Leiding en controle ontbraken bij 'ongeorganiseerde' RCID

Samenvattende bevindingen uit het onderzoeksverslag van de rijksrecherche over het functioneren van de Regionale Criminele Inlichtingendienst (RCID) Kennemerland tussen 1990 en 1995.

Hoofdbevindingen

* De RCID Kennemerland is te karakteriseren als een ongeorganiseerde dienst, waaraan geen leiding werd gegeven en waarop geen enkele inhoudelijke controle werd uitgeoefend.

* Basisregels met betrekking tot het runnen van informanten en infiltranten zijn bij de RCID Kennemerland veelvuldig en in grove mate geschonden.

* Zowel inhoudelijk als organisatorisch is de korpsleiding ernstig tekort geschoten in de uitoefening van haar verantwoordelijkheid voor de RCID. De korpschef, diens vervanger en de divisiechef recherche waren niet of nauwelijks op de hoogte van de inhoud van de RCID-werkzaamheden.

* De nodige incidenten bij de RCID gaven de korpsleiding aanleiding om de divisiechef recherche een striktere aansturing van de RCID op te dragen. Hierna verzuimde de korpsleiding zich nadrukkelijk op de hoogte te stellen van het functioneren van de RCID en de aansturing door de divisiechef. De divisiechef stelde zich niet op de hoogte van hetgeen zich afspeelde bij de RCID.

* Gebleken is dat de draagwijdte van het CID-werk door het OM Haarlem lange tijd ernstig is onderschat.

* Officier van justitie (OVJ) Van der Veen heeft zowel in zijn periode als IRT-OVJ als daarna ernstige beoordelings- en inschattingsfouten gemaakt; zijn hoofdofficier heeft zich te passief opgesteld.

* Tussen 1991 en 1995 hebben RCID-chef Langendoen en zijn (ex-)medewerker Van Vondel met een grote mate van waarschijnlijkheid ruim 5 miljoen gulden besteed zonder dat hiertegenover formele financieringsbronnen bestonden. De indruk bestaat dat dit geld afkomstig is van criminelen.

* De besteding van dit geld onttrekt zich aan iedere controle.

* RCID-chef Langendoen heeft zich consequent onttrokken aan de plicht verantwoording af te leggen en politiechefs en OM op essentiële punten te informeren; de overdracht aan zijn opvolger is onvoldoende geweest.

* Langendoen heeft zowel aan zijn leidinggevenden als aan de rijksrecherche opzettelijk onjuiste informatie verschaft.

* Bepaalde delen van de administratie-informantendossiers en 291 CID-informatierapporten bleken verwijderd, waardoor controle van een aantal van de kernactiviteiten van de RCID bewust onmogelijk is gemaakt.

* De mate waarin en intensiteit waarmee burgerinfiltranten door de RCID werden ingezet zijn in strijd met de richtlijnen infiltratie 1991.

* Door de omgang met en wijze van afscherming van infiltranten heeft de RCID-Kennemerland zich in sterke mate afhankelijk gemaakt van de betrouwbaarheid van deze infiltranten.

* Door in CID-trajecten van familieleden en kennissen gebruik te maken, is een onprofessionele en risicovolle vermenging van privé- en zakelijke belangen ontstaan.

* Met het inzetten van Nederlandse burgers op buitenlands grondgebied zijn onaanvaardbare risicos genomen.

* Reeds in 1991 gold bij de CID Haarlem een afspraak dat criminele winsten door de infiltrant behouden mochten worden en onkosten van de politie door de infiltrant betaald werden. Niet is gebleken dat het OM hiermee instemde. Later werd aan IRT-OVJ Van der Veen dit punt voorgelegd in het kader van een IRT-traject en ging deze hiermee - stilzwijgend - akkoord. Ook in Rotterdam en Dordrecht ging het OM hiermee akkoord.

* Tenminste vanaf 1991 werd door de RCID Kennemerland de methode van gecontroleerd doorleveren van drugs toegepast.

* De RCID Kennemerland is betrokken geweest bij de invoer van tenminste 47 containers en twee zendingen per luchtvracht, waarmee illegaal soft drugs in Nederland werden ingevoerd.

* Met deze containers is in totaal 230.000 kilo soft drugs met medeweten van de RCID Kennemerland binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Hiervan is ruim 104.000 kilo in beslag genomen, 108.000 kilo op de markt gekomen en van bijna 18.000 kilo is de uiteindelijke bestemming niet vastgesteld.

* Het is aannemelijk dat de FIOD/Douanerecherche in de personen De Jongh en zijn chef Teeven op de hoogte zijn geweest van het feit dat drugs in het milieu terecht kwamen.

* De methode van gecontroleerd doorgeven van soft drugs die door de RCID Kennemerland bij het IRT en later werd toegepast, is ten principale met het OM besproken en door het OM goedgekeurd.

* De wijze van uitvoering van deze methode door de RCID Kennemerland is door de verantwoordelijke politiechefs en officieren van justitie slechts beperkt gecontroleerd.

*Deze methode is door de RCID Kennemerland op risicovolle en niet beheersbare wijze uitgevoerd en heeft niet voorziene, vergaande consequenties gehad.

* Er was slechts een zeer kleine kring van uitvoerders volledig op de hoogte van de inhoud van deze methode.

* Geheel zelfstandig is door Langendoen en Van Vondel een CID-operatie opgezet in Ecuador (geen kennis politieleiding of OM). In dit zogenoemde 'saptraject' zijn alle regels geschonden die gelden voor het uitvoeren van CID-activiteiten.

* De meest voor de hand liggende verklaring van het 'saptraject' is het willen opzetten van een infrastructuur voor gecontroleerde drugs-zendingen. Onduidelijk is gebleven welke doelstelling het traject na het opheffen van het IRT nog had en waartoe de grote investeringen toen nog werden gedaan.

* De bij de parlementaire enquetecommissie door Van Vondel en Langendoen afgelegde verklaringen over de geïnvesteerde gelden in het 'saptraject' zijn op belangrijke punten in strijd met de bevindingen in het rijksrecherche-onderzoek.

* Tenminste 1.450.000 XTC-pillen, 1.840 kilo softdrugs en 200 kilo amfetamine zijn met medeweten van de Nederlandse, maar zonder medeweten van de Britse autoriteiten, naar het Verenigd Koninkrijk geëxporteerd.

* Voor het frauderen met sigarettentransporten in 1993 en 1994 met medeweten van opsporingsautioriteiten draagt de politie Kennemerland géén en de FIOD/Douanerecherche wel verantwoordelijkheid; de informant in dit traject was sinds jaar en dag een informant van de FIOD/Douanerecherche. Het OM noch buitenlandse autoriteiten waren van deze activiteiten op de hoogte.

* Met het uitvoeren van CID-operaties op buitenlands grondgebied (Marokko, Ecuador, Verenigd Koninkrijk, België) zonder daarvan de buitenlandse autoriteiten op de hoogte te stellen, is de souvereiniteit van deze landen geschonden en ondergeschikt gemaakt aan het eigen onderzoeksbelang.

* Niet is gebleken dat liquidaties in het criminele milieu het gevolg zijn van de wijze van runnen van informanten door de RCID Kennemerand c.q. het zijn van informant van deze RCID.

* Na de opheffing van het IRT is op meerdere momenten gesproken over ernstige bedreigingen aan het adres van Langendoen. Na onderzoek is gebleken dat er geen concrete aanwijzingen voor deze bedreigingen waren. Opvallend is dat deze bedreigingen samenvielen met momenten waarop Langendoen zich nadrukkelijk moest verantwoorden voor vergaande CID-activiteiten.

* Ook na zijn vertrek bij de politie heeft Van Vondel nog met tenminste vier informanten contacten onderhouden en heeft hij - in samenwerking met ex-collegas - drugs in politietrajecten vervoerd en crimineel geld aangenomen.

* Er is geen verklaring gevonden voor een aantal handelingen van Langendoen en Van Vondel; ook zelf gaven zij hiervoor nimmer een redelijke verklaring. De vraag of zij steeds bezig waren om binnen de grenzen van de rechtsstaat criminaliteit te bestrijden of bewust of onbewust deel waren van diezefde criminaliteit, kan dan ook niet worden beantwoord.

* Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat (buitenlandse) inlichtingendiensten een rol hebben gespeeld in CID-activiteiten van de RCID Kennemerland of activiteiten van Langendoen en/of Van Vondel.

* Dat iedere politieman jegens het bevoegd gezag een verantwoordingsplicht heeft en dat bevoegdheden in een rechtsstaat gekoppeld behoren te zijn aan controle op de uitoefening daarvan, bleek binnen de CID-cultuur niet alom geaccepteerd.

* Een gebrek aan en misverstanden in communicatie binnen de politie, tussen politie en OM en binnen het OM leidden tot een groot verschil in beeldvorming over wat er werkelijk gaande was bij de RCID Kennemerland en wat daadwerkelijk was afgesproken.