China en Taiwan, van crisis naar impasse

Na de Chinese militaire manoeuvres in de Straat van Taiwan en de Taiwanese presidentsverkiezingen van 23 maart is het de vraag hoe de betrekkingen tussen Peking en Taipei zich zullen ontwikkelen. Een politieke doorbraak en substantiële onderhandelingen tussen China en Taiwan zijn zeer onwaarschijnlijk

TAIPEI, 6 APRIL. De relatie tussen beide oevers van de Straat van Taiwan is na de recente Chinese militaire manoeuvres en de Taiwanese presidentsverkiezingen van een crisis in een impasse geraakt. Commentatoren en analisten zijn het erover eens dat China en Taiwan allebei wat hebben gewonnen en verloren. De Chinese raketproeven hebben de kwetsbaarheid van Taiwan onderstreept, maar hebben China veel goodwill en respect als een verantwoordelijke grote mogendheid gekost. De presidentsverkiezingen hebben Taiwan daarentegen veel goodwill van de democratische wereld opgeleverd, maar niet zodanig dat die zich kan vertalen in politiek-diplomatieke winst.

Beide kanten hebben zich verschanst in oude, onverzoenbare posities. China heeft het standpunt ingenomen dat de militaire manoeuvres effectief zijn geweest omdat zij de pro-onafhankelijkheidskrachten op Taiwan een 'nederlaag' hebben toegebracht - terwijl 21 procent van de kiezers voor expliciete en 54 procent voor verhulde onafhankelijkheid stemde. Als politieke en militaire middelen als effectief worden beschouwd, betekent het dat zij wellicht opnieuw zullen worden ingezet en dat nieuwe militaire intimidatie zal volgen als China zijn zin niet krijgt. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qian Qichen, zei eerder deze week tijdens een officieel bezoek aan Japan dat de tijd niet rijp is voor nieuwe onderhandelingen met Taiwan zolang er een kans is dat Taiwan “met steun van de Verenigde Staten en andere landen (Japan? - corr.) onafhankelijk wordt”.

Sinds de afloop van de militaire manoeuvres hebben de Chinese media geëist dat de gekozen Taiwanese president, Lee Teng-hui, opnieuw verzekert dat Taiwan een deel van het ene, ondeelbare China is. Maar hier begint de spraakverwarring. Voor Lee en voor de overweldigende meerderheid van de Taiwanese bevolking betekent één China, een post-communistisch China, waar vrijheid, democratie en welvaart heerst. Van zo'n China wil Taiwan in principe graag deel uitmaken. Voor Peking betekent één China, de communistische Volksrepubliek. Dat Taiwan zonder oorlog gedwongen kan worden daarvan een deel te worden, zelfs op basis van de formule 'één land, twee systemen' lijkt uitgesloten.

De eerstvolgende belangrijke datum op de politieke agenda is de inauguratie van Lee Teng-hui op 20 mei. De verwachting is dat hij oude standpunten zal herhalen met recentelijk al bekendgemaakte nuanceringen, onder andere dat de campagne voor internationale erkenning, inclusief 'deelname' (niet een noodzakelijk volledig lidmaatschap) aan de Verenigde Naties, zal doorgaan, maar dat hij voorlopig geen internationale reizen zal maken. Voor het overige lijkt het erop dat Lee de 'vastelands-portefeuille' grotendeels zal delegeren aan zijn toekomstige vice-president, de huidige premier Lien Chan. Er is druk gespeculeerd dat Lee Yuan-tseh, de president van Taiwans Academie van Wetenschappen en winnaar van de Nobelprijs voor scheikunde in 1986, de nieuwe premier wordt. Professor Lee is een gerepatrieerde Chinese Amerikaan die sinds begin jaren tachtig nauwe relaties met de Chinese topleiders heeft onderhouden. Hij heeft ontkend politieke ambities te hebben, maar als de druk op hem aanhoudt zal hij er wellicht aan moeten geloven.

Lien Chan heeft sinds de verkiezingsoverwinning van Lee op 23 maart vrijwel dagelijks over de relaties met het vasteland gesproken. En aangezien doorbraken in strategische kwesties onmogelijk zijn, heeft hij er bij Peking op aangedrongen eerst de onderhandelingen op lager niveau over technische kwesties te hervatten. Deze besprekingen zijn gevoerd tussen twee particuliere stichtingen: Taiwans 'Straits Exchange Foundation' en China's 'Association for Relations across the Taiwan Straits'. Taiwan schortte de onderhandelingen in 1994 maandenlang op na de moord op 24 Taiwanese toeristen in China. De besprekingen werden in juni 1995 door China afgebroken na de reis naar de VS van Lee Teng-hui.

Lien zei begin deze week dat 'offshore-scheepvaartverbindingen' bovenaan op de agenda moeten staan. Na de Britse overdracht van Hongkong op 1 juli 1997 moeten die volgens de regering in Taipei de basis voor voortgezette indirecte handelsbetrekkingen tussen China en Taiwan worden. China wil Taiwan na de overgang van Hongkong tot rechtstreekse handel dwingen. De weigering van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qian Qichen, onmiddellijk onderhandelingen te hervatten over kwesties van minder belang heeft kennelijk tot doel Taiwan eerst tot belangrijke politieke concessies te dwingen.

Su Chi, de vice-voorzitter van de Taiwanese Raad voor Vastelandszaken, zegt dat China flexibiliteit moet tonen en met een nieuw Taiwan-beleid moet komen. Maar zoiets lijkt pas mogelijk als zich in Peking na de dood van de stokoude 'sterke man' Deng Xiaoping, een nieuw stabiel regime zal hebben gevestigd dat bij machte is nieuwe lijnen uit te zetten. “Wij zullen niet voor de druk van de oude retoriek zwichten,” aldus Su.

Andere waarnemers menen dat alleen Washington een uitweg kan bieden en dat de VS naar het model van het Midden-Oosten, Bosnië en Ierland een 'vredesproces' zullen opleggen. Andrew Yang, secretaris-generaal van de Council of Advanced Policy Studies, een militaire denktank in Taiwan, meent dat Washington de aflevering van de 150 F-16's die Taiwan in 1992 bestelde en al deels betaald heeft, voor onbepaalde tijd zal vertragen in ruil voor Chinese matiging en algehele verbetering van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Yang zegt dat het offensieve vermogen van de F-16's bovendien zal worden verminderd. Het geld dat Taiwan al betaald heeft, kan volgens Yang wel eens hetzelfde lot treffen als een eerdere Pakistaanse betaling voor nog steeds niet geleverde Amerikaanse militaire toestellen.

Of hierover het laatste woord is gesproken staat nog te bezien gezien stemming in het Amerikaanse Congres (pro-Taiwan en anti-China) en de op gang komende verkiezingscampagne, maar er is de regering-Clinton alles aan gelegen de spanning tussen China en Taiwan af te koelen. Dat bleek overduidelijk eerder deze week, toen Taiwan zijn aangekondigde militaire manoeuvres op Matsu, vlak voor de Chinese kust onder druk van Washington moest afblazen.

Antonio Chiang, uitgever en hoofdredacteur van Taiwans populairste politieke weekblad The Journalist wijst erop dat de lotsverbondenheid van Hongkong en Taiwan op langere termijn zeer positief voor Taiwan zou kunnen uitpakken. “Het blijft niet bij de turbulente overgang van Hongkong in 1997, maar wat gaat China er daarna mee doen. De hele wereld kijkt toe. Als het in Hongkong in twee, drie jaar een debacle is, ben ik ervan overtuigd dat de wereld in het jaar 2000 met compleet andere ogen naar Taiwan kijkt.” Over het jaar van een de hereniging wil Chiang echter geen weddenschap afsluiten. “Als er straks geen communistische partij meer is en China en Taiwan over twintig jaar een confederatie of een unie vormen naar Europees model, heet het dan nog hereniging”, vraagt hij.