Werelddorp vraagt om wijsheid

Of we willen of niet, de globalisering is een feit - in sommige opzichten. We leven niet in een global village, want er is nergens knusheid en maar weinig gemeenschapszin. Maar wel reizen dingen, mensen en geld, vooral dat laatste, de wereld rond als nooit te voren en worden er steeds meer barrières geslecht. De openheid is niet gelijkelijk over de samenlevingen verdeeld, maar de globalisering valt niet meer te stoppen.

Niettemin proberen mensen zich nog aan het vertrouwde, het geruststellende vast te houden, meer zeggenschap over hun leven te verkrijgen van verre machtscentra, de rol van lokaal en regionaal gezag te versterken omdat ze daarop, menen ze, eerder invloed zullen kunnen uitoefenen.

Dit leidt onherroepelijk tot spanningen, nog verhevigd door ingrijpende veranderingen die het gevolg zijn van nieuwe technologieën. Die veranderingen zullen even verstrekkende gevolgen krijgen als de industriële revolutie heeft gehad, en op elk terrein: sociaal, politiek, cultureel, ethisch, en natuurlijk economisch.

Deze over en weer op elkaar inwerkende spanningen ontketenen onderling wedijverende ambities en lokken zo reacties uit die volgens sommige voorspellingen zullen leiden tot een 'botsing der beschavingen', een wereld vol mensen die niet met elkaar kunnen opschieten en dat ook eigenlijk niet willen. Maar er ontstaan ook nieuwe initiatieven van mensen die de nadruk leggen op gemeenschappelijke gevoelens en drijfveren en zoeken naar een stelsel van normen die voor iedereen aanvaardbaar zijn.

In Wenen kwam onlangs een kleine groep mensen bijeen om te bespreken of en hoe het mogelijk zou zijn tot een mondiale ethiek te komen: fundamentele normen voor menselijke betrekkingen die allen als wenselijk kunnen accepteren, zelfs al zal niet iedereen, zo is het eeuwig menselijk tekort, ook handelen naar zijn woord.

De bijeenkomst was georganiseerd door de Duitse ex-bondskanselier Helmut Schmidt namens de 'Inter-Actie Raad', een club van voormalige regeringshoofden die veel ervaring hebben in het besturen van een samenleving en de problemen waarmee dat gepaard gaat, en die zich bovendien geroepen voelen hun vrijheid van politieke verantwoordelijkheid aan te wenden om de onderlinge belemmeringen te overstijgen. Op grond van de stelling dat religie een oerbron van het moreel en ethisch denken is, waren vertegenwoordigers uitgenodigd van alle grote godsdiensten: boeddhisme, hindoeïsme, confucianisme, naast christendom, jodendom en de islam.

Het zal niet verbazen dat alle aanwezigen zeiden naar verdraagzaamheid te streven en geweld af te wijzen. Fanatici hebben niet veel op met dit soort initiatieven, en zij ontbraken dan ook. Maar de meeste mensen zijn geen fanatici, en zij krijgen langzamerhand de behoefte zich boven het woedend tumult uit te doen horen.

Ze stoorden zich wel eens aan elkaars woorden, zoals tijdens vergaderingen nu eenmaal gebeurt. Toch kwamen ze al snel tot de conclusie dat de religieuze leer die zij verkondigen, hoe divers ook, in essentie grotendeels gelijk is. Als die essentie eenstemmig te verwoorden viel, zou dat de ruziënde wereld tonen hoeveel méér de mensen samenbindt dan hen scheidt en tegen elkaar opzet.

De idee van een onvermijdelijke culturele vijandschap waardoor waardensystemen onvermijdelijk in conflict geraken, werd zonder moeite verworpen. Er bestaan weliswaar accentverschillen - Aziatische samenlevingen leggen het accent meer op de behoeften van de gemeenschap en de eerbied voor gezag die daarmee samengaat, terwijl het moderne Westen de nadruk legt op het individu. Maar beide accenten werden erkend als reëel en voor iedereen noodzakelijk, en in wezen niet tegenstrijdig.

In het Westen is weliswaar de democratie opgekomen als het middel om het universele streven naar waardigheid en vrijheid te bevorderen, maar dat staat niet op gespannen voet met de fundamentele denkbeelden die allerwegen de basis vormen van religie en ethiek.

Men riep op tot 'actieve tolerantie', hetgeen betekent dat men niet alleen aanvaardt dat anderen een andere traditie, een ander geloof en andere gewoonten hebben, maar zich ook bereid toont die andersdenkenden met gelijk respect te bejegenen.

Het voornemen is een verklaring inzake mondiale ethiek uit te geven; wellicht een bijeenkomst te organiseren van de hoogste religieuze gezagsdragers, zodat de hele wereld hun boodschap van toenadering zelf kan zien en horen; aanbevelingen te doen voor op grote schaal te verbreiden onderwijsmateriaal; en zo mogelijk een Wereld-Academie op te richten als permanent eerbetoon aan de vriendschap tussen mensen en de heiligheid van het leven.

Dit zijn hooggestemde gedachten. Ze zijn niet zo heel nieuw: ze vormden reeds de inspiratie tot de verklaring inzake de Rechten van de Mens van de Franse revolutionairen en tot de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Ze zijn bij de Verenigde Naties in haar Verklaring inzake de Rechten van de Mens voor het eerst verankerd namens alle tradities in de wereld, en daar aanvaard zonder één tegenstem.

Maar tegenwoordig dringt het besef door dat de wereld bezig is ingrijpend te veranderen en dat gedachten en levenshoudingen moeite hebben met de aanpassing aan nieuwe fysieke en materiële omstandigheden.

Een nieuwe verklaring, een topconferentie van religieuze leiders, een oproep tot een mondiale ethiek die een maatstaf moet zijn voor de dagelijkse besluiten die mensen van hoog tot laag moeten nemen - het zal niet alle pijn en verbijstering wegnemen bij een mensheid die door haar eigen inventiviteit een nieuw tijdperk in wordt gedreven.

Maar het is een eerste zoeken naar wijsheid in de omgang met de explosieve groei van kennis, vermogen en alleen al de mensheid zelf. Van veel dingen hebben we geleerd hoe we ze moeten doen. Thans is het zaak opnieuw te leren waarom we ze doen.