New Age (3)

Journalisten en redacteuren hebben er uit de aard van hun media kennelijk geen tijd voor, maar van een onderzoeker zou je toch verwachten dat hij althans ten behoeve van zijn onderzoek iets doet aan begripsbepaling. In dit verband zeggen de kwalificaties 'van ongewone kwaliteit' en 'internationale allure' over Hanegraaffs onderzoek naar het verschijnsel 'New Age' (W&O, 14 maart) meer over het gebrekkige onderscheidingsvermogen van uw recensent, dan over de waarde van het besproken onderzoek.

De term 'new age' heeft oorspronkelijk slechts betrekking op het nieuwe tijdperk dat in vele religies en denkscholen verwacht wordt, op basis van het astronomische gegeven dat het zogeheten. 'lentepunt van de zon in de afgelopen 2000 jaar in ingelopen op de (constellatie) Vissen en nu net in de Waterman zit' (prof. E.P.J. van den Heuvel, VPRO-gids nr. 2, 1996). Einsteins revolutionaire conclusie dat energie en stof twee toestanden zijn van dezelfde werkelijkheid biedt een wetenschappelijke opening voor de hypothese dat energie uit kosmische bronnen invloed kan hebben op onze planeet, maar Sjoerd de Jong veegt dat geruststellend als 'parasitair en pervers' op één hoop met het door Hanegraaff onderzochte allergaartje dat luie geesten 'new age' noemen.

Door esoterie te definiëren als 'de leer over de evolutie van menselijk bewustzijn', en occultisme als 'de wetenschap van de energieën achter het evolutieproces' (B. Creme, Inleiding tot de leringen van de Oude wijsheid, Share International) zou een serieus wetenschapper of journalist alvast heel wat commercieel geknutsel en geknuffel omzeilen.