Catalogus van aanklachten opent campagne Servië

Vuk Draskovic, leider van de Servische Vernieuwingsbeweging (SPO) en van de oppositie tegen het bewind van president Slobodan Milosevic, heeft het startschot gegeven voor de campagne van de Servische verkiezingen, later dit jaar, en wel met zo'n knal dat alle door het regime gecontroleerde media - wat in Servië wil zeggen: àlle media minus het enige nog onafhankelijke blad Nasa Borba - als één man over hem heenvielen.

Draskovic riep de leiders van de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië in een brief op ferm te blijven in hun kritische houding jegens president Milosevic, de man immers die - zijn latere rol als vredesduif ten spijt - de beslissende stappen heeft gezet op de weg naar de verwoestende oorlogen in Kroatië en Bosnië. “De internationale gemeenschap verdoet haar kostbare tijd als ze verwacht dat een duurzame vrede kan worden bereikt met diegenen die de oorlog zijn begonnen en hebben gevoerd, en als ze denkt dat dictators zich kunnen transformeren in democraten”, aldus Draskovic in zijn brief.

De brief was een catalogus van aanklachten tegen de Servische president en zijn invloedrijke vrouw Mirjana, leider van de communistische partij Verenigd Joegoslavisch Links (JUL). “Milosevic heeft de terreurcampagne tegen de democratische oppositie opgevoerd, de laatste onafhankelijke elektronische media de nek omgedraaid, de privatisering van de economie verhinderd, privébezit met geweld genaast, de onderdrukking door de politie geïntensiveerd, leden van de democratische oppositie voor militaire oefeningen gemobiliseerd en duizenden mensen gedwongen lid gemaakt van zijn partij. Wat informatie betreft is het land in duisternis gehuld. De burgers horen alleen de opvattingen van Milosevic pro-communistische partij en die van de openlijk communistische partij van zijn vrouw. Het leger, de politie, alle media, de banken, bedrijven, de mafia - alles is in handen van Milosevic en zijn vrouw”, aldus Draskovic in zijn brief.

De reactie van de Joegoslavische media was er een van extreme woede, vooral omdat hij zijn klachtenlijst aan buitenlandse politieke leiders had gestuurd. Klagen voor een Servisch publiek is één ding - door Milosevic' controle op de media reikt de stem van de kritiek sowieso niet ver - maar klagen tegenover buitenlandse prominenten is iets heel anders. Dat doorkruist de zorgvuldige pogingen van de president annex vredesduif om de internationale gemeenschap te bewegen mee te werken aan de wederopbouw van de economie, die is geruïneerd door jarenlange sancties en door de diefstal van zijn eigen partijelite.

Draskovic, zo schreven de Joegoslavische media, heeft zich met zijn initiatief schuldig gemaakt aan verraad. Het blad Vecernje Novosti eiste een proces tegen de oppositieleider, “een gewone misdadiger”. Het blad Borba - niet te verwarren met Nasa Borba - vond dat Draskovic “een kruis heeft gezet op zijn eigen politieke graf” en Politika Ekspres bestempelde zijn initiatief als “hulpverlening aan zijn eigen beul op het schavot”. Een week lang werd Draskovic beschuldigd van alles wat lelijk is: collaboratie met buitenlandse vijanden, spionage, pogingen tot destabilisatie van Servië en hoogverraad.

Draskovic heeft zich door de mediacampagne niet laten ontmoedigen: de “hysterische campagne”, zo zei hij vorige week, is georganiseerd door Milosevic, “die zich voorbereidt op een open dictatuur”. “Milosevic test de internationale gemeenschap uit: als zijn onderhandelingspartners van Dayton hem stilzwijgend toestaan van Servië een Noord-Korea of Cuba te maken, zal hij die steun gebruiken.” De verrader is Milosevic zelf: “Hij maakt zich schuldig aan nationaal verraad door de vernietiging van de Servische staat en de ernstigste misdrijven die ooit zijn gepleegd.”

Inmiddels hebben de andere oppositiepartijen Draskovic' inititief overgenomen. De leider van de Democratische Partij van Servië, Zoran Djindjic, vroeg zich het afgelopen weekeinde tijdens een bijeenkomst in Nis af “hoeveel doden Milosevic op zijn naam heeft staan” en bestempelde de regerende socialisten als “vuilnis dat moet worden opgeruimd”. Vesna Pesic, voorzitter van Burgeralliantie van Servië GSS, zei in Nis dat “het volk dit monsterlijke regime moet verdrijven.”

Inmiddels proberen de Servische oppositiepartijen tot een coalitie te komen om Milosevic socialisten te bestrijden. Draskovic' SPO, Pesic en haar GSS, Djindjic en zijn Democratische Partij van Servië en Vojislav Kostunica van de Democratische Partij werken aan een 'eenheidslijst' tegen de socialisten. Dat moet een voortzetting worden van het “parallelle parlement” dat de gecombineerde oppositie - de voornoemde partijen, plus de ultranationalisten van Vojislav Seselj en vertegenwoordigers van de Albanezen in Kosovo en de Vojvodijnse Hongaren - begin februari in Belgrado vormde, als schaduw van het echte parlement.

Het is echter niet waarschijnlijk dat de oppositie ver komt met haar initiatieven. De socialistische partij SPS (die onlangs in een communistische aandoend congres Milosevic met het vertrouwde percentage van 99,89 als voorzitter herkoos) domineert Servië op elk niveau en op elk gebied: de stem van de oppositie klinkt wel luid, maar draagt niet ver. De al jaren durende economische misère heeft de aanhang van Milosevic wel uitgehold: het percentage Serviërs dat positief over de president denkt is gedaald tot 23 procent. Maar dat betekent weinig, want rivalen heeft hij niet. In zijn eigen partij wordt hij omringd door politieke dwergen, en van de leiders van de oppositie scoort de extremist Seselj nog het best, maar het percentage kiezers dat positief over hem denkt blijft met zes toch beduidend achter bij Milosevic' score van 23 procent.