Vernietigend

Hartelijk welkom bij het wekelijkse vragenuurtje van de minister. Excellentie, als ik mag recapituleren wat er tijdens uw regeerperiode is gebeurd dan zou je kunnen stellen dat het allemaal is begonnen bij het GTK-rapport.

“Inderdaad. Dat is voor ons allen een bijzonder pijnlijk rapport geweest.”

Een vernietigend rapport.

“Dat zijn úw woorden. Ik zou liever willen spreken van een kritisch rapport, al moet ik toegeven dat de opstellers bepaald geen blad voor de mond hebben genomen. Maar de vraag was natuurlijk: hoe ga je met zo'n rapport om. Wij hebben toen gezegd: laten wij niet in paniek raken. Laten wij in eerste instantie alles intern regelen, maar wel zo dat wij daarbij een zo groot mogelijke openheid betrachten.”

En toen kwam het SLB-rapport Gaasterland daar overheen.

“Wij wisten dat het zou komen, dus wij waren niet onmiddellijk verrast door de conclusies.”

Maar die waren in alle opzichten vernietigend.

“Zeker, ik wil beslist niet ontkennen dat de conclusies zeer kritisch waren. Wij hebben toen gezegd: niemand heeft wat aan een schrikreactie. Laten wij daarom beginnen met een afkoelingsperiode om de zaken op orde te brengen. Pas daarna zullen wij nagaan waar precies de verantwoordelijkheden hebben gelegen.”

De oppositie acht het onvermijdelijk dat er koppen gaan rollen.

“De oppositie vindt dat er koppen moeten rollen? Hahaha! Herinnert u zich nog het befaamde NZA-rapport, dat uitkwam toen de oppositie zelf in de regering zat?”

Het NZA-rapport over de CFQ-affaire?

“Precies. Dat rapport was pas ècht vernietigend! De toenmalige coalitie, waarvan de huidige oppositie deel uitmaakte, heeft destijds het standpunt ingenomen dat een zekere loyaliteit noodzakelijk is voor een goede samenwerking.”

Toen de oppositie in de regering zat, zat u in de oppositie. Als ik het mij goed herinner, heeft u indertijd gepleit voor harde maatregelen tegen een aantal betrokkenen.

“Daar kom ik ook rond voor uit, dat is het parlementaire spel, maar als regering en als regeringspartij heb je natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid. Het is typisch Nederlands om te roepen dat er koppen moeten rollen, maar het behoort, lijkt mij, tot de normale rechtsgang binnen een volwassen democratie dat men zorgvuldig te werk gaat. Wij zijn daarom steeds een voorstander geweest van functioneringsgesprekken, waarbij de betrokkenen niet onmiddellijk in het verdachtenbankje worden geplaatst.”

Nu is gisteren het DWR-rapport uitgelekt over de PHU-affaire. Als de berichten in de pers juist zijn, gaat het hier om een rapport waarvan de conclusies volstrekt vernietigend zijn. Het rapport schijnt zelfs te spreken van een onhoudbare situatie.

“Ik heb dat ook gelezen, maar zolang er nog geen beslissing is genomen over een eventuele publikatie van dat rapport wil ik niet op de feiten vooruitlopen. Maar ik sluit niets uit. Wel moet het mij in alle eerlijkheid van het hart dat ik mij de laatste tijd nogal eens heb geërgerd aan enkele van onze coalitiegenoten, die hebben verklaard dat de bal langzaam rolt in de richting van de verantwoordelijke korpschefs en rayonhoofden. Mogelijk zelfs in de richting van het kabinet! Je vraagt je af welk doel met zo'n opmerking wordt gediend. Het is ontegenzeggelijk waar dat er fouten zijn gemaakt, ik ben de laatste om dat te ontkennen, maar ik dacht dat wij zo toch niet met elkaar omgaan.”

Ten slotte is vanmorgen het lang verwachte VJX-rapport verschenen, waaruit blijkt dat uw staatssecretaris een driedubbele roofmoord heeft gepleegd, waarbij hij niet alleen al het vrouwelijke baliepersoneel heeft verkracht, maar vermoedelijk ook de bankdirecteur. Denkt u dat deze staatssecretaris nog te handhaven is?

“Dat is een delicaat probleem, dat om een delicate oplossing vraagt. Maar één ding is zeker: wij moeten absoluut voorkomen dat dit een partijpolitieke kwestie wordt. Daar is niemand mee gediend.”

    • Max Pam