Chirac wil in M-Oosten terrein herwinnen

“De Libanezen, vrij en trots, zijn het enige volk in de geschiedenis van de wereld geweest, het enige, waarvan het hart, ongeacht de ontwikkelingen, tegenspoed en voorspoed, de noodlottigheden die door de eeuwen heen het zijne zijn geweest, nooit is opgehouden te kloppen op het ritme van het hart van Frankrijk”. Aldus sprak generaal De Gaulle in 1941 in Beiroet. Libanon was nog een Frans mandaatgebied; twee jaar later pas volgde de onafhankelijkheid (de Franse vertegenwoordiger voelde zich desondanks sterk genoeg de Libanese president te arresteren).

De Gaulles politieke erfgenaam, Jacques Chirac, die vandaag het eerste officiële bezoek van een Franse president aan het onafhankelijke Libanon afrondde, citeerde diens woorden donderdag instemmend voor het Libanese parlement. Een speciale band tussen de twee landen heeft in de tussentijd inderdaad standgehouden, in het bijzonder met de christelijke gemeenschap. Maar de leidende Franse positie in de regio is in de loop der jaren door de Verenigde Staten overgenomen. Alleen Washingtons stem telt nog in het Midden-Oosten.

Om terrein te heroveren is Chirac nu naar het Midden-Oosten getogen: ook zijn vandaag beginnende bezoek aan Egypte, dat zich als leidende regionale mogendheid beschouwt, past in dat kader. Recentelijk heeft Parijs al stappen ondernomen om de banden met de Islamitische Republiek Iran een nieuwe impuls te geven, lichtelijk in conflict met de ingehouden Europese lijn ten aanzien van dat land. Zelfs de internationale paria Irak heeft weer hoog Frans bezoek gekregen: de Franse oud-minister van buitenlandse zaken Jean-Bernard Raimond, partijgenoot van Chirac, was er in februari namens de commissie voor buitenlandse zaken van de Assemblée Nationale.

Chirac stelde in Libanon meteen het gevoeligste onderwerp aan de orde: de bezettingen van het land. Over de Israelische bezetting van Zuid-Libanon is iedereen het wel eens, die moet zo snel mogelijk eindigen. Maar de Syrische aanwezigheid, die met name de christenen zeer zwaar valt, is een heel andere zaak. De Libanese president, Elias Hrawi, onderstreepte dan ook, in antwoord op Chiracs woorden, de “nauwe coördinatie” tussen Libanon en Syrië, die beide landen “veiligheid, onafhankelijkheid en erkende soevereiniteit garandeert”. Voor Libanese regeringspolitici is de relatie met het veel machtiger buurland een zaak in de taboesfeer.

De Syrische president Hafez al-Assad heeft er nooit een geheim van gemaakt dat voor hem Libanon niets anders is dan onderdeel van Groot-Syrië, en de meer dan 30.000 Syrische militairen die in zich 1976 (aan de zijde van de Libanese christenen!) in de Libanese burgeroorlog mengden, zijn nooit meer vertrokken. Libanese leiders die belangrijke beslissingen moeten nemen, gaan altijd even naar Damascus Assads mening polsen. In het vredesproces in het Midden-Oosten volgt Beiroet altijd Damascus' voorbeeld. Syrië ziet op dit moment om diverse redenen weinig in een toenadering tot Israel; Libanon volgt deze houding kritiekloos, hoewel zijn economisch herstel van vrede met Israel afhangt.

De Verenigde Staten hebben zich feitelijk bij die situatie neergelegd in 1990, omdat zij Syrië als bondgenoot nodig hadden in de coalitie tegen Irak. Israel betreurt de toestand ten zeerste, maar kan haar gedogen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zoals het uitschakelen van de shi'itische guerrillabeweging in Zuid-Libanon.

In de zomer van 1989 zond Frankrijk een vlooteenheid naar het oostelijk deel van de Middellandse Zee als steun in de rug voor generaal Michel Aoun, die zich had uitgeroepen tot president van Libanon en had gezworen de Syrische troepen uit het land te verjagen. Aoun genoot veel sympathie onder de christenen - zelfs ook onder moslims. Na woedende dreigementen uit pro-Syrische hoek was Parijs echter gedwongen de schepen terug te halen, met name omdat het Franse initiatief in Washington weinig sympathie ontmoette. Aoun werd in 1990 door Syrië uit het presidentieel paleis weggeschoten. Frankrijk bleek machteloos. Generaal Aoun woont sindsdien in Frankrijk.

'Als De Gaulle er nog was, zou hij nee hebben gezegd tegen de bezettingen', riepen spandoeken die jonge christelijke betogers gisteren Chirac voorhielden. Maar die dagen zijn voorbij, voor Frankrijk èn Libanon. Daaraan kan Chiracs reis niets veranderen.

    • Carolien Roelants