Operatie Mammoet

Ik zie het meteen. Tussen alle post op de deurmat springt de grote kraanwagen bijna van de krantenfoto op het huis-aan-huis-blad.

Nog in de gang, naast de kapstok lees ik waar ik al die tijd op heb gewacht: maandag aanstaande rukken vier Mammoetkranen op naar het centrum van ons dorp. Het pand van de opticiën is verzakt en moet twee meter worden opgetakeld, staat er. De Herkules en Mammoets die dat gaan doen zijn de grootste van Europa. Ze worden geholpen door kranen van het bedrijf waar ik elke week wel een keer ga kijken. Waar de twee- en drie-assers tegen kwart voor vijf de bocht om komen gieren. Ik ken ze, lees over ze in het gele Speciaal Transportmagazine en spot ze op de hoek van de Rijksstraatweg. Van de telescoopkranen met een capaciteit van 1000 ton tot de autokranen voor een snelle klus. Hun schaalmodellen rijden over mijn werkplank: de vijf-asser van Liebherr, de zes-asser van Grove, de Demag, de 30- en 60-tonners van Krupp, de rode PPM met de achterwaartse giek. In mijn computer staan rijen kraanbedrijven opgeslagen en in de vakantie ga ik op de bouwplaatsen kijken. Uren, liefst hele middagen. Het optoppen. Het monteren van de giek. En nu hier, in mijn dorp, vlakbij.

Ik MOET maandag vrij, roep ik naar mijn moeder. Maar ik weet al zeker tien redenen waarom dat niet zal mogen. Je hebt een proefexamen Engels - je hebt net een paar dagen extra vrij gekregen - stel je voor dat iedereen zomaar een dagje thuisblijft als er een bouwkraan in het dorp staat. Nou en? Wat is er nu belangrijker? Alsof dit 'zomaar een dagje' is, en 'een bouwkraan'. Misschien is het wel een Liebherr LTM 1300. “Wat staat er dan precies?” Mijn moeder grijpt naar het krantje. Er is nog hoop.

Ik lees het stuk op de voorpagina hardop. Het gaat verder op pagina 4, want het wordt de grootste takelklus uit de Nederlandse geschiedenis. Twee kraanmachinisten hebben er in Amerika zelfs een speciale cursus voor gevolgd. Onder het pand wordt een bijzondere constructie geschoven met 360 hijspunten. Hangt het pand eenmaal twee meter boven de grond, dan kunnen de bouwers er veilig een harde kunststof-fundering onder aanbrengen. “Dat hele huis twee meter boven de grond?” Hè hè, mijn moeder krijgt door dat het hier om iets unieks gaat. Ik doe er nog een schepje bovenop: er komen wel vier tv-ploegen en hier staat dat er duizenden toeschouwers worden verwacht. En dat de winkel gewoon open blijft. “Contactlenzen laten aanmeten als je twee meter boven de grond bengelt zeker?” Nou ja, zeg ik vlug, dat zal wel een drukfout zijn. Maar ik bel zelf wel op naar school dat ik erbij MOET zijn.

“De hoeveelste is het maandag?” vraagt mijn moeder. Het gaat lukken!! Ik pak mijn agenda. Er staat een 1 op maandag en ik voel meteen dat ik de maand niet wil weten. Ik lees het hele stukje nog eens over. “Goeie grap”, zegt mijn moeder. Grap, grap? Helemaal geen grap, het is toevallig maandag ook nog eens 1 april en ja, toevallig hebben ze die datum niet in het artikel gezet, maar dat is logisch, want 'aanstaande maandag' dat is toch voldoende? Dan weet toch iedereen wanneer het gebeurt. Ik weet het heel zeker: mijn moeder zal zich de haren uit het hoofd trekken, maandag. Als de Duitse, de Belgische en de Nederlandse tv-ploegen het hijsspektakel van de eeuw staan te filmen, En als later bekend wordt dat de grootste kranengek van het hele dorp van zijn vader en moeder naar school moest.

Ik baal, ik ga naar buiten en rij naar het dorp. Natte sneeuw waait over het pand van de opticiën en tegen mijn wangen. Ik zie heus wel dat de deur niet onder de grond zit. En ik weet ook wel hoeveel twee meter hoog is. Maar ik weiger te geloven dat het een 1 april-grap is. Vier mammoetkranen, twee Demags met superlift en 360 hijspunten. De grootste hijsklus van Europa, bij mij in het dorp. Dat is toch veel te mooi om niet waar te zijn.