Procureur-generaal Steenhuis: Geen vervolging euthanasie op wilsonbekwamen

GRONINGEN, 5 APRIL. Artsen die op een medisch en ethisch zorgvuldige wijze het leven van een zwaar gehandicapte pasgeborene beëindigen, worden niet meer vervolgd.

Dat zegt de procureur-generaal D. Steenhuis in Leeuwarden naar aanleiding van de uitspraak in de zaak-Kadijk.

Het gerechtshof in Leeuwarden ontsloeg huisarts G. Kadijk gisteren van rechtsvervolging, omdat hij zorgvuldig had gehandeld bij het beëindigen van het leven van een ernstig gehandicapte baby. In oktober deed het gerechtshof in Amsterdam in de vergelijkbare zaak-Prins dezelfde uitspraak.

“Wij geven van tevoren aan artsen niet een machtiging af, maar we zullen artsen die zich binnen de marges van de zaken Kadijk en Prins bewegen niet meer vervolgen”, zegt Steenhuis. Dat was volgens Steenhuis voor deze zaken ook al de opvatting van het college van procureurs-generaal. Het openbaar ministerie stelde toch vervolging in omdat minister Sorgdrager hiertoe een aanwijzing gaf. Zij wilde zo rechtsregels krijgen voor het levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwamen.

Bij justitie hebben zich sinds oktober vijf artsen gemeld die het leven van een gehandicapte pasgeborene op zorgvuldige wijze hebben beëindigd. Met toestemming van minister Sorgdrager heeft justitie deze zaken geseponeerd. Steenhuis zegt daarnaast één geval te hebben waarin wel vervolging wordt overwogen. Deze arts zou niet geheel zorgvuldig hebben gehandeld. Steenhuis wil nog niet op deze zaak ingaan.

Een positieve ontwikkeling van de proefprocessen noemt Steenhuis het feit dat artsen de levensbeëindiging van wilsonbekwamen vaker melden. “Tot voor kort werden weinig gevallen gemeld. Maar na de uitspraak in de zaak-Prins lijken artsen zich, net als bij euthanasie op wilsbekwamen, meer aan de meldingsprocedure te houden.”

Het openbaar ministerie gaat niet in cassatie bij de Hoge Raad tegen de uitspraak in de zaak-Kadijk. “Dat kunnen we niet omdat we precies hebben gekregen wat we willen.” Steenhuis zegt met de twee uitspraken van gerechtshoven goed uit de voeten te kunnen en vindt behandeling van de zaak door de Hoge Raad niet noodzakelijk. Sorgdrager kan de Hoge Raad zelf vragen om cassatie 'in belang der wet'. Dit deed zij ook bij de zaak-Prins, maar toen kreeg zij nul op het rekest.

Kadijk zei gisteren in het belang van de beroepsgroep een cassatie te overwegen, maar hij wil niet het risico lopen veroordeeld te worden in het betalen van alle proceskosten. Hij wil hierover overleggen met Sorgdrager. De minister wees echter een verzoek van Prins om de financiële risico's voor haar rekening te nemen van de hand.