Letterknechterij

Het is toch beschamend dat ter illustratie van lid 7, van art. 23 van de Grondwet opnieuw de 'horror story' van het gebroken ruitje te berde wordt gebracht (25 maart). Omdat de discussie over artikel 23 langzamerhand serieuze vormen begint aan te nemen, mag men toch verwachten dat de toelichting op mogelijke ongewenste respectievelijk onvoorziene gevolgen hiervan niet beperkt blijven tot dit niveau. Het is pertinent onjuist dat als er bij een openbare school een ruitje moet worden vervangen, alle bijzondere scholen een bedrag krijgen dat gelijk is aan de vervangingskosten van het ruitje.

De zogenaamde 'overschrijdingsregeling' verplicht de gemeente tot een uitkering aan het bijzonder onderwijs als de personeels- en exploitatie-uitgaven voor openbare scholen hoger zijn dan het bedrag dat het rijk hiervoor beschikbaar stelt. In het bijzonder gaat het om uitgaven voor preventief onderhoud en de vervanging, vernieuwing en onderhoud van het onderwijsleerpakket.

De gemeenteraad is verplicht jaarlijks vast te stellen in hoeverre zij voor het openbaar onderwijs meer zal uitgeven dan zij aan rijksvergoeding ontvangt. Het zou natuurlijk prachtig zijn als de rijksvergoeding voldoende was, maar in de praktijk blijkt dit niet het geval: niet voor het openbaar onderwijs en niet voor het bijzonder onderwijs. Op grond van de jaarlijkse schatting van de gemeenteraad ontvangen de bijzondere scholen een voorschot. Zowel de gemeenten als de schoolbesturen hebben de mogelijkheid om te reserveren.

Het definitieve overschrijdingsbedrag wordt eens in de vijf jaar vastgesteld. Deze wordt uitgedrukt in een percentage van de inkomsten. Het bijzonder onderwijs krijgt dan een even groot percentage van de rijksvergoeding door de gemeente uitgekeerd.

De discussie rond rond artikel 23 is gebaseerd op wantrouwen, ingegeven door het feit dat de overheid geen inzicht heeft in de besteding van de gelden door het bijzonder onderwijs en op de suggestie dat de betrokken besturen geen ander oogmerk hebben dan zoveel mogelijk geld binnen te halen. Over het verschil in kwaliteit tussen het bijzonder en openbaar onderwijs hoor je nooit wat. Het afschaffen van de overschrijdingsregeling heeft alleen zin als het openbaar onderwijs aantoonbaar duurder is dan het bijzonder onderwijs. En dan zou ik me als overheid eerst afvragen of dit een acceptabele situatie is in plaats hiervan uit te gaan.

    • J.W. van Zijl