'In dit oude bolwerk van beschaving geniet ik echt'

Het aantal particuliere beveiligingsdiensten in Nederland neemt toe. Ziekenhuizen, postsorteercentra en rijke zakenmensen hebben bewakers in dienst. Vandaag de bewaker in een museum.

In de marmeren gangen van Museum Boymans Van Beuningen in Rotterdam klinkt een snerpende zoemer. Bezoekers kijken verschrikt op. Uit de mobilofoon van bewaker R. Kuipers (55) klinken krakende stemmen; hij meldt dat hij poolshoogte gaat nemen. Bij het schilderij 'Bloem stilleven' van Vincent van Gogh staat een groep bezoekers.

“Je herkent de boosdoener aan z'n rode hoofd”, zegt Kuipers. En inderdaad: een man met een rood hoofd verontschuldigt zich voor het aanstoten van de omlijsting. Kuipers zegt dat het alarm kan worden uitgezet. De rust keert terug in Booijmans, waar mensen zachtjes spreken en langzaam bewegen.

Kuipers is getrouwd, heeft geen kinderen en woont in Rotterdam-Zuid. Jaren achtereen werkte hij in de gezondheidszorg, als broeder, als magazijnmedewerker en als organisator van activiteiten voor patiënten. Vijf jaar geleden had hij genoeg van het leed dat hij in dat werk tegenkwam en stapte hij over naar het museum. Hij beschikte over de vereiste diploma's van een EHBO-cursus, een reanimatiecursus, een cursus brandpreventie en een cursus sociale vaardigheden.

Het is volgens Kuipers een impopulaire en ondergewaardeerde baan. “De meeste suppoosten verdienen tweeduizend, soms 2.200 gulden netto per maand.

“Mijn vrouw dacht eerst dat ik het maar niks zou vinden. Zij houdt zelf niet zo van kunst van bijvoorbeeld Kandinski. Ik heb thuis natuurlijk ook niet zulke schilderijen aan de muur”, zegt Kuipers.

Hij is kunst steeds meer gaan waarderen. “In dit bolwerk van beschaving geniet ik echt. Ik laat er met liefde verjaardagen voor schieten. Ik leid graag vrienden en familie rond en ik lees altijd de kunstpagina voor de recensies over ons museum”, vertelt hij. De suppoost kent veel kunstwerken tot in detail. Dan zie je ineens dat een patroon op een mantel van tsaar Peter niet symmetrisch is.”. Hij denkt dat interesse voor kunst nodig is: “Anders stomp je behoorlijk af. Dan is het best een rotbaan.” Kuipers weet van suppoosten die na enkele weken al niet meer op kwamen dagen, omdat het werk ze te eentonig was.

Een suppoost hoeft zich volgens Kuipers niet te vervelen. “Je wisselt steeds van zaal en surveillanten lossen je zo nu en dan af. Als het stil is, verslapt de aandacht. Terwijl je juist dan alert moet zijn. In een grote groep letten mensen op elkaar.”

De suppoost draagt een gestreept overhemd met blauw colbert - het museumuniform. “Als ik mensen vermaan, krijgen de meesten een rood hoofd. Maar sommige bezoekers zeggen: Ach man, rot op.” Kuipers geeft toe dat je aan iemands gezicht niet kunt aflezen of hij kwaadwillend is. “Bij een officiële opening denk ik soms: wat een zwervers zijn dat. En dat blijken dan de kunstenaars.”

In de vijf jaar dat Kuipers in het museum werkt, is van de collectie niets gestolen. Portemonnees en faxapparaten verdwijnen wel. Tot vorige week stond de met achthonderd diamanten ingelegde kroon van tsaar Peter de Grote in het museum. In een kleine, elektronisch beveiligde vitrine en van enkele meters in het oog gehouden door de vier suppoosten in de zaal. Met succes.

    • Jelmer Krom