Oma in leunstoel op een plak hasj in de drugsstaat Marseille

Bye-Bye. Regie: Karim Dridi. Met: Sami Bouajila, Nozha Khouadra, Ouassini Embarek. In: Amsterdam, Cinecenter; Rotterdam, Lantaren/Venster; Den Haag, Haags Filmhuis.

Karim Dridi (1961) is een van de Franse filmregisseurs van Noordafrikaanse afkomst die weinig te spreken was over het succes van Matthieu Kassovitz' La haine: een schematisch, maar formeel beheerst pamflet van een autochtone filmer over de woede van de jonge immigranten in de voorsteden. Ook de term 'cinéma beur' wordt door Dridi verworpen, omdat hij die benaming voor de Arabische Fransen discriminerend acht. Liever dan spectaculaire confrontaties toont Dridi in zijn beide films, Pigalle (1994) en Bye-Bye (1995), associatief en realistisch scènes uit het dagelijks leven van de immigrantenfamilies, balancerend op de rand van sjacherend overleven met waardigheid en het afglijden van vooral de jongere generatie naar het snelle geld van de drugshandel en andere vormen van criminaliteit.

Het Marseille dat Dridi ons in Bye-Bye voorschotelt maakt pas echt aanspraak op de benaming 'narco-état'; toen soft drugs nog 'kief' heetten, was Noord-Afrika de vanzelfsprekende herkomst. In het zuiden van Frankrijk lijkt dat nog steeds het geval te zijn. Zo te zien kun je 's avonds beter alleen over het Rokin lopen dan over de Boulevard de Canebière.

Wel verdienen deze opmerkingen een relativering. Dridi lijkt er niet helemaal in geslaagd te zijn om in zijn vanzelfsprekend aandoende portrettering van het dagelijks leven de cliché's te vermijden. Met weemoed kijkt een jonge Arabier naar de schepen die uit de haven vertrekken, kaal geschoren patjepeeërs met de vlam van het Front National op de borst getatoeëerd verstoren de bruiloft van een zwarte man met een lelijke blanke vrouw en de plaatselijke pusher is een langharig stuk verdriet, dat een jongetje zorgvuldig instrueert hoe hij heroïne kan roken.

Ik weet niet hoe dicht deze observaties bij de werkelijkheid staan, maar ze overtuigen me minder dan de flarden die Dridi weergeeft van het leven binnenshuis van de grootfamilie met een oppermachtige tante en een zwijgzame grootmoeder, die een film lang in haar leunstoel boven op een plak hasj zit. Ook is Dridi goed op dreef in het bedrijven van tedere poëzie door net iets te lang aangehouden close-ups en vanuit het verhaalperspectief niet altijd duidelijke flash-backs naar een tragedie, die de beide hoofdpersonen, een jongeman en zijn twaalfjarige broertje, uit Parijs verdreven heeft.

Bye-Bye is geen onaardige film, maar piepklein; de meeste sympathie wekt Dridi door de schijn van authenticiteit, die we voor het gemak maar geloven.

    • Hans Beerekamp