Nieuwe tijd bedreigt het erfgoed van China

XUZHOU, 5 APRIL. Burgeroorlog, Culturele Revolutie en kapitalistische vernieuwing hebben in de recente geschiedenis van China met een dramatische snelheid menig historisch relikwie verwoest. Maar onder de grond, in het donker van de aangestampte aarde, bevindt zich nog steeds een compleet museum.

De moderniseringsgolf in China laat langzamerhand ook die bodemschatten niet meer onberoerd. Voor plaatselijke overheden is het zoeken naar potscherven opeens een lucratieve bezigheid geworden.

Zo ontdekten archeologen in Xuzhou diep in een bergwand de graftombe van koning Liu Wu, volgepropt met keukengerei, geld, eten, beesten, sieraden, wapens en alles wat Liu verder in zijn leven had gebruikt. Het spectaculairst is de lijkwade van koning Liu, bestaande uit duizenden stukjes jade.

“Alles wat we vonden was prachtig, vooral de eerste dagen, want toen had alle keramiek nog kleur”, aldus archeoloog Wang Hai. Door verandering in de luchtgesteldheid en als gevolg van het daglicht waren alle kleuren binnen vier dagen verdwenen.

Daarom probeert men de graven nu dicht te houden. Dat wordt steeds moeilijker. Wat twintig jaar geleden geen waarde had, blijkt nu zeer veel Chinese yuans op te leveren. Volgens Wang Yuxin, archeoloog aan de Chinese academie van wetenschappen in Peking, heeft “de macht van het grote geld” de overblijfselen van China's oudste geschiedenis tot dusver meer schade toegebracht dan de Culturele Revolutie.

Meestal zijn het boeren die de archeologen op het spoor zetten van grote ontdekkingen. Als de vondst bijzonder mooi is, wordt de vinder vorstelijk beloond. “Veertig gulden kreeg de boer die gisteren met een vaas kwam aanzetten,” aldus de archeoloog Geng Jianyun. “Daar was hij erg gelukkig mee.”

    • Floris-Jan van Luyn