Schandaal CID Haarlem ook groot raadsel

DEN HAAG, 4 APRIL. Geschokt waren de bewindslieden toen ze twee maanden geleden het rapport van de enquêtecommissie opsporingsmethoden in ontvangst namen. Het vanmiddag openbaar geworden onderzoeksverslag van de rijksrecherche naar de rol die de Haarlemse criminele inlichtingendienst (CID) speelde in de drugshandel moet de verantwoordelijke autoriteiten al dagenlang uit de slaap houden.

Het blijkt namelijk allemaal nog veel erger mis dan de commissie-Van Traa heeft blootgelegd. En die enquêtegroep sprak al van een “diepgaande crisis” in het opsporingswerk.

De rijksrecherche presenteert 455 pagina's lang een litanie aan schokkende feiten. Het mondt uit in de vetgedrukte hoofdvraag: “Waren Langendoen en Van Vondel (de twee Haarlemse CID'ers, red.) steeds bezig om binnen de grenzen van de rechtsstaat criminaliteit te bestrijden of waren zij bewust of onbewust onderdeel van diezelfde criminaliteit?”

In de epiloog van het rapport schrijft het zogeheten Fort-team van de rijksrecherche - dat bestond uit twee officieren van justitie en 30 agenten - onderkoeld dat ze aan het twaalf maanden durende onderzoek een “onbehaaglijk” gevoel heeft overgehouden. Een Haarlemse politieman, ex-begeleider bij de CID, heeft de recherche immers onlangs nog laten weten dat “pas als hij het achterste van zijn tong zou laten zien de rijksrecherche een beeld zou krijgen van wat er werkelijk aan de hand was geweest. 'Daar hebben jullie nu nog geen notie van”, zo had hij zijn onderzoekers laten weten.

De rijksrecherche schetst hoe de politie alleen al in 1993 twee keer de jaarlijkse Nederlandse consumptie aan soft drugs importeerde zonder enig opsporingsresultaat. Maar het opvallendste zijn toch de “belangrijke witte vlekken die in het onderzoek zijn gebleven”. Die leemtes worden verklaard doordat belangrijke politiemensen zoals Van Vondel en twee overspannen collega's niet konden worden gehoord. CID-chef Langendoen gaf bovendien nauwelijks antwoord op vragen of loog, aldus de onderzoekers.

De in beslag genomen politie-administratie bleek zeer onnauwkeurig te zijn. Bovendien waren er 291 CID-rapporten verwijderd. Behoorlijke nadelen voor een onderzoek naar een CID, een taak die per definitie eigenlijk al “een mission impossible” is, schrijven de onderzoekers. “Kenmerk van vele activiteiten van een dergelijke dienst is immers de afscherming van die activiteiten; het voorkomen dat niet-betrokkenen, ook externe onderzoekers, zicht daarop kunnen krijgen”.

Een belangrijke deel van de bevindingen van de rijksrecherche bestaat daarom uit een lijst van nog niet beantwoorde vragen. Een lijst die nadrukkelijk de suggestie oproept dat Langendoen en Van Vondel deel uitmaakten van een van de meest geroutineerde drugsbendes.

“De werkelijke intenties” van de twee CID'ers en “hun verwevenheid met de criminaliteit zijn niet duidelijk geworden”. Zo snapt de rijksrecherche bijvoorbeeld niet hoe Van Vondel - die bij het uitbarsten van de IRT-affaire eind 1993 bij de politie uit dienst trad om privé detective te worden - in “zijn levensonderhoud voorziet”.

Voor de rijksrecherche lijkt het bijna zeker dat de door Van Vondel begonnen particuliere firma waarschijnlijk een soort front store was voor andere klussen. “Wat wilden zij feitelijk gaan doen”, vraagt de rijksrecherche die immers vaststelt dat ook 'detective' Van Vondel nadrukkelijk criminele informanten 'runde'. Eerder stelde deze krant al vast dat het bedrijf van Van Vondel, Raab BV in Hoofddorp, alleen een papieren firma is.

Van Vondel beschikte over miljoen guldens waarmee hij informanten betaalde, aldus de rijksrecherche. “Hoe komt Van Vondel aan die enorme hoeveelheden geld?”. Bankbiljetten die kennelijk “muf” roken, hetgeen duidt op “verborgen, zwart crimineel geld”. De onderzoekers werpen de vraag op of “buitenlandse inlichtingendiensten iets weten van de activiteiten van Langendoen en Van Vondel en de rol die zij speelden in diverse verdovende middelentrajecten”. Was het Haarlemse koningskoppel misschien gewoon in dienst van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) of het Duitse Bundeskriminalamt (BKA)?

Ook de enquêtecommissie was geïntrigeerd door die vraag die onbeantwoord moest blijven omdat de DEA en het BKA vorig jaar lieten weten op geen enkele manier te willen meewerken aan het onderzoek. Terwijl van 15 van de in totaal 49 ingevoerde drugscontainers in het geheel niet is komen vast te staan voor welk Nederlandse onderzoek dit gebeurde. In de meeste gevallen (11 stuks) bleek ook de infiltrant geheim.

De belangrijkste drugslijn die de CID in Haarlem opzette was het zogeheten saptraject. Daarbij werd gebruik gemaakt van een sapfabriek Delta Rio BV. in Ecuador die als front store diende voor drugstransporten naar Europa. De rijksrecherche heeft geen enkele Nederlandse officier van justitie of leidinggevende politieman kunnen vinden die op de hoogte was van die operatie.

Uit alles blijkt dat de rijksrecherche betwijfelt of twee eenvoudige Haarlemse agenten op eigen houtje in staat zijn geweest deze mondiaal opererende drugsfirma te bestieren. Het college van procureurs-generaal kondigt nader onderzoek aan, maar beraadt zich nog op de vraag hoe ze dit succesvol kan uitvoeren. De noodzaak van verdere studie staat in ieder geval vast. Want het politieschandaal is vooralsnog vooral ook een groot raadsel.

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus