goed en mooi is. Ook Jezus' lijden was een ramp, en geen plan van God. De eerste christenen koppelden lijden aan schuld en waren vertrouwd met het idee dat één persoon zich offerde voor de schuld van een gemeenschap. Het verband tussen lijden en schuld vind je terug in bijna alle bijbelteksten. Wij denken nu anders over lijden. We weigeren elke suggestie dat lijden een doel heeft.” Over zijn boekje voert hij nu gesprekken met geschrokken gemeenteleden, die vinden dat hij aan de basis van hun geloof morrelt. Want Van de Bovenkamp legt het christelijke dogma anders uit: Jezus is niet voor ons gestorven maar is voor ons herrezen uit de dood. “Mensen hebben Jezus gekruisigd, maar God heeft hem opgewekt, voor ons.” Voor Van de Bovenkamp en veel andere christenen van nu is de opstanding, en niet het sterven van Jezus de kern van het geloof. Daarom noemt hij de Matthäus Passion “een gemiste kans.”

Toch luistert hij ieder jaar. “Als ik het gewoon onderga, grijpt het me aan. Er zitten ook veel algemeen-menselijke dingen in, bijvoorbeeld Erbarme dich. De Matthäus is vooral een verhaal van godverlatenheid. Het zoveelste verhaal dat bewijst dat er geen God is, dat mensen elkaar gewoon wegwerken aan een kruis. De kracht van het evangelie is juist dat het de afschuwelijkheid van onze wereld laat zien, maar óók dat er onmiskenbaar een geheim is dat zich aan mensen openbaart en waaraan je je kunt toevertrouwen. Geen van de vier evangeliën eindigt bij het graf. Ze zijn geschreven vanuit de opstanding, vanuit het geloof dat de liefde sterker is dan de dood. Als je eindigt bij het graf, zoals Bach doet, laat je de kern van het geloof weg.”

Zo haal je Bach weer uit zijn tijd, reageert Bach-kenner Brouwer. “Bach geloofde wèl in de opstanding. Hij heeft het paas-oratorium gecomponeerd, een prachtige, uitbundig vrolijke cantate over Jezus' opstanding. Die werd uitgevoerd in de kerkdienst van paasmorgen. De Matthäus hoort bij goede vrijdag. Toen was Jezus nog niet opgestaan.”

Kitsch

Tom de Ridder, bas in het Amsterdamse Toonkunstkoor, is van huis uit katholiek, maar heeft al jaren geen enkele religieuze neiging meer. Daarom ergert hij zich ook niet aan Matthäus-teksten over lijden en schuld. “Ik kan me best laten meeslepen op die gevoelens van vroeger. Het passieverhaal zit in de botten van elk katholiek jongetje. Maar onze dirigent Maczewski benadrukt dat de Matthäus een algemeen-menselijk drama is. Liefde, dood, opoffering, troost, spektakel, volksoproer: dat spreekt iedereen geweldig aan.” Hoe vindt hij het om Lass ihn kreuzigen! te zingen? Lachend: “Fantastisch! Waar anders kun je je slechte neigingen zo ongestraft botvieren? Heel mooi vindt hij het koraal Wenn ich einmal soll scheiden. “Als ik dood ga, wees bij me, en hou me vast. Dat raakt iedereen.”

De Beurs van Berlage, zaterdagmiddag. Het Toonkunstkoor houdt generale repetitie met orkest. Het was te duur om de solisten ook voor de generale in te huren. “Niet alleen maar leuk zingen”, waarschuwt Maczewski, “ik wil tekst horen! Tekstissimo!” En dan sist het ist's in wer ist's, der dich schlug angstaanjagend. “Barabbam, dat mogen jullie schreeuwen”, zegt de dirigent gul en hij acteert een ingedommelde luisteraar die wakker moet worden gebruld. Maar het koor moet zich inhouden bij het koraal Wenn ich einmal soll scheiden, waarbij volgens Maczewski iedereen wegzakt in weemoedig gepeins over zijn eigen begrafenis. “Alle kitsch weg. Sober!”

Koor-voorzitter Dick Jalink vindt dat je als zanger al je eigen Matthäus-emoties, herinneringen en associaties, moet wegduwen als je zingt. “Met een brok in je keel kun je niet zingen.” De Matthäus moet, volgens hem en Maczewski, zo nuchter mogelijk worden gezongen, opdat het stuk voor zichzelf spreekt en de luisteraars hun eigen emoties beleven. Hem raakt het koraal Wie wunderbarlich ist doch diese Strafe! het sterkst. Dat is het antwoord op Lass ihn kreuzigen. “Die verwondering: wat gebeurt hier in godsnaam? Waarom wordt iemand die alleen maar goed is, zo gestraft?”

    • Renée Braams