Vitamine E voorkomt hartaanvallen, maar verhoogt hartsterfte

Hoge doses vitamine E verminderen de kans op een niet-fatale hartaanval aanzienlijk. Dat concluderen Britse onderzoekers uit een prospectieve studie waarbij zij 1000 patiënten die al eens een hartinfarct hadden doorgemaakt, behandeld hebben met 400 tot 800 IE vitamine E (een veelvoud van de aanbevolen dagelijkse dosis van 15 IE of internationale eenheden). Daarnaast was er een even grote controlegroep die een placebo kreeg.

Na gemiddeld twee jaar bleek de kans op een tweede, niet-fatale hartaanval in de met vitamine E behandelde groep nog slechts een kwart van die in de controlegroep (The Lancet, 23 maart). Merkwaardig genoeg was tegelijk de sterfte aan hartziekte in de vitamine E-groep iets hoger. De verklaring daarvoor is onduidelijk. Het kan op louter toeval berusten en de behandelde groep kan te klein zijn om de sterfte betrouwbaar te kunnen onderzoeken (zoals een commentator oppert), maar het kan ook het gevolg zijn van een of ander nog niet opgehelderd effect van vitamine E.

Vitamine E heeft, net als vitamine C en bèta-caroteen (pro-vitamine A), de eigenschap dat het oxidatieprocessen afremt. Omdat gedacht wordt dat de oxidatie van vetten een rol speelt bij het ontstaan van aderverkalking, is er geopperd dat dergelijke anti-oxidanten hart- en vaatziekten kunnen tegengaan. Epidemiologisch onderzoek leek deze hypothese te bevestigen. Zo werden er in 1993 in het New England Journal of Medicine twee epidemiologische studies gepubliceerd waaruit bleek dat het gebruik van megadoses vitamine E de kans op hartziekte met ongeveer 40% vermindert.

Gezien het feit dat vitamine E op het eerste gezicht weinig giftig schijnt, leek een grootscheeps gebruik van deze stof dus een aantrekkelijke manier om het risico op hartziekten te verlagen. Toch werd ook toen al in een redactioneel commentaar tot voorzichtigheid gemaand: het ging nog slechts om epidemiologisch onderzoek en bovendien waren er nog geen gegevens over een eventuele toxiciteit van langdurige gebruik van hoge doses vitamine E. Verder kon niet worden uitgesloten dat het hier slechts om een schijnbaar verband ging dat in werkelijkheid berustte op een gezondere leefwijze van mensen die gewend zijn vitamine-preparaten te slikken.

Nu dus het eerste prospectieve onderzoek naar het verband tussen vitamine E en hartziekten is gepubliceerd en vitamine E een onverwacht nadelig effect op de sterfte aan hartziekte blijkt te hebben, kan de waarschuwing uit 1993 alleen maar onderschreven worden. Met in het achterhoofd de merkwaardige resultaten van een recent onderzoek naar vitamine A en bèta-caroteen (rokers die extra van deze vitaminen slikken krijgen juist vaker longkanker!), moet geconcludeerd worden dat er nog heel wat werk verzet moet worden, voordat een wijdverbreide toediening van vitamine E overwogen kan worden.