Pinkeltje en Komrij

Maatstaf 3. De Arbeiderspers, 78 blz. ƒ 22,50. Vooys 2. Universiteit van Utrecht, 64 blz. ƒ 8,75

Een nieuwe redactie, een nieuw gezicht: Maatstaf heeft nu ook het uiterlijk veranderd. 't Is niet lelijk, met matzilveren letters op een blauw fond, alleen staat nu de inhoudsopgave dwarsgedrukt over voor- én achterplat, wat niet erg handig werkt. Je zult trouwens als auteur van een artikel of verhaal maar op de achterkant belanden - ik voorzie een maandelijkse strijd bij de Arbeiderspers over wie nu op de voorkant mag prijken en wie achterop moet.

Het eerste nummer van deze nieuwe redactie, bestaande uit Arbeiderspersianen Ronald Dietz, Martin Ros, Peter Nijssen, Aart Aarsbergen en oud-Optima-redacteur Henk Pröpper, bevatte hoofdzakelijk artikelen over politiek. Dat is in dit tweede nog niet tot normalere proporties teruggebracht, maar nu voert de literatuur gelukkig de boventoon. Pröpper opent met een stuk over Mitterand, 'Janus van Jarnac', Arnold Jansen op de Haar (1962) schreef als ex-beroepsmilitair - nu full-time literair schrijver - enkele gedichten als requiem voor Joegoslavië, en Hans Olink onderzocht de houding van de communistische Theun de Vries jegens zijn DDR-vrienden tijdens de Koude Oorlog. Na de inval van de Sovjets in Praag zegde De Vries zijn lidmaatschap op van de Deutsche Akademie der Künste, die hem toch al weinig profijt of plezier had gegeven. Schrijven en politiek hadden in die tijd alles met elkaar te maken. Twaalf jaar eerder, na de Russische inval in Boedapest, werd de schrijver geroyeerd als lid van de Nederlandse P.E.N. Hij reageerde furieus: 'Toen ik Simon Carmiggelt op het Rokin tegenkwam, stapte ik op hem toe om hem in het gezicht te spuwen. Hij keerde zijn gezicht met een zekere gelatenheid af, en ik geneerde me'.

Arnold Jansen op de Haar varieert in zijn Joegoslavisch Requiem uitbundig op enkele regels van James Fenton. Zijn refrein wordt geleidelijk tot een Mea Culpa, Mea Maxima Culpa - 'het is niet wat ik heb gezien/ het is wat ik niet heb gezien/ het is eeuwig omzien (-) het is niet wat ik doe/ het is wat ik niet doe/ het is dat ik meedoe (-) het is niet wat ik schrijf/ het is wat ik niet schrijf/ het is wat ik verdrijf'.

Vergelijkbaar verontschuldigend klinkt Fred Lanzing (1933) in 'Oom Karel', een combinatie van een objectief historisch verslag en een geëmotioneerd ik-relaas van een koloniaal in Nederlands-Indië die zijn koelies uitbuit en mishandelt. Een soort verliteratuurd Rhemrev-rapport lijkt het, en inderdaad geeft de auteur in een voetnoot aan de martelincidenten ontleend te hebben aan dat betreffende verslag van Hollandse wandaden, zoals enkele jaren geleden gepubliceerd door Jan Breman. Lanzing laat 'Oom Karel' in een nogal nadrukkelijke symboliek voortdurend zijn handen wassen, in lysol. Tot de botten bloot liggen en jonge nationalisten hem, eenzaam en vervuild, als een anachronisme in 1945 executeren.

Ook het Utrechtse tijdschrift Vooys neemt een opleving van het engagement in de literatuur waar, maar beperkt dat niet tot het politieke. Zo ruim als 'menselijke waardigheid' ziet dit blad het begrip, en vangt daaronder bijdragen over Primo Levi, Whoopi Goldberg, vrouwen in achttiende-eeuwse dichtgenootschappen, Pinkeltje, en zelfs Gerrit Komrij.

Primo Levi (1919-1987) overleefde als joodse verzetstrijder het concentratiekamp Auschwitz en schreef daar overweldigende, sobere verhalen over, met de expliciete bedoeling het onnoembare en onbevattelijke uit te leggen aan de rest van de wereld. Karin Smeets las zijn Is dit een mens (in 1963 al in het Nederlands verschenen als Eens was ik een mens) en de essays van De verdronkenen en de geredden en legt uit dat de schrijver zich op vier begrippen heeft geconcentreerd om de onoverbrugbare afstand tussen de overlevenden en de mensen die nooit in een kamp zaten te verkleinen. De taal, de tijd, de mens en de menselijke schaamte hadden in Auschwitz een volstrekt andere betekenis of waarde, en Primo Levi heeft geprobeerd zijn lezers dat te laten navoelen. Eigenlijk was het engagement van Levi er een van de naarste soort: analyseren, uitleggen en de ander overtuigen, en toch hindert het nergens ook maar een moment. Misschien komt dat door zijn verleden, dat we willen respecteren, maar misschien nog meer door zijn weliswaar betrokken maar toch onvoorstelbaar afstandelijke toon. 'Men bedenke dat het Lager ook en niet in de laatste plaats een reusachtig biologisch en sociaal experiment is geweest', schreef hij koel - in 1947.

Is Gerrit Komrij een geëngageerd auteur? Ach nee, hij staat in Vooys als contrapunt met al zijn ironie, estheticisme en boven de werkelijkheid verheven kunstwereld. Helleke van den Braber las twee cruciale gedichten, heel close, het overige werk wat vluchtiger en concludeert dat de schrijver een meester van het rookgordijn genoemd kan worden. 'Ironie, spot en overdrijving zijn hierbij zijn wapens, terwijl de glasheldere stijl waarin zijn poëzie en proza is gesteld de 'betekenis' of 'boodschap' ervan merkwaardig genoeg eerder verbergt dan onthult'. Er zou al een kloeke bundel samen te stellen zijn van Komrijforschung, maar geen mens komt in zijn buurt, hij heeft alle wegen die tot hem leiden gebarricadeerd met zotte, venijnige, of op zijn minst relativerende uitspraken. Wie durft nog?

De 24 Pinkeltjes van Dick Laan zijn op dit moment niet of nauwelijks leverbaar in de boekhandel. Ze worden op verzoek van uitgeverij Unieboek 'hertaald' door Suzanne Braam, die de beroemde kinderboeken van hun 'oubolligheid' moet zien te ontdoen. Eerder 'hertaalde' zij Enid Blyton, Karl May, Selma Lagerlöf, J.B. Schuil, en Dik Trom. Braam schrapt bijvoorbeeld veel van de verkleinwoorden die Laan gebruikte. 'Toch vind ik het niet bij een oud mannetje passen als er staat 'Bij Pinkeltje rolden de traantjes over zijn wangetjes'. Bij Dick Laan huilt hij veel vaker dan ik hem laat huilen. Ik vind dat zo'n kletskoek, een volwassen mannetje met een baardje dat voortdurend met tranen in zijn ogen zit.' De modern geëngageerde 'hertaalster' haalde uit De Katjangs racistische trekjes, maakt van Pinkeltje's vrouw Pinkelotje een ietsjes geëmancipeerder type, en verandert 'O o o wat regent het, plitter plitter plitter' in 'Het is hondeweer'.

    • Margot Engelen