Braille op de basisschool

Als de bel voor de middagpauze gaat en Dick (11) zijn brood heeft gepakt, loopt hij aan de arm van meester Meijer de klas uit. Binnen school kan Dick zonder stok prima zijn weg vinden, maar aan de arm van de meester gaat het nu eenmaal makkelijker. Toen Dick een half jaar oud was werd vastgesteld dat hij niet kon zien. Anderhalf jaar later verhuisde hij met zijn ouders van Zoetermeer naar Zeist zodat ze in de buurt van blindeninstituut Bartiméus zaten en Dick daar naar de brailleschool zou kunnen. Want zo'n tien jaar geleden, legt vader Sterkenburg uit, was het ondenkbaar dat blinde kinderen in het gewone onderwijs terecht konden. Wim Sterkenburg gaf er zijn leraarsbaan in Zoetermeer voor op en moest aanvankelijk genoegen nemen met een gecombineerd leraarschap in Zeist en Doorn.

Nu zit Dick in groep acht van de Rehobôthschool in Zeist tussen de gewone kinderen en volgend schooljaar gaat hij met een Havo/VWO advies naar een gewone middelbare school. Maar daar is wel enige strijd aan vooraf gegaan. In groep zeven maakte Dick de overstap van de brailleschool naar de basisschool. “Ik kwam bij mijn vader in de klas, daarom was het misschien makkelijker”, vertelt Dick. Op sommige punten liep hij wat achter. Zo had hij nog geen breuken gehad en zijn topografische kennis was beperkt. Maar dat was allemaal snel ingehaald, laat hij op luchtige toon weten.

Dick: “Het is op deze school veel leuker want hier zit je met 26 kinderen in de klas en op de brailleschool maar met vier of vijf.” Zijn wereld is groter geworden. Achter hem in de kast staan de schoolboeken in braille en uit zijn laatje haalt hij trots een rekenmachientje met een damesstem die in het Engels zegt wat de uitkomst is van een berekening. “Dit is helemaal niet speciaal voor blinden gemaakt”, zegt Dick opgetogen, “je kunt het gewoon bij Blokker krijgen!” Hij herkent zijn klasgenootjes aan hun stem en doet aan bijna alles mee. Alleen als bij gymnastiek balspelen worden gedaan moet hij aan de kant zitten. “Achteraf had ik eerder naar deze school gewild”, zegt Dick terwijl zijn handen langs de computer gaan en hij gedachtenloos het snoertje van de accu controleert.

Dat had vader Sterkenburg ook wel gewild, maar de druk van Bartiméus om zijn zoon op het blindeninstituut te laten was groot. “Na groep vier hebben we al aangekaart dat we Dick van Bartiméus naar de Rehobôthschool wilden laten overstappen, maar dat werd ons ten sterkste afgeraden omdat hij zich volgens hun inzichten sociaal-emotioneel niet zou kunnen handhaven op een gewone school.” De rapporten die gemaakt worden door psychologen en pedagogen bleken een belangrijke rol te spelen en het is als ouder, zo ervoer Wim Sterkenburg, niet makkelijk om daar tegenin te gaan. Ook al zit je zelf in het onderwijs, en ben je gespecialiseerd in het begeleiden van zwakke leerlingen.

“Ik zou over ziende kinderen hier op school dezelfde soort rapporten kunnen schrijven”, aldus Sterkenburg. Aan het einde van groep vijf werd de overstap van Dick naar het gewone onderwijs op grond van nieuwe rapporten en nieuwe adviezen wederom door Bartiméus afgewezen. Maar toen was langzamerhand de maat vol. “Wij hebben toen heel arrogant gezegd: hij gaat er af. Punt uit.”

Toch moet Sterkenburg toegeven dat het een moeilijke stap was om Dick tegen het advies van het blindeninstituut in daar weg te halen. “Hij was de eerste leerling die tussentijds naar het gewone onderwijs ging. Ik kan me voorstellen dat andere ouders, maar ook basisscholen, voor zo'n overgang terugschrikken.” Maar de techniek werkt in het voordeel van de integratie. De braillecomputer betekent een doorbraak om blinde kinderen een zo normaal mogelijk leven in het reguliere onderwijs te laten leiden. Teksten kunnen zowel in braille als in gewoon schrift worden uitgeprint. Dick was vorig jaar de jongste leerling die van dit prijzige apparaat gebruik kon maken.

Achter in de klas zijn Dick en zijn klasgenoot Geert (11) bezig een spreekbeurt over armoede voor te bereiden. Dick zit voor een kleine computer, die bij nadere beschouwing aangevuld is met een al even bescheiden instrumentarium om gewone letters om te zetten in brailleschrift. Met zijn vingers voelt Dick razendsnel wat hij zojuist heeft ingetikt, Geert leest tegelijkertijd op het beeldscherm mee. Hoe armoede is ontstaan moet eerst, vindt Dick, dan pas kunnen ze iets zeggen over de krottenwijken. Geert leest voor uit een boekje dat ze in de bibliotheek hebben gevonden. Dick luistert aandachtig met zijn hoofd in zijn handen. “En dan staat er nog een plaatje bij van een krotje naast een heel modern huis”, besluit Geert.

“We kunnen goed samenwerken”, zegt hij, “want hij kan snel tikken en ik kan snel lezen.” Elke dinsdag krijgt Dick begeleiding van een leerkracht afkomstig van Bartiméus en ook de school heeft extra formatie gekregen. “Dick heeft die extra hulp eigenlijk niet nodig”, zegt Wim Sterkenburg, “maar ja, het is er nu eenmaal.”

Waarom vindt hij het zo belangrijk dat Dick naar een gewone school gaat, het blindenonderwijs is toch exclusief gericht op deze kinderen? Juist dat was voor de ouders van Dick een argument om hem daar weg te halen, want zij willen niet dat hun zoon voortdurend als een gehandicapte benaderd wordt. “Dat blindenwereldje is heel beschermend, wij wilden dat hij zo veel mogelijk tussen gewone kinderen zou opgroeien”, legt vader Sterkenburg uit. Ook het onderwijs was niet uitdagend genoeg, vond hij. “In het speciaal onderwijs laten ze kinderen vaak een beetje onder hun niveau sudderen. Zo had Dick nauwelijks topografie gehad, omdat ze op de brailleschool ervan uitgaan dat ze dat toch niet zo nodig hebben. Aan Dick merkte ik dat hij zich aanpaste aan het niveau dat van hem gevraagd werd. Maar hij kon duidelijk meer.”

Na het eerste jaar is Sterkenburg terug gegaan naar Bartiméus om verslag te doen. “Je hebt groot gelijk gehad”, gaf de directeur ruimhartig toe. Inmiddels zijn andere leerlingen Dick naar de gewone basisschool gevolgd en biedt Bartiméus hen ter plekke ambulante begeleiding. Sterkenburg is tevreden: “Er heeft een cultuuromslag plaatsgevonden.”