Barnsteen onthult zuurstofgebrek bij grote dinosauriërs

De sauriërs stierven aan het einde van het Krijt uit als (indirect) gevolg van de inslag op aarde van een reusachtige meteoriet. Dat is althans de gangbare theorie. Maar er was misschien wel een heel andere oorzaak: zuurstofgebrek. Dat denkt althans Dr. Rigby van de University of Notre Dame (Indiana), die deze theorie uiteenzette op een lezing in Oxford ter gelegenheid van de Britse 'Week van de Wetenschap' (18-22 maart).

De theorie vloeit voort uit onderzoek dat werd verricht in Montana, waarbij barnsteen werd verzameld. Alle luchtbelletjes in de gevonden stukken barnsteen (versteende hars van naaldbomen) geven aan dat er 70 miljoen jaar geleden nog een veel grotere zuurstofconcentratie in de atmosfeer was dan zo'n 5 miljoen jaar later, aan het einde van het Krijt. Het gaat daarbij om een haast onvoorstelbare afname: van ruim 30% naar ongeveer 20%. Aan de hand van - nog betrekkelijk ruwe - dateringen komt de onderzoeker tot de conclusie dat de zuurstofconcentratie zelfs binnen 500.000 jaar met ongeveer 8% moet zijn afgenomen. De nieuwe (lagere) zuurstofconcentratie was volgens Rigby onvoldoende voor de grote dinosauriërs: zij zouden een concentratie van minstens 32% nodig hebben gehad om goed te kunnen functioneren.

De buitengewoon snelle afname van het zuurstofgehalte in de atmosfeer zou een gevolg zijn geweest van een plotselinge klimaatverandering. Bekend is dat tijdens het Krijt een zeer warm klimaat heerste, wat onder meer tot uitdrukking kwam in een hoge zeespiegel. Toen de temperatuur daalde aan het eind van het Krijt, daalde ook de zeespiegel, en wel ongeveer 40 m. In ondiepe kustwateren leven zeer veel dieren en kan een uitbundige vegetatie optreden (kustmoerassen). Het organische materiaal wordt na afsterven voor een aanzienlijk deel in de sedimenten voor de kust begraven. Toen de zeespiegel aan het einde van het Krijt sterk daalde, kwamen volgens Rigby mogelijk grote hoeveelheden slib met organisch materiaal bloot te liggen. De verrotting daarvan onttrok enorme hoeveelheden zuurstof aan de atmosfeer; zoveel dat de zuurstofconcentratie met meer dan 10% daalde.

Rigby ontkent niet dat aan het einde van het Krijt een meteoriet insloeg, met alle mogelijke gevolgen vandien voor flora en fauna. Het uitsterven van de grote dinosauriërs is volgens hem echter eerder in verband te brengen met de afname van het zuurstofgehalte in de lucht dan met die meteorietinslag.

    • A.J. van Loon