Anders lelijk

Goedkope spullen zien er lelijk uit omdat ze uit minder materiaal haastig in elkaar geflanst zijn: dat is hun technische lelijkheid. Ze zien er vaak ook slecht uit omdat ze moeten lijken op iets wat ze niet zijn, iets anders, iets beters: dat is hun imitatieve lelijkheid. Maar ik heb hier al eens beweerd dat er ook een toegevoegde lelijkheid bestaat: goedkope dingen worden door de fabrikant met opzet nog wat lelijker gemaakt. Dat gebeurt omdat de kopers met hun pas gekochte spullen geen afgunst willen wekken bij hun gelijken en geen jaloezie bij rijkere mensen.

Maar is dat wel zo?

Ik ben er nog niet zo zeker van. Misschien is er voor alle toegevoegde lelijkheid wel een technische verklaring te vinden en blijkt dat die lelijke details inderdaad de produktiekosten verminderen en dus niet omwille van de lelijkheid waren aangebracht. Zoiets moet uit te zoeken zijn door technische specialisten en bedrijfseconomen.

Maar wat als toch zou blijken dat er lelijke kantjes aan een produkt zitten die helemaal niet kostenverlagend werken. Zijn die dan met opzet toegevoegd om het nog lelijker te maken? Zo'n vlekkerig pantermotief in plaats van een helder-grafische zebra-streep, wie zal zeggen of dat lelijker is?

Niemand toch?

Laat ik het dan maar doen: Pantervlek is lelijker dan zebra-streep.

Toegegeven, gezaghebbend ben ik niet in diermotieven, laat staan in kwesties van mooi of lelijk in het algemeen. Er zijn wel mensen met een toonaangevende smaak die met de zekerheid van een slaapwandelaar tot hun oordeel komen: mode-ontwerpers, museum-directeuren; maar die geven nooit een omschrijving van hun maatstaven. Dat is ook meer een taak voor filosofen die zich in het bijzonder met de esthetica bezig houden. De weinigen die zich daarin specialiseren zullen over zulke vragen geen uitsluitsel bieden want dat wordt veel te moeilijk als je er een keer voor gestudeerd hebt.

Als er dus al details in een goedkoop produkt worden ontdekt die niet te verklaren zijn als kosten besparend, dan moet nog worden aangetoond dat ze het ding niet verfraaien maar juist lelijker maken en daarvoor ontbreekt een alom aanvaard criterium.

Maar stel, een aantal mensen met kijk op ontwerpen zou concluderen dat aan goedkope massa-produkten inderdaad regelmatig lelijkheid wordt toegevoegd, dan was dat toch een ontdekking van formaat, van minstens evenveel belang als de vondst van nog een mu-boson of van een zoveelste ziekte-gen.

En toch, als dit belangrijk feit zou worden aangetoond, dan zou driekwart van de lezers reageren met de verzuchting dat ze dat allang wisten en dat je maar één keer hoeft te gaan winkelen bij de prijzenkraker of de stunthal om dat op te merken. Maar nu ik dit hier zomaar uit mijn blote hoofd opschrijf weet datzelfde driekwart van de lezers dat ik er volkomen ongelijk aan heb.

Er is nog een verschil met de natuurwetenschappen. Niemand weet vóór de ontdekking of zo'n elementair deeltje en zo'n ziekmakend gen bestaan. Maar wie weet zijn nu in geheime kelders ontwerpers in het diepste geheim doende met de verlelijking van het Nederlandse produktenpakket. Eén enkele bekentenis of zelfs maar een anonieme brief (met veelzeggende ontsierende details) zou de ontraadseling al een eind op weg helpen.

Zelfs als het verschijnsel van de Toegevoegde Lelijkheid eenmaal onomstotelijk is aangetoond, dan nog blijft het pure speculatie om te beweren dat arme mensen lelijke spullen kopen om zo jaloezie en afgunst in hun omgeving te vermijden.

Misschien willen ze wel iets heel anders bereiken. Misschien vinden ze voorwerpen waarvan inmiddels objectief zal zijn vastgesteld dat ze onnodig lelijk zijn wel mooier. Dat zou dan kunnen liggen aan hun voedingsgewoonten of hun bloedsuikerspiegel of hun beperkt scholing, het zou zelfs een nevenwerking kunnen zijn van het gevreesde armoede-gen (dat ongetwijfeld snel ontdekt zal worden zodra het biologisch onderzoek geheel geprivatiseerd is en zich eindelijk kan aanpassen aan de noden van de vrije markt).

Er zit ook iets vervelends in die beschouwingen over arme mensen: alsof het over een heel ander soort wezens gaat die zelf niets hebben bij te dragen aan de discussie die over hen, zonder hen, gevoerd wordt. Maar bijna alle sociaal-wetenschappelijk onderzoek gaat over arme en zielige mensen. Alleen heten die dan anders en een lange reeks verhullende termen moet het feit maskeren dat zij en de onderzoekers niet sociaal gelijk zijn aan elkaar. Uiteraard zijn de onderzoekers weer de minderen van rijke, aanzienlijke en machtige mensen. Maar die kijken wel uit om zich te laten onderzoeken, die hebben helemaal geen tijd voor vragenlijsten en gooien de enquêteurs gelijk het huis uit. Machtige en rijke mensen hebben zelf onderzoekers in dienst die van nog weer andere mensen nagaan wie wel wat harder kan werken en wie nu aan de beurt is voor ontslag.

Armoede is maatschappelijk tekort, om het even aan wat: aan geld, gezondheid, onderwijs, woonruimte, zeggenschap, prestige, en, waarom eigenlijk niet, ook aan liefde. Maar ik zou meer willen weten van iets anders dat om arme mensen hangt, de lelijkheid. 'De esthetiek van de marginalisatie' zou dat komen te heten in het modern idioom, in dat jargon dat alles interessant maakt en alles verhult.

Met de zekerheid van een slaapwandelaar weet ik dat de spullen voor arme mensen nog lelijker gemaakt worden dan nodig is en dat zij ze ook daarom kopen. Maar tijdens mijn wakkere uren kan ik daar niets van bewijzen.

    • A. de Swaan