'Situatie in Liberia verslechtert'

NEW YORK, 5 JAN. De situatie in de Westafrikaanse staat Liberia verslechtert zo snel dat een “grote humanitaire ramp” niet uitgesloten kan worden.

Dat zegt de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, in een rapport dat hij naar verwachting volgende week aan de Veiligheidsraad aanbiedt. De verschillende krijgsheren trekken zich steeds minder aan van het vredesakkoord dat ze vorig jaar sloten, aldus Boutros. ECOWAS, de Westafrikaanse vredesmacht die toezicht op de naleving van het akkoord moet houden, is niet groot genoeg en mist de uitrusting om iets aan de verslechtering van de situatie te doen.

De burgeroorlog in Liberia begon in 1989, toen de krijgsheer Charles Taylor met een legertje het land binnenviel. In de loop van de strijd zakte het land weg in totale anarchie. Naar schatting 150.000 mensen kwamen om het leven in de burgeroorlog, de helft van de ongeveer drie miljoen inwoners van het land is ontheemd of naar het buitenland gevlucht.

Volgens Boutros moet de internationale gemeenschap dringend stappen ondernemen om ECOWAS in de gelegenheid te stellen zijn mandaat uit te voeren. “Tot nu toe heeft het niet beschikbaar stellen van de noodzakelijke middelen (aan ECOWAS red.) de facties de mogelijkheid geboden om de zaak uit te stellen en terug te komen op hun toezeggingen.”

Vorige week is het Wereld Voedsel Programma (WFP) van de Verenigde Naties begonnen om voedsel over te vliegen naar een aantal kampen in West-Liberia, waar ongeveer 22.000 mensen vast zitten als gevolg van gevechten tussen milities. Volgens het WFP sterven gemiddeld vijf mensen per dag door ondervoeding in Cape Mount County, bij de grens met Sierra Leone. (AP)