Nederlandse bussen veroveren straten van Saigon

UTRECHT, 5 APRIL. Voor de inwoners van Ho Chi Minh-stad, het vroegere Saigon, was het even wennen: een gele Nederlandse streekbus die volgens een dienstregeling rijdt. Maar een half jaar na de start worden op twee lijnen al bijna 20.000 reizigers per week vervoerd. En nog iedere week komer er meer passagiers. “Toch prachtig, 32 van die gele knapen in de straten van Saigon”, zegt projectmanager T. Eisma. Haar collega P. Jongmans: “Als we er niet mee doorgaan, is het in ieder geval een geslaagde vorm van economische hulp geweest.”

Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN) heeft sinds een half jaar voet aan de grond in Vietnam. De VSN Groep exploiteert met opgeknapte Nederlandse streekbussen in samenwerking met het gemeentelijk vervoerbedrijf van Ho Chi Minh-stad twee buslijnen. Binnenkort wordt in de Zuid-Vietnamese stad een derde lijn gestart.

Het Vietnam-project van VSN gaat de komende maanden een beslissende fase in. VSN onderhandelt met de Vietnamese autoriteiten en het vervoerbedrijf over de oprichting van een joint-venture die een concessie van dertig jaar zou moeten krijgen voor de exploitatie van zeven tot veertien buslijnen. Naast de 32 oude bussen zullen dan meer dan honderd nieuwe bussen naar Vietnam worden geëxporteerd. Eisma en Jongmans van PCM Management Consult in Den Haag zijn voor de activiteiten van VSN in Zuid-Oost Azië als projectmanagers ingehuurd. Zij verwachten dat in juni een beslissing valt.

Het vertrek van C.J. Nyqvist, voorzitter van de raad van bestuur, is hier volgens hen niet van invloed op. De raad van commissarissen ontsloeg hem twee weken geleden, omdat hij niet meer de juiste man op de juiste plek zou zijn. Zijn persoonlijke stijl en verschil van inzicht over de toekomst van VSN waren de redenen. Nyqvist was de grote animator om met VSN internationale markten te zoeken. Onder zijn leiding werd VSN International opgericht.

Eisma en Jongmans verwachten dat Nyqvists vertrek geen grote gevolgen zal hebben, omdat de raad van commissarissen eind januari het businessplan goedkeurde op basis waarvan nu de onderhandelingen met de Vietnamezen worden gevoerd. VSN zal volgens dit plan een belang van 70 procent in de joint-venture krijgen en Saigon Passenger Car Company, het gemeentelijk vervoerbedrijf van Ho Chi Minh-stad 30 procent. Naast regionale- en stadslijnen gaat het nieuwe bedrijf een shuttle-verbinding met de luchthaven, taxi's en een onderhoudscentrum exploiteren. VSN zal hiervoor 18 miljoen gulden investeren, waarbij de mogelijkheid bestaat dat er een participatiefonds bij wordt betrokken. De Vietnamese kapitaalsinbreng bestaat uit land en gebouwen.

“Ik kan me niet voorstellen dat er voor VSN zakelijke redenen zijn om niet door te gaan. De vooruitzichten in Vietnam zijn uitstekend,” zegt Jongmans. Mocht VSN zich met VSN International in de toekomst uitsluitend als een wereldwijd consultancy-bureau profileren, dan kan het volgens Jongmans de aandelen van de joint-venture nog altijd verkopen. VSN International heeft al een aantal advies-projecten lopen, onder meer in de Oekraïne, Polen, Roemenië en de Filippijnen.

De grote marktpotentie in Azië was twee jaar geleden de aanleiding voor VSN zich daar te oriënteren en het bureau van Eisma en Jongmans voor een marktonderzoek in te huren. Azië is volgens onderzoek uit 1994 van de Union International Transport Public de komende tien tot vijftien jaar de grootste groeimarkt voor personenvervoer. Het communistische Vietnam (72 miljoen inwoners) was als grootste land in Zuid-Oost Azië het meest interessant voor VSN. Jongmans: “Wat betreft economische groei loopt Vietnam nog wat achter op landen als Thailand en Cambodja, maar Vietnam zal de komende vijf jaar wel veel sneller groeien dan die landen. En als je er nu niet bent, kun je het over vijf jaar wel vergeten.”

VSN kwam in Ho Chi Minh-stad terecht, omdat deze stad het commerciële centrum van Vietnam vormt. Bovendien heeft het betere autowegen dan bijvoorbeeld de hoofdstad Hanoi, niet onbelangrijk voor de Nederlandse bussen. Openbaar vervoer heeft voor het gemeentebestuur van Ho Chi Minh-stad hoge prioriteit, omdat het centrum door de duizenden fietstaxi's en brommers volledig dichtslibt. De luchtverontreiniging is enorm.

Snel na de eerste reizen in 1994 kregen Jongmans en Eisma het idee concreet iets doen en niet eindeloos te blijven studeren op de kansen. “Toen ontstond het plan de streekbussen te verschepen en de twee buslijnen te beginnen. Dat we zo snel iets konden laten zien, was nieuw voor de Vietnamezen”, vertelt Eisma. De busindustrie, waaronder DAF, was met het oog op de kansen in Azië bereid met het pilotproject mee te doen. Uit alle delen van het land werden tien meter lange streekbussen gehaald, bij DVM in Meppel opgeknapt, van airconditioning voorzien en verscheept naar Vietnam. Saigon Passenger Car Company betaalde voor de bussen het symbolische bedrag van 1 dollar per stuk. Het vervoerbedrijf heeft het zogeheten Holland Bus Team opgericht, waarvan de leiding in handen is van Nederlandse managers.

De eerste bussen rijden sinds september vorig jaar. De passagiers betalen net zoveel als in andere bussen met airconditioning: 3.000 dong per rit, circa 50 cent. Dat is niet goedkoop voor een Vietnamees. Desondanks is het aantal passagiers elke week gestegen, van 1.200 in de eerste week naar nu bijna 9.000 per week. De tweede lijn maakte sinds half november een nog snellere ontwikkeling door. “Met de derde lijn komen er ook overstapmogelijkheden. Dan zal het aantal reizigers exponentieel toenemen”, aldus Jongmans.

Jongmans en Eisma vinden het proefproject nu al geslaagd. Binnenkort zal al winst worden gemaakt, waarbij de investering in de bussen niet wordt meegerekend. De indirecte effecten vinden zij net zo belangrijk. “De busindustrie heeft nu een voet aan de grond in Zuid-Oost Azië, VSN heeft er een grote naamsbekendheid door gekregen en er zijn goede contacten gelegd”, aldus Eisma. “Het is beter zoiets te kunnen laten zien dan een mooie folder”, vult Jongmans aan.

Hoewel zij vinden dat er in twee jaar veel bereikt is, is het zakendoen in Vietnam niet eenvoudig. De taal, tijdrovende procedures, voortdurend veranderende wetgeving en de kosten vormden volgens hen behoorlijke obstakels. De scheidslijn die nog altijd bestaat tussen Noord-Vietnam, waar de regering in Hanoi zetelt, en Zuid-Vietnam maakt snel zakendoen lastig. “Als je in Ho Chi Minh-stad een akkoord hebt gesloten, loop je altijd het risico dat er in Hanoi een stokje voor wordt gestoken. Je moet altijd alle partijen blijven informeren”, zegt Eisma. Het communistische land staat nog niet volledig open voor buitenlandse bedrijven. Jongmans: “Dat uit zich bijvoorbeeld in het feit dat een binnenlands vliegticket twee keer zo duur is voor een buitenlander.” Voordeel was dat het project, dat tot dusver ongeveer twee miljoen gulden heeft gekost, voor bijna de helft is gesubsidieerd door het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie. “Daarmee kreeg het de status van ontwikkelingshulp. Dat vergemakkelijkte de weg door de staatsbureaucratie”, aldus Jongmans.

Eisma en Jongmans zien volop mogelijkheden voor de transportsector in Azië. “Zeker in Vietnam. Er zijn nog vier, vijf van zulke miljoenensteden waar veel te doen is”, zegt Eisma. Met Vietnamezen is het volgens Jongmans wel oppassen tijdens de onderhandelingen. “Met een groot gevoel voor humor weten ze een prettige sfeer te scheppen, maar ze zijn heel slim. Ze spelen alle partijen tegen elkaar uit.”

    • Herman Staal