Beelden die vervallen tot gedrochten

De lucht- en watervervuiling in het Poolse Kraków heeft dramatische gevolgen voor de vele monumenten in de stad. Met nieuwe technieken wordt nu geprobeerd het grootste verval te stoppen.

KRAKÓW, 6 APRIL. Op het grote plein in Kraków bevindt zich boven een kleine salad-bar een elektronisch scherm waarop van dag tot dag in gifgroene en bloedrode grafieken de verontreiniging is af te lezen. Regelmatig zijn er pieken in het zwaveldioxide- en stikstof-gehalte, die ver heenschieten over de norm. Die is overigens niet meer dan een horizontale streep door de grafiek, zonder duidelijke betekenis. De economie ontwikkelt zich zo snel dat fietspadenplannen, vuil-inzamelacties en campagnes om mensen milieubewuster te maken, onvoldoende uitrichten tegenover toenemend autotransport, stijgend energieverbruik en groeiende economische produktiviteit.

De vervuiling van lucht en water heeft volgens Piotr Stepien, hoofdconservator van de Wawel, het voormalige koninklijk paleis in Kraków, dramatische gevolgen voor de vele monumenten in de stad, waarvan het oude centrum sinds 1978 integraal op de wereldmonumentenlijst van de Unesco staat. Menselijke steenfiguren werden in de afgelopen decennia onherkenbare gedrochten. Brokken steen vielen van de rijkversierde gebouwen.

Voor Stepien is dit de gevaarlijkste tijd van het jaar. Overdag dooit het en er zit veel vocht in de lucht, dat diep doordringt in de monumenten van het paleis. Als het dan 's nachts gaat vriezen zet het water uit en tast de stenen aan.

“Het klimaat in Polen, met zijn vele vries-dooi-cycli in het voorjaar en in het begin van de winter, is slecht voor monumenten”, zegt Stepien. Maar temperatuurschommeling is voor hem slechts een van de vele problemen. Kraków is gebouwd in een gebied waar de bodem heel drassig is. Vroeger was de Wisla niet één brede rivier zoals nu, maar een bundel smalle stroompjes en zijrivieren. Juist daarom werd Kraków hier gesticht, want het water zorgde voor bescherming tegen vijandige invallen. En de stad ligt ook nog in een kom, die zowel aan de noordkant als aan de zuidkant door bergen wordt afgesloten. Alleen naar oost en west is er sprake van ventilatie.

Maar juist als de wind uit een van beide richtingen waait, voert die veel rotzooi aan. In de jaren vijftig verrees ten noordoosten van de stad de gigantische staalfabriek van Nowa Huta. En westelijk bevindt zich de mijnbouw en de chemische industrie rond Katowice. Ook de burgers in Kraków zelf dragen bij aan de vervuiling, door het autoverkeer en vooral door te stoken met steenkool - de zachte bruinkool, die slecht verbrandt en veel roet geeft.

Alsof dat nog niet genoeg is, hebben de beeldhouwers vroeger ook nog eens verkeerde steensoorten gebruikt. “De meeste beeldhouwwerken zijn gemaakt van zandsteen uit de Karpaten en van een poreuze steensoort die we 'pinczów' noemen en die ten noordwesten van Kraków werd gewonnen”, zegt Stepien. “Beide materialen zijn zacht en gemakkelijk te bewerken. Maar ze zijn daardoor ook uiterst gevoelig voor klimaat en vervuiling. Zandsteen bestaat in feite uit zand en een lijmlaag en vooral die lijmlaag wordt aangetast door zwaveldioxide en andere elementen in de lucht. Waardoor de steen geleidelijk verpulvert. De ruwe buitenkant is bovendien een gemakkelijke prooi voor roet en aanslag. Daardoor raken de poriën verstopt en kan het vocht moeilijk uit de steen ontsnappen.”

De zwaveldioxide gaat volgens Stepien een chemische reactie aan met de steen, waardoor zouten ontstaan (vooral calciumsulfaat), een chemisch proces dat nog wordt versneld onder invloed van koolmonoxide. Als het vocht verdampt kristalliseert het zout, waardoor het uitzet. Dat gaat met een enorme kracht gepaard, waartegen geen enkele de steen is opgewassen. Stepien: “Dit effect is al lang bekend. In oude boeken wordt beschreven hoe legers in het geheim zout in de muren achterlieten als ze gedwongen werden zich terug te trekken.”

Ten tijde van het communisme was het niet mogelijk om openlijk te spreken over de gevolgen van de vervuiling voor de monumenten. De opkomst van de vrij vakbond Solidariteit in het begin van de jaren tachtig zorgde voor een doorbraak. Wetenschappers en journalisten richtten de Poolse Ecologische Club (PKE) op, met als eerste succes de sluiting in 1981 van een ontoelaatbaar vervuilende chemische fabriek in Skawina, ten zuidwesten van Kraków. Ook werden plannen ontwikkeld voor het omschakelen naar gasverwarming in de oude stad.

Het militaire bewind dat erop volgde maakte een einde aan de invloed van de milieubeweging. Maar de PKE ging ondergronds door met haar werk en nam in 1989, na de val van het communisme, deel aan gesprekken waarin het toekomstige milieubeleid voor Polen werd uitgestippeld.

In Kraków werd voortgebouwd op de plannen van tien jaar daarvoor. De binnenstad werd zoveel mogelijk autovrij gemaakt en wetgeving dwong de industrie tot technologische vernieuwing. “Het grootste ecologische succes in Polen was echter de economische crisis”, aldus Stepien. “De produktie in Nowa Huta is tot een derde gereduceerd. Maar het blijft wel zware industrie. Enkele jaren geleden bestonden er plannen om vanwege de ligging, om te schakelen op lichte metaalindustrie. Mede onder druk van de vakbeweging is dat helaas niet gebeurd.” De huidige modernisering van Nowa Huta maakt ecologisch beleid voor de toekomst alleen maar moeilijker - een oude, afgeschreven chemiefabriek sluiten is eenvoudiger dan een nieuwe staal-produktielijn.

“Het verminderen van de vervuiling is het allerbelangrijkste is, maar we kunnen we daar niet op gaan zitten wachten”, zegt Stepien. “Met nieuwe technieken werken we aan de conservering van onze monumenten. Alleen de buitenkant schoonmaken is zinloos. Ook de rommel die in de steen zit moet eruit. Daarna moeten we het materiaal versterken en uiteindelijk hebben we een beschermlaag nodig om te voorkomen dat we volgend jaar weer opnieuw kunnen beginnen.”

Vooral het aanbrengen van een beschermlaag is onder restauratoren niet onomstreden - volgens sommigen doet het meer kwaad dan goed. Maar Stepien laat zien wat er gebeurt als hij het niet doet. Een klein stukje van een steen van de kathedraal is vorig jaar schoongemaakt en onbeschermd achtergelaten, de rest kreeg een beschermlaag. Het onbeschermde stukje is al weer helemaal zwart.

Stepien: “We experimenteren met verschillende siliconen-preparaten. We brengen een laag aan die enerzijds moet voorkomen dat het vocht in de steen trekt, maar die anderzijds het vocht wel de kans moet geven eruit te komen.”

Bij de grote toegangspoort van de kathedraal laat Stepien zien wat er inmiddels is bereikt. Drie jaar geleden is de poort behandeld en hij ziet er nog behoorlijk uit. “Dit was een speciaal geval. Deze steen komt uit de Dolomieten. Bij onderzoek bleek dat de steen door de vervuiling vol zat met magnesiumsulfaat. Dat heeft grote gaten binnenin het materiaal gemaakt. Met speciale injecties hebben we de steen inwendig schoon gemaakt.

“Maar het grootste probleem was het herstellen van de fouten van onze voorgangers. De koperen kap was verkeerd aangebracht, ze hadden hem een paar centimeter verder moeten laten overhellen. Nu kon het water direct de muur binnensijpelen.”

Was dat slordigheid, of gewoon onwetendheid? Stepien antwoordt niet direct en hij lacht. “Ik weet wat u hierna wilt vragen. Welke onherstelbare menselijke fouten zullen mijn opvolgers over een paar generaties ontdekken?”