Werkgroep brengt studies onder zelfde noemer

UTRECHT, 4 APRIL. Het aantal universitaire studies kan worden teruggebracht van 272 naar 85. Veel studies kunnen worden samengebracht onder één gemeenschappelijke naam, omdat de inhoud van deze opleidingen voor een deel overeen komt. Dit staat in het interimrapport van een werkgroep van de Verenigde Universiteiten (VSNU) dat gisteren is gepresenteerd.

Vooral in de alfa- en gammawetenschappen zijn volgens de werkgroep in de loop van de tijd te veel verschillende namen voor studies gekomen. Opleidingen als bijvoorbeeld cultuur- en wetenschapstudies, kunst- en cultuurwetenschappen, culturele studies, muziekwetenschap, en theaterwetenschap kunnen beter de gezamenlijke naam 'kunst- en cultuurwetenschappen' krijgen. Onder de naam 'Bestuurskunde' groepeert de werkgroep onder andere de opleidingen bestuurskunde, politicologie, recht, beleid en management en de juridisch politiek wetenschappelijke opleiding. “Niemand snapt toch nog het verschil tussen al deze varianten?”, aldus werkgroepvoorzitter J. Veldhuis, collegevoorzitter van de Utrechtse Universiteit. “Dan kun je ze beter één naam geven, en de verschillende mogelijkheden voor specialisaties laten bestaan.”

De studies Duits, Engels, Oudgermaans en Scandinavische talen krijgen van de commissie de verzamelnaam 'Germaanse talen en culturen'. Frans, Roemeens, Italiaans, Portugees en Spaans vallen onder de naam 'Romaanse talen en culturen.' “Dat betekent niet dat wij vinden dat deze studies hetzelfde zijn”, aldus Veldhuis. “Maar ze hebben wel dezelfde cursussen, zoals taalwetenschap of Oud-Germaans.”

Door het huidige grote aantal verschillende opleidingen is het volgens Veldhuis voor werkgevers onduidelijk wat voor soort opleiding iemand heeft gehad. Ook voor studenten is het lastig een goed overzicht te krijgen van de verschillende studies.

De indeling in 85 studies moet volgens Veldhuis worden gezien als een voorlopig ordeningsmodel. De werkgroep vindt niet dat er opleidingen moeten verdwijnen. Ze wil zich ook niet uitlaten over de gevolgen voor de inhoud van opleidingen. “Anderen moeten de komende tijd hun oordeel geven over de organisatorische en onderwijskundige gevolgen”, aldus werkgroepvoorzitter J. Veldhuis, collegevoorzitter van de Utrechtse Universiteit. “Als wij ons nu al meteen met de inhoudelijke gevolgen hadden bemoeid, was de discussie meteen helemaal vastgelopen. Je kunt je voorstellen dat het hierdoor in sommige gevallen makkelijker zal worden een gezamenlijke propedeuse in te voeren. Anderen willen misschien helemaal niets veranderen. Dat zal de komende tijd wel blijken.” Voor de zomer wordt het definitieve plan aan minister Ritzen (Onderwijs) aangeboden.

Volgens Veldhuis is het niet eerlijk de universiteiten de schuld te geven voor de groei van het aantal studies in het verleden. “Het budget dat universiteiten van het ministerie krijgen wordt voor een groot deel bepaald door de studentenaantallen. Ze zijn daarom wel gedwongen hun opleidingenaanbod af te stemmen op de wisselende voorkeur van studenten. Daardoor zijn er zoveel aparte studies ontstaan.”

Bovendien vragen studenten door de grote variatie in vakkenpakketten op de middelbare school naar veel variatie in studies, aldus Veldhuis. Nu in het voorgezet onderwijs de verschillende vakkenpakketten worden teruggebracht tot vier 'profielen' kunnen ook de universiteiten hun opleidingen overzichtelijker maken, vindt hij.