Kabinet: afspraken over geweld op tv in Europees verband

DEN HAAG, 3 APRIL. Staatssecretaris Nuis (Media) en minister Sorgdrager (Justitie) willen met de commerciële en publieke omroepen afspraken maken over het terugdringen van geweld op de televisie. Ze voelen er het meest voor dat in Europees verband te doen. Dit zeiden de bewindslieden gisteren in antwoord op vragen van het Kamerlid Van der Vlies (SGP).

De bewindslieden willen binnenkort met de omroepen overleggen of ze een systeem van zelfregulering willen opzetten om terughoudender met geweld op de televisie om te gaan. Het Commissariaat voor de Media moet bij de gesprekken worden betrokken. Binnen enkele weken moet duidelijk worden welke voorwaarden kunnen worden gesteld. Het kabinet is daarbij afhankelijk van de Europese regelgeving.

Nuis vindt dat de vrijheid van meningsuiting niet in het geding mag komen. Hij zei er voor te willen waken dat elke vorm van denkbeeldig geweld wordt beschouwd als uitroeiingswaardig. “Maar, het geweld op de televisie moet wel binnen bepaalde proporties blijven. De laatste tijd is vooral bij commerciële omroepen een nieuwe golf van stuitend geweld zichtbaar”, aldus Nuis.

Volgens Sorgdrager wordt de laatste jaren steeds duidelijker dat geweld op de televisie nadelige invloed kan hebben op het gedrag van met name kinderen. De minister wil dat er naast gewone toestellen ook televisies worden gemaakt die een ingebouwde geweld-chip hebben. De televisie kan dan zo worden geprogrammeerd dat het beeld bij gewelddadige uitzendingen zwart wordt. “Het blijkt nog wel eens moeilijk voor kinderen te zijn fantasie en werkelijkheid uit elkaar te houden. Ouders hebben soms een steuntje in de rug nodig”, aldus Sorgdrager.

D66 dringt er bij het kabinet op aan dat een systeem wordt gevonden dat de vrijheid van meningsuiting en de artistieke vrijheid op geen enkele manier aantast. Het toestaan dat kinderen naar gewelddadige programma's op televisie kijken is volgens het Kamerlid Roethof (D66) in de eerste plaats een taak van de ouders. “Het moet mogelijk blijven om een televisietoestel aan te schaffen dat niet over een geweld-chip beschikt”, aldus Roethof.

Tweede-Kamerlid Beinema (CDA) pleitte gisteren in de Kamer voor een wijziging van de omroepwet. Het veronderstelde tijdstip waarop kinderen naar bed gaan en andere regels voor programmering gaan volgens Beinema uit van de situatie in ongeveer 1950. Nuis zei toe de 'kinderbedtijd' in de besprekingen met de omroepen mee te nemen.