WHO wil verbod op alle dierlijke resten in veevoer

ROTTERDAM, 4 APRIL. Aan het kannibalisme bij koeien in de agrarische industrie zou een eind moeten komen. Kadavers van herkauwers moeten nergens meer worden verwerkt in krachtvoer voor herkauwers.

Om de gekke-koeienziekte te bestrijden mag geen enkel deel van een koe met de gekke-koeienziekte meer in de menselijke of dierlijke voedselketen terecht komen. Hetzelfde geldt voor schapen met de overeenkomstige ziekte scrapie, of voor andere dieren met een overeenkomstige besmettelijke spongieuze encefalopathie (TSE). Ook dieren die waarschijnlijk besmet maar nog niet ziek zijn, behoren te worden vernietigd.

Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van een tweedaagse conferentie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die gisteren in Genève werd afgesloten en die tot doel had overeenstemming te bereiken over de gezondheidsrisico's, los van de politieke agenda's.

De bij de VN-organisatie aangesloten landen zijn niet verplicht om de WHO-richtlijnen over te nemen. “Maar de morele druk om dat te doen is wel groot”, aldus dr. C.A. van der Heijden, mede-organisator van de conferentie en directeur van het WHO European Centre for Environment and Health in Bilthoven.

Melk en melkprodukten zijn veilig voor consumptie, zelfs in landen waar de gekke-koeienziekte heerst, aldus de conferentie. Hetzelfde geldt voor gelatine, dat uit beenderen wordt bereid, en voor bewerkt rundervet dat wordt gebruikt in margarines, soepen en andere voedingsmiddelen.

Het eten van Brits vlees beschouwen de experts als een klein risico, zonder te kunnen zeggen welk gevaar de consument loopt.

Van der Heijden: “Dat vlees van besmette koeien minder infectueus is dan hersenen, is bewezen. Dat het veilig is, is niet bewezen.” Het risico voor de bevolking zal lager worden in landen die de WHO-richtlijnen naleven, vonden de meeste van de vijftien door de WHO uitgenodigde experts.

Uit de aanbevelingen is af te leiden dat de Britten te weinig onderzoek hebben gedaan naar BSE en de epidemie onder rundvee onvoldoende hebben bestreden. Het is nog niet bewezen dat tien jonge Britten de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD) hebben gekregen door het eten van besmet rundvlees, maar het is wel de meest waarschijnlijke hypothese om de uitbraak van de ziekte te kunnen begrijpen.

De WHO is van mening dat het bij de Creutzfeldt-Jakob ziekte onder jonge Britten gaat om een nieuwe variant van de ziekte.

Pagina 5: WHO: onderzoek uitbreiden

De gezondheidsorganisatie onderschrijft daarmee de mening van dr. R.G. Will en zijn onderzoekers van de National CJD Surveillance Unit in Edinburgh. Details over het ziekteverloop publiceert Wills groep aanstaande zaterdag in het medische tijdschrift The Lancet. De ziekte begon met angstaanvallen, depressie, of in zichzelf gekeerd gedrag, gevolgd door snel verergerende geheugenproblemen, eindigend in dementie. Ongecoördineerde bewegingen kwamen bij enkele patiënten in het vroege ziektestadium voor, later kregen ze er allemaal last van. Bij de acht inmiddels overleden patiënten duurde de ziekte gemiddeld 13 maanden.

Het onderzoek naar TSE moet worden uitgebreid, vindt de WHO. Er is vooral behoefte aan een methode om de besmetting bij nog levende dieren en mensen vast te stellen, aan de karakterisering van het besmettelijke agens (de prionen), en aan een goede beschrijving van de epidemiologie van TSE in dieren en mensen. De vraag of koeien de ziekte bij de geboorte van een kalf doorgeven, of dat koeien in dezelfde kudde elkaar kunnen besmetten is nog niet beantwoord. Van der Heijden: “De epidemie onder koeien is in Groot-Brittannië over zijn hoogtepunt heen, maar er zijn nog dieren ziek geworden die werden geboren enkele jaren nadat in 1989 het voeren van herkauwersafval aan herkauwers werd verboden. Voor die ziektegevallen is geen goede verklaring gevonden. Het kan zijn dat dat door slordig omgaan van de veiligheidsprocedures komt. Er is niet vastgesteld dat de ziekte van koe op kalf overgaat, of dat er besmetting binnen een kudde plaatsvindt. Maar de conferentie heeft geconstateerd dat daar onvoldoende onderzoek naar is en wordt gedaan.”

De Britse epidemiologe Sheila Gore die al veel over het verband tussen de gekke-koeienziekte en Creutzfeldt-Jakob heeft gepubliceerd analyseert in hetzelfde nummer van de British Medical Journal het gebrekkige onderzoek. Zij schrijft: “Wat is de reden dat vee jonger dan 30 maanden niet op speciale wijze hoeft te worden uitgebeend en het slachtafval niet hoeft te worden vernietigd? Er zijn zeker besmette dieren bij. Laten we ophouden met het misleiden van de agrarische sector, het publiek en de pers door het afgeven van 'er is geen bewijs'-statements. Alles moet worden gekwantificeerd.” Volgens Goris is 56 procent van het vee dat in 1995 BSE kreeg (ongeveer 13.000 koeien) na 1988 geboren, toen het voeren van herkauwersafval aan herkauwers werd verboden. Goris heeft uitgerekend dat als er de komende zes maanden 4 tot 16 nieuwe ziektegevallen worden gemeld, de Britten dan hoogstwaarschijnlijk aan het begin van een CJD-epidemie van enige omvang staan.

De gebrekkige diagnostiek laat landen die de nieuwe WHO-aanbevelingen zeggen na te volgen veel vrijheid in de uitvoering. Dierlijk weefsel dat waarschijnlijk besmet is met BSE zou bijvoorbeeld volgens de WHO niet meer de voedselketen in mogen. Maar iedere regering moet zelf vaststellen hoe 'waarschijnlijk' een besmetting is. Besmetting van levende dieren is niet te meten en er zal op korte termijn ook geen test beschikbaar zijn. Het gevolg is dat de Britse regering Brits vlees in de verkoop kan houden door vol te houden dat besmetting onwaarschijnlijk is. Het was ook geen gewoonte om als er BSE op een bedrijf werd geconstateerd de hele aanwezige veestapel af te maken, zoals in Frankrijk gebeurt. Ook mochten dode schapen met scrapie nog verwerkt worden tot voer voor kippen en varkens. In de British Medical Journal van vorige week zaterdag schrijft de medisch directeur van de United States Public Health Service, Paul Brown, dat het zelfs niet uit te sluiten is dat TSE via besmette varkens en kippen op mensen over gaat. Deze niet-herkauwers krijgen nog steeds voer waarin voor de menselijke consumptie afgekeurde herkauwerkadavers zijn verwerkt. De slachtvarkens en -kuikens worden nooit oud en de ziekte komt er vermoedelijk niet in tot uiting, terwijl ze misschien wel besmet zijn.

Van der Heijden vindt het slachten en aan de voedselketen onttrekken van de 64.000 Britse kalveren in Nederland een uitstekende maatregel, omdat er waarschijnlijk besmette dieren tussen zitten. Hij is ervan overtuigd dat andere landen waar levende Britse kalveren worden geïmporteerd om te worden afgemest het Britse voorbeeld zullen volgen.

    • Wim Köhler