Vijftig gulden voor een kievitsnest

M.W. ter Steege, P. Terwan en J.C. Buys: Beloning van agrarische natuur in Waterland, Samenwerkingsverband Waterland & Centrum voor Landbouw en Milieu, Utrecht/Purmerend, 1996.

Boeren moeten meer betrokken worden bij natuurbeheer en daarbij afgerekend worden op resultaat, vindt minister Van Aartsen van Landbouw en Natuurbeheer. Agrarisch natuurbeheer, resultaatbeloning en natuurproduktie zijn sleutelwoorden. Van Aartsen wil boeren meer aanspreken op hun ondernemerschap en hen behalve graan, aardappelen en melk ook natuur laten produceren. Daarvoor moeten ze betaald krijgen. Maar hoe?

In Waterland, het veenweidegebied tussen Amsterdam, Zaanstad, Purmerend en het Markermeer, is vorige week een experiment gestart om deze ideeën in praktijk te brengen. Waterland bestaat grotendeels uit grasland, doorsneden door sloten en open wateren en met hoge dichtheden aan weidevogels. Om die te beschermen werken boeren en natuurbeschermers al jaren samen. Vorig jaar deden zo'n honderdvijftig boeren en driehonderd vrijwilligers eraan mee. Om het agrarisch natuurbeheer, waaronder de weidevogelbescherming en de ontwikkeling van bloemrijke slootkanten, te organiseren, werd eind vorig jaar de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Waterland opgericht, waarvan inmiddels 130 boeren lid zijn. Deze vereniging heeft voor 1996 voor haar activiteietn 354.000 gulden aan subsidie gekregen.

Hoe beloon je boeren voor hun natuurproduktie, in dit geval weidevogelbeheer? Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) in Utrecht heeft daarvoor een systeem ontwikkeld dat volgens medewerker Paul Terwan “effectief bijdraagt aan de gewenste natuur en recht doet aan de geleverde inspanningen”. Het CLM heeft eerst onderzocht hoeveel tijd boeren en vrijwilligers besteden aan weidevogelbescherming. Terwan: “Daarbij gaat het allereerst om activiteiten zoals het plaatsen, onderhouden, controleren en weghalen van nestbeschermers, ijzeren constructies die over een nest heengezet worden. Daarnaast om werkaanpassingen zoals het sparen van nesten en jongen tijdens het rollen, maaien, mest uitrijden en kunstmest strooien, en het redden van kuikens.”

Weidevogelbescherming

Gemiddeld besteedde een boer - die het in deze periode druk heeft - ruim 10 uur aan weidevogelbescherming. De gemiddelde tijdsinvestering van de vrijwilligers bedroeg per bedrijf 75 uur. In totaal werden 4.115 nesten beschermd, waarmee ruim negen manjaren waren gemoeid. Terwal: “De tijd per nest varieerde van 34 minuten tot 30 uur. Dat komt door verschillen in nestdichtheid en zoekervaring.”

Op basis van deze uitkomsten heeft CLM een beloningssysteem ontwikkeld. Zeldzame, bedreigde en/of recreatief aantrekkelijke soorten worden relatief hoog beloond. Niet alleen de bescherming van soorten maar ook de verbetering van biotopen worden vergoed. De benodigde inspanning en de verwachte productiederving worden passend gecompenseerd en het systeem is eenvoudig te controleren en weinig fraudegevoelig.

Terwan: “Eigenlijk wilden we alleen soorten belonen die direct profiteren van beheersactiviteiten. Er moet immers een relatie zijn tussen beheer en natuurresultaat. Kievit, grutto, scholekster en tureluur profiteren heel direct van nestbescherming: hun broedsucces wordt sterk beïnvloed door agrarische activiteiten. Bij kemphaan, watersnip, slobeend en zomertaling is dat minder het geval. Voor hen is biotoopverbetering belangrijker. Daarom stellen we voor geld uit te trekken voor het plas-dras zetten van laaggelegen overhoeken. Dat kan met pompen, windmolens en eventueel lage dijkjes.”

Soorten als graspieper, gele kwikstaart, veldleeuwerik, kuifeend, krakeend, kluut en visdief zijn nauwelijks te beïnvloeden door aanpassing van agrarische werkzaamheden. Toch heeft CLM ervoor gekozen alle negentien soorten die in Waterland broeden te belonen, uitgezonderd de soorten die bejaagd mogen worden: meerkoet, wilde eend, knobbelzwaan en kokmeeuw. Het uitsluiten van bepaalde soorten stuitte bij boeren en vrijwilligers op onbegrip.

Vliegvlugge jongen

Welk resultaat wordt er precies beloond? Terwan: “Eigenlijk gaat het om het aantal vliegvlugge jongen. Maar dat aantal is moeilijk te meten en te controleren. Ook aan uitgekomen legsels kleven bezwaren: ze zijn gemakkelijk na te maken en daardoor fraudegevoelig. De controle geeft problemen omdat ze uitgevlogen kunnen zijn tussen het moment dat een boer zo'n legsel meldt en het tijdstip waarop de controleur arriveert. Vrijwilligers hebben ernstige bezwaren tegen verstoringen van bebroede legsels. Daarom zijn we uitgekomen op gevonden legsels. Die zijn na te maken door nesten te splitsen, maar we verwachten niet dat dat op grote schaal gebeurt omdat incomplete nesten argwaan wekken bij controleurs.”

Om te bepalen wat een boer per nest krijgt is de ecologische waarde van soorten vastgesteld op basis van zeldzaamheid, bedreiging en internationale betekenis. Terwan: “Kemphaan en watersnip scoorden ruim zes keer zo hoog als de kievit. Verder is bepaald wat bescherming van de laagst gewaardeerde soort kost aan tijd en opbrengstderving. Zo komen we aan beloningen van 50 gulden voor een kievitsnest tot 350 gulden voor een kemphanennest.”

Een boer krijgt per seizoen twee mogelijkheden om het aantal legsels op te geven. Minimaal 31 dagen uit elkaar, zodat fraude door dubbeltellingen is uitgesloten. Ook de vindplaats moet worden opgegeven. Binnen vier werkdagen na de opgavedatum kan een boer een controleur van de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Waterland verwachten. Controleur Frank Visbeen: “We willen steekproefsgewijs een kwart van de bedrijven controleren. Bij twee opgaves per seizoen komt de helft van de boeren aan de beurt.”

De Vereniging voert het plan uit overeenkomstig de voorstellen van het CLM. Alleen de beloningen per legsel zijn lager en variëren van 50 tot 250 gulden. Terwan vindt dat niet onverstandig, gezien de grote belangstelling en het budget: “Je kunt beter met wat lagere bedragen beginnen, dan dat je straks nee moet verkopen of de prijzen per legsel verlagen.”