Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zakelijke dienstverlening

Ranja op de muur

Erfgoed van Industrie en Techniek. Uitgave van de Stichting Erfgoed. Verschijnt vier maal per jaar. Maart 1996. Abonnement: ƒ 36,50; losse nummers: ƒ 15,-.

Gaat het wel goed met de industriële monumentenzorg? Niet echt, vindt de redactie van Ons Erfdeel in een commentaar op het uitroepen van 1996 tot 'Jaar van het Industriële Erfgoed'. Zeker, de belangstelling bij het publiek neemt toe en sluizen en watertorens kunnen zo langzamerhand op net zo'n bescherming rekenen als 'erkende' monumenten. Niettemin, bij het conserveren van boerderijen kiezen gemeenten nog weleens voor het neen van klagende eigenaren die inkomstenderving vrezen, of ze nemen zelf de sloophamer ter hand om prestigieuze nieuwbouw mogelijk te maken. Ook herbestemming van unieke fabrieksgebouwen geeft moeilijkheden. Zo viel de Walzenmolen, een indrukwekkende meelfabriek in Sas van Gent, ten prooi aan een met stadvernieuwingsgeld gebouwde supermarkt en offerde Waddinxveen in een vlaag van grootheidswaanzin Holland's Eerste Electrische Amandelspijs- en Fondantfabriek voor een winkelcentrum. Het kan ook anders. In het maartnummer van Ons Erfdeel staat het prachtige verhaal over de restauratie van een Ranja-gevelreclame op de muur van Kapsalon Anton Haring in het Delftse Westerkwartier, op initiatief van Jaap en Wik Hoekstra. De muurschildering van 3,5 bij 2,5 meter verkeerde in erbarmelijke staat en hoewel duidelijk was dat het om een glas en een vruchtenpers ging, inmiddels doorsneden door een voeg, was de voorstelling zo verweerd dat onduidelijk was welk product precies was afgebeeld. Nadat diverse frisdrank- en siroopfabrikanten waren benaderd, werd aan de hand van enkele nog leesbare letters vastgesteld dat het een gevelreclame voor Ranja betrof, geproduceerd door het Groningse bedrijf N.V. C. Polak Gzn. Verbodsbepalingen rondom kleurstoffen deden de drank in 1956 de das om. Het etiket dat voor de schildering model had gestaan was op 9 juni 1920 bij het Bureau voor den Industrieelen Eigendom gedeponeerd, waarna het in het Merkenblad was afgedrukt. Alleen: in zwart-wit, en pogingen om via musea, particulieren of de Stichting BBM (die een omvangrijke etikettenverzameling beheert) een origineel Ranja-etiket in handen te krijgen leverden niets op. Dus moesten kleurmonsters, gemaakt door een ingeschakelde restauratieschilder, uitkomst bieden. Het feit dat sommige gedeeltes van de muurschildering de tands des tijds redelijk hadden doorstaan, is wel toegeschreven aan het roet van passerende stoomtreinen dat als een soort beschermlaagje zou hebben gewerkt. Verder bleek uit onderzoek in het secretarie-archief van de Gemeente Delft dat de Ranjavoorstelling minstens zes jaar is afgedekt geweest door een bord met tabaksreclame. De restauratie begon met met het schoonwassen en afkrabben van de muurschildering tot op de onverweerde kleuren, zodat deze met een kleurenwaaier (Sikkens 2021) konden worden benoemd. Vervolgens is Ranja CP royaal met de hechtgrond Boonstoppel WH geïmpregneerd, zijn met een borstel verfschilfertjes, steengruis en losse stukjes voegwerk verwijderd en de restanten van de oorspronkelijk voorstelling gefixeerd. Nadat oneffenheden met een opvulmiddel waren bepleisterd, werden de onduidelijke gedeelten in de Ranja-reclame opnieuw uitgetekend. Duidelijk was dat de schilder op een aantal plaatsen was afgeweken van het origineel. Zo raakt op de muurschildering één van de sinaasappelen de wingerdrank, wat op het etiket niet het geval is. April 1995 is de voorstelling ingeschilderd. Eerder werden in Culemborg en Leiden gevelreclames voor Miss Blanche-sigaretten in ere hersteld en afgelopen najaar is in Rotterdam een muurschildering uit 1958 voor OMO-waspoeder gerestaureerd. Verder in het maartnummer van Ons Erfdeel een verhaal over de restauratie van de Dirck Crabethbrug te Gouda, een ongelijkarmige ijzeren draaiconstructie met een imposant tandwielbewegingswerk, en een artikel over de Atlantikwall. Hopelijk, zo schrijft de redactie, helpen geslaagde restauratieprojecten het draagvlak voor het behoud van het industriële monument verbreden en wordt de vraag: 'Sloop of herbestemming?' zorgvuldiger beantwoord.