Deal 'flexecurity' aan de keukentafel

Werkgevers en werknemers hebben gisteren in Den Haag hun akkoord over 'Flexarbeid' gepresenteerd als een “evenwichtig compromis” tussen beide partijen. Maar daar passen vraagtekens bij.

DEN HAAG, 4 APRIL. Aan de keukentafel van FNV-bestuurder Lodewijk de Waal in Haarlem werd op dinsdagavond 20 februari het Akkoord over de flexibilisering van de arbeid gesloten. De vertegenwoordiger van de werkgevers, Niek-Jan van Kesteren (VNO-NCW) en die van het uitzendwezen, Fred van Haasteren (Randstad), waren daar gezamenlijk naar toe gereden omdat De Waal die avond geen oppas voor zijn kinderen had. Eén van de drie dealmakers, Van Haasteren: “We zouden aanvankelijk met zijn drieën in restaurant Het Zwaantje in Katwijk gaan eten, maar kwamen uiteindelijk terecht aan die keukentafel in Haarlem”.

De keukentafel die Van Haasteren en Van Kesteren zich nog als de dag van gisteren herinneren blijkt in werkelijkheid een tafel uit de oude vergaderzaal van het FNV-hoofdkwartier aan Plein '40-'45 te zijn. De Waal schonk die avond koffie en later ook bier en tekende de eerste lijntjes op papier die een “keten van tijdelijke contracten” moesten voorstellen.

Om elf uur reed Van Haasteren haastig naar bestuurder Rob Mantel van de overkoepelende Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) om verslag uit te brengen. Mantel schrok zich kapot. Tot vijf uur 's nachts heeft Van Haasteren op hem in zitten te praten. Het masseren was begonnen. Mantel belegde de dag daarop meteen een vergadering. Die avond werd er in iets groter verband weer gepraat. Van Haasteren, De Waal en Van Kesteren hadden alle drie een buddy meegenomen.

Gistermiddag zaten De Waal en Van Kesteren achter in de zaal, ingeklemd tussen de sergeanten van de andere vakcentrales: Cees van der Knaap (CNV) en Wolter Muller (MHP). Van Haasteren zat met de vertegenwoordigers van het uitzendwezen wat dichter bij Stekelenburg en Rinnooy Kan die de masterdeal aan de pers presenteerden. Van Haasteren glunderde. “Een bruggenbouwer”, had men hem al genoemd. Het liefst zou hij het SER-gebouw, waar de persconferentie werd gehouden, omdopen in een House of Flex. Het nieuwe evenwicht tussen flexibilisering en zekerheid noemt Van Haasteren in navolging van de Utrechtse hoogleraar Adriaansens: flexecurity - een samenvoeging van flexibility en security.

Stekelenburg en Rinnooy Kan haastten zich te onderstrepen dat er geen winnaars en verliezers zijn. Het Akkoord zou een evenwichtig compromis tussen de belangen van werkgevers en werknemers zijn. Daar kunnen vraagtekens bij worden gezet. Werkgevers krijgen namelijk aanzienlijk meer mogelijkheden om tijdelijke contracten af te sluiten. Ze kunnen bijvoorbeeld drie keer achter elkaar een contract voor een jaar afsluiten zonder dat sprake is van een vast dienstverband. Een eenmalig contract voor bepaalde tijd van 3 jaar of langer kan één maal met ten hoogste 3 maanden worden verlengd. Afwijking bij CAO is mogelijk. “Werkgevers kunnen 3 jaar op de arbeidsmarkt winkelen voordat de regels van het ontslagrecht gaan gelden”, zegt de Amsterdamse hoogleraar arbeidsrecht Paul van der Heijden.

Pagina 23: Soepeler ontslagrecht is cadeau van vakbeweging aan werkgevers

Van der Heijden noemt dit een “fraai cadeau” van de vakbeweging aan de werkgevers. Het ontslagrecht blijft nagenoeg ongewijzigd. Dat wil zeggen dat werkgevers nog steeds kunnen kiezen uit twee wegen: langs de rechter voor ontbinding, of langs de arbeidsvoorziening voor een ontslagvergunning.

“Ik kan niet ontdekken wat de leuke kanten van dit akkoord voor de werknemers zijn”, zegt Van der Heijden, “behalve dat de rechtspositie van op- en afroepkrachten wat wordt versterkt. Maar dat was in de jurisprudentie al goeddeels het geval”. Voor de uitzendbureaus blijft de eerste 12 maanden alles bij het oude. En voor uitzendkrachten die langer werken bestaan al zeven jaar plannen om hun rechtspositie te verbeteren. Zo nieuw is dat dus niet. Geen wonder dus dat Van Haasteren gisteren vrolijk was bij de presentatie van het Akkoord aan de massaal opgekomen pers.

Het aantal vaste dienstverbanden zal door het Keukenakkoord van Haarlem verder afnemen. Maar dat was toch al de trend. In die zin is het gisteren gesloten akkoord een formalisering van reeds bestaande ontwikkelingen.

Toch is het Akkoord van Haarlem een mijlpaal in de geschiedenis. Het primaat van de politiek dat met name de VVD, maar ook D66, bij de tot stand koming van het Paarse kabinet Kok claimde is weer teruggeschoven in de richting van de sociale partners. Nadat die er vorig jaar bij het Najaarsoverleg al in slaagden om de algemeen verbindend verklaring van CAO's overeind te houden, zijn ze er nu in geslaagd om een unaniem advies over het arbeidsrecht te fabriceren. De sociale partners slaagden waar het kabinet faalde. Minister Melkert kreeg zijn flexibiliseringsvoorstellen in december 1995 immers niet aanvaard in de Ministerraad. Met name de liberale ministers Zalm (Financiën) en Wijers (Economische Zaken) verzetten zich met hand en tand.

Stekelenburg en Rinnooy Kan willen nu in één beweging doorgaan. “Erop en erover”, zoals ze in wierrentermen zeggen. De partners ruiken bloed. Het kabinet is namelijk eveneens verdeeld over de toekomstige vormgeving van de sociale zekerheid. Zo wordt er momenteel strijd geleverd over de lengte van de periode waarin werkgevers het WAO-risico van hun personeel voor hun rekening moeten nemen. Na het flexakkoord en het uit december 1993 stammende akkoord over de arbeidsverhoudingen kondigen werkgevers en werknemers nu al een akkoord over de sociale zekerheid aan. Of de revival van de overlegeconomie ook politieke consequenties heeft (zoals de terugkeer van middenveldkampioen CDA in het kabinet, ten koste van middenveldhater VVD) valt nog niet te zeggen. Maar voor de VVD van Bolkestein is het akkoord een teken aan de wand.

    • Frank van Empel