RON BROWN (1941-1996); Politieke verzoener

WASHINGTON, 4 APRIL. Toen Bill Clinton na zijn overwinning bij de presidentsverkiezingen van 1992 zijn kabinet samenstelde, bood hij Ronald H. Brown het belangrijke ambassadeurschap bij de Verenigde Naties aan, een kabinetspost. Clinton erkende dat Brown als voorzitter van de Democratische partij een cruciale bijdrage had geleverd aan het succes en hij dacht dat dit een mooie baan voor hem was. Maar Brown weigerde. Het ambassadeurschap bij de VN vond hij onvoldoende, het was een post die al vaker aan zwarten was gegeven en hij wilde dat deze regering een stap verder zou gaan.

Hij zette zijn zinnen op Buitenlandse Zaken. Toen dat niet haalbaar bleek, accepteerde Brown het departement van Handel. Maar hij is er de afgelopen drie jaar in geslaagd zich in die functie toch verrassend veel met het buitenlands beleid te bemoeien. Browns inspanningen voor betere handelsbetrekkingen met China hadden een groot politiek gewicht. En hij leidde niet alleen handelsmissies naar belangrijke of veelbelovende economieën, maar ook naar landen waar net een breekbare vrede tot stand aan het komen was, zoals Noord-Ierland, de Gazastrook, Zuid-Afrika en Bosnië - niet alleen omdat de Amerikaanse industrie daar op korte termijn gouden kansen zou hebben, maar vooral omdat betrokkenheid van het Amerikaanse bedrijfsleven een stabilisering van die landen kan bevorderen, wat op den duur ook economische vruchten kan afwerpen.

Maar Brown, die gisteren op 54-jarige leeftijd is omgekomen bij een vliegtuigongeluk bij Dubrovnik, was geen politieke dromer. Voor iemand die voortkomt uit de burgerrechtenbeweging voelde hij zich als minister van Handel temidden van de captains of industry verrassend goed op zijn plaats. En al was zijn ministerschap in de politiek omstreden, in het bedrijfsleven werd hij zeer gewaardeerd. Brown had de gave mensen op hun gemak te stellen en te verzoenen. Als voorzitter van een aanvankelijk sterk verdeelde en gedemoraliseerde Democratische partij kwam die eigenschap hem goed van pas, als vooruitgeschoven post van het Amerikaanse bedrijfsleven in de wereld plukte hij er evenzeer de vruchten van.

Brown werd geboren en groeid op in New York, waar zijn vader manager was van hèt hotel voor zwarte artiesten in Harlem. Zijn rechtenstudie deed hij in de avonduren, terwijl hij overdag werkte bij de National Urban League, de organisatie tegen rassendiscriminatie die zich inspant voor betere kansen voor zwarten op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en op de woningmarkt.

Hoewel Brown ooit overwogen heeft zich verkiesbaar te stellen voor het burgemeesterschap van de stad Washington, heeft hij zich uiteindelijk nooit voor een functie kandidaat gesteld waarvoor hij een verkiezing moest winnen. Als hij campagne voerde was het voor anderen. Voor senator Edward Kennedy bijvoorbeeld, van wie hij de stafchef werd (de eerste zwarte op Capitol Hill die zo'n functie bekleedde). Voor dominee Jesse Jackson, ten tijde van diens gooi naar de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen in 1988. En voor Bill Clinton - als partijvoorziter had Brown in 1992 als een van de eerste politici in de gaten dat Clinton waarschijnlijk de Democratische nominatie zou krijgen.

Zijn goede contacten met het bedrijfsleven had Brown ook als partijvoorzitter al getoond bij het vergaren van fondsen. Voor zijn ministerschap waren die banden van groot belang. Maar vermoedens dat hij ook persoonlijk geprofiteerd zou hebben van de dankbaarheid van bepaalde bedrijven voor zijn inspanningen hebben geleid tot kritische publicaties, beschuldigingen van corruptie en een aantal onderzoeken, uitmondend in de aanstelling door de minister van Justitie van een onafhankelijke onderzoeker die moet nagaan of Brown zich onrechtmatig heeft laten betalen voor besluiten die hij als minister heeft genomen.

Onvermoeibaar reisde Brown de wereld rond, naar de smaak van sommige politieke tegenstanders wel erg veel. Ook zijn inspanningen voor specifieke bedrijven lokten kritiek uit: een minister zou zich met meer algemene zaken moeten bezighouden. Maar het een sloot bij Brown het ander niet uit. Grote prioriteit had voor hem het stimuleren van de handel met de grote, opkomende economieën in Azië en Latijns Amerika, waar hij altijd gloedvol over kon vertellen. Brown heeft er een belangrijke bijdrage aan geleverd dat de regering-Clinton, Democratisch en dus niet bijvoorbaat een bondgenoot van ondernemers, toch het vertrouwen van het bedrijfsleven heeft gewonnen.