Beeldbepalende artefacten

P. NIJHOF: 101 Industriële monumenten

144 blz., geïll., Waanders 1996, ƒ 45,-

Toen enige weken terug korenmolen 'De Walvisch' in Schiedam vlam vatte en het totale binnenwerk, de kap en de wieken verloren gingen, leverde dat een flink spektakel voor de TV en vurige voorpagina's van vele kranten op. Er werd moord en brand geschreeuwd over het verlies van een zo belangrijk en beeldbepalend monument, maar nog tijdens de nablussing werd al geruststellend medegedeeld dat restauratie absoluut zeker was. Inmiddels zijn van particulieren en bedrijven al toezeggingen gedaan voor grote bijdragen in het herstel.

Zo'n kolossale, twee eeuwen oude molen op die plaats verdient natuurlijk ook bijzondere aandacht, maar wàt als die molen nu eens een 120 jaar oude monumentale meelfabriek was geweest op een even beeldbepalende locatie? Zou de plaatselijke gemeenschap dan ook in twee weken een ton op tafel hebben gelegd als bijdrage in het herstel? Vermoedelijk niet, althans dat heeft het nieuws niet gehaald. Een dag voor het vuur in de 'De Walvisch' ging in Vlaardingen de voormalige stoommeelfabriek 'De Maas' (later 'De Pelmolen') in vlammen op, om geruisloos uit de tastbare geschiedenis te verdwijnen. Toch vertoonden de gebouwen grote overeenkomsten. Beide zagen een nieuwe toekomst tegemoet: de molen na een zojuist voltooide restauratie, de fabriek door een kort voor de brand begonnen verbouw tot appartementen. Vooral echter doordat beide bij de bouw waren bestemd tot het malen van graan en ze twee opeenvolgende typen van achterhaalde grootschalige produktiewijzen vertegenwoordigen.

Het jaar 1996 is in Nederland uitgeroepen als Jaar van het Industrieel Erfgoed en dat zullen we weten ook. Het spits werd op 29 februari afgebeten met de aanbieding van een staalkaart van industriële monumenten aan Staatssecretaris Nuis. Dat mocht ook wel, want hij deed vorig jaar een flinke duit in het zakje van de monumentenzorg.

Toppers

De presentatie vond plaats in een van de internationaal vermaarde toppers van bedrijfsmonumenten, de Van Nellefabriek in Rotterdam, die ook in een indrukwekkende detailfoto op het omslag prijkt. Die afbeelding is overigens weinig representatief voor de verdere inhoud van het boek, waarop de artistieke hand veel minder vat heeft gehad. De meeste foto's laten de onderwerpen in hun totaliteit zien, zonder opsmuk, vrij van sentiment. Zijn de objecten mooi? Je moet ervan (leren) houden en je moet verder kijken dan de eerste blik, je verbeelding de loop laten en dan oordelen. Maar schoonheid bezitten in elk geval de Fokker Friendship en het voormalige Rijksarchief in Den Haag. En én ding is zeker: industriële monumenten zijn vaak duidelijke stappen voorwaarts in constructiewijze, materiaalgebruik en vormgeving. Auteur Peter Nijhof is ongetwijfeld de paus van de Nederlandse industriële archeologie. Met veel kennis van zaken wist hij een representatief beeld van het nationale erfgoed van bedrijf en techniek bijeen te brengen en van begeleidende teksten te voorzien. Hij heeft zich niet beperkt tot de jaren voor de Tweede Wereldoorlog, maar ook een aantal modernere voorbeelden opgenomen, om zo de continuïteit in de architectuurgeschiedenis te beklemtonen. Zeer bijzonder zijn inmiddels de nog tot ver in de jaren '60 in groten getale in gebruik zijnde gashouders, beeldbepalende artefacten die jongvolwassenen als compleet onbekend kunnen voorkomen. Bij de Wester gasfabriek in Amsterdam kunnen ze er nog een zien, en door hergebruik als theater nog inwendig ook. Recent werd er helaas nog een gesloopt in Leiden, die in neergelaten toestand jarenlang een vrijwel onopgemerkt bestaan had gehad. De vondst van aardgas was de doodsteek voor de gemeentelijke gasfabrieken, maar ook voor de steenkoolmijnen in Zuid-Limburg. Nijhof selecteerde de, ook door een afbeelding in een aantal treinen bekend geworden, mijnschacht Nulland te Kerkrade als relict van de winning van het 'zwarte goud'. De spoorwegen zelf zijn onder meer vertegenwoordigd door een zeldzaam type locomotiefloods uit 1907 in Roosendaal. In een 13-tal hoofdstukken komen zo verder onder andere huisvesting, produktie en opslag en overslag aan bod.

Dat echter ook déze paus niet onfeilbaar is moge blijken uit enkele missers bij de beschrijving van de ontwikkeling van de vaarwegen van Amsterdam naar de Waal en de bewering dat de Velsertunnel onder het Noordzeekanaal al in 1946 bestaan zou hebben. In werkelijkheid was er toen slechts sprake van in 1939 begonnen en in 1942 afgebroken werkzaamheden.

Het vervolg kwam in 1952 en de opening vond pas plaats in 1957. Ik was er zelf bij. 101 industriële monumenten is een boek dat via het geschenkencircuit een belangrijke eye opener kan zijn voor zeer velen die maar al te gemakkelijk die 'ouwe troep' zouden willen platgooien. Misschien dat na kennisname van de boodschap in dit werk de beurs nog eens opengaat ten behoeve van behoud van een bedreigd monument van bedrijf en techniek, maar te hopen is in elk geval dat het de opinie enigszins zal beïnvloeden en het grotendeels door vrijwilligers gedragen vangnet zal versterken. Een promotioneel boek, dat het Jaar van het Industrieel Erfgoed op gepaste en hopelijk doeltreffende wijze ondersteunt.

    • A.F.J. Niemeijer