Heel China moet leren van beschaving in Zhangjiagang

Er bestaat een plaats zonder prostituees, alcoholisten, gokkende, rokende, spugende en vloekende mensen. Althans, dat beweren de autoriteiten van het Oostchinese district Zhangjiagang - het mini-Singapore van China, waar orde en discipline heersen en de boerenbevolking het hoogste inkomen van heel China heeft.

ZHANGJIAGANG, 3 APRIL. Een politieman bukt zich om een papiertje van de straat op te rapen in Yangshe, in het mondingsgebied van de Yang-tze, in de Oostchinese kustprovincie Jiangsu. De mannen van de wet in de hoofdstad van het district Zhangjiagang hebben ook weinig anders te doen, omdat, aldus een van hen, onder de 800.000 inwoners geen criminelen meer zijn. En voor zover nog sprake is van overlast, wijten zij deze hoofdzakelijk aan de 100.000 migrantenboeren die jaarlijks werk zoeken in het welvarende district, dat profiteert van collectieve ondernemingen, een internationale containerhaven en een vrijhandelszone.

Het werk en de tijd die de gemeenschap in de migranten zegt te steken, passen in het 'collectief denken' dat het bestuur van Zhangjiagang tracht uit te dragen. Een gezamenlijke aanpak, waarbij het collectief boven het individu wordt gesteld, leidt tot gemeenschappelijke rijkdom, luidt een van de motto's van het district. En zo worden de migrantenboeren hier volgens een woordvoerder van het district, in tegenstelling tot overal elders in China, opgevangen en voorzien van een woning en een baan. Als ze hard werken en meehelpen aan de opbouw van Zhangjiagang kunnen zij doorstoten tot de hoogste geledingen van het districtsbestuur en “zelfs lid worden van de partij”.

De combinatie van rijkdom en wat in de communistische propagandataal 'geestelijke beschaving' wordt genoemd heeft de aandacht van de hoogste politieke leiders getrokken. Zhangjiagang herbergt datgene waarvan president Jiang Zemin heeft gezegd dat het model moet staan voor de toekomst van China, en dit is de plek waar bureaucraten uit het hele land van moeten leren.

Hoewel Jiang Zemin een jaar geleden tijdens een bezoek aan het district zijn persoonlijke steun heeft toegezegd verklaart dit volgens een propaganda-ambtenaar van Zhangjiagang zeker niet waarom het district zo welvarend is. “Alles is met eigen middelen gefinancierd en al ver voor de komst van president Jiang zijn vele politici uit het hele land komen kijken”, zegt propagandachef Zhang Kaiping. “Goed leiderschap en de bezieling van de bevolking van Zhangjiagang zijn de reden van onze rijkdom.”

Pagina 4: 'Bezieling' maakt arm Zhangjiagang rijk

Niet het bezoek van Jiang, maar de reis van Deng Xiaoping, China's opperste leider in ruste, naar Zuid-China in het voorjaar van 1992 vormde de bevestiging voor het districtsbestuur dat het de juiste politieke weg had ingeslagen. Daarna nam het kapitalistische ondernemerschap een hoge vlucht. Dat was het moment waarop Zhangjiagang begon te bloeien en te groeien. Nu, vier jaar later, is de gemiddelde rijkdom van de inwoners van dit district, met een inkomen van 4.000 gulden per hoofd, de grootste in heel China.

Toch is het motto van de stad, 'Verenigt, vecht en streef voorwaarts met grote werkzaamheid. Oefen druk op jezelf uit en vecht om vooraan te staan', van Jiang en niet van Deng. Volgens politieke waarnemers wordt daarmee het belangrijke verschil van mening tussen het oude staatshoofd en zijn gedoodverfde opvolger aangegeven. Zhangjiagang vertegenwoordigt voor Jiang twee wezenlijke 'beschavingen', de materiële en geestelijke. En waar Deng de nadruk in het door hem geïnitieerde hervormingsprogramma heeft gelegd op de ontwikkeling van de materialistische rijkdom, grijpt de neo-conservatief Jiang terug naar de ontwikkeling van het geestelijk erfgoed.

Uit die ogenschijnlijke breuk met het vroegere beleid komt ook de door Jiang gesteunde landelijke campagne voort die het Chinese volk moet bijbrengen dat het in orde is te streven naar materiële rijkdom, zolang het belang van de geestelijke rijkdom niet uit het oog wordt verloren. In andere woorden: kapitalisme is niet in orde wanneer dat leidt tot hebzucht.

Zhangjiagang staat centraal in Jiangs campagne voor de ontwikkeling van de 'dubbele beschaving' en de bevolking van het district is zich daar goed van bewust. Het officiële Volksdagblad heeft tot dusver vier hoofdartikelen en vijf voorpagina-artikelen besteed aan Zhangjiagang en dagelijks brengen volgens propagandachef Zhang meer dan honderd reisgroepen een bezoek aan de modelstad Yangshe.

“Niet zo heel lang geleden waren we erg arm in Zhangjiagang”, zegt Zhang. “In deze regio wonen alleen boeren en die hebben het nooit erg gemakkelijk gehad.” Maar in “de lijdenspositie van de boeren” ligt volgens hem ook de kracht verscholen die zo kenmerkend is voor de “bezieling van Zhangjiagang”. “Goed leiderschap weet gebruik te maken van die bezieling. En dat is precies hetgeen wat we hier hebben gedaan”, zegt Zhang trots.

Hij voegt eraan toe dat die bezieling niet uniek is voor Zhangjiagang, maar overal in China potentieel aanwezig is. “Zelfs in de allerarmste regio's van China bestaat het. Rijkdom bereik je alleen met de juiste bezieling. Daar hebben gunstige geografische voorwaarden weinig mee van doen.” Maar op de vraag waarom Zhangjiagang dan zo welvarend is en bij voorbeeld de westelijke provincie Xinjiang niet, kan Zhang geen antwoord geven. “Misschien werken ze daar niet hard genoeg.”

Zhao Jianlin, vice-directeur van de vrijhandelszone van Zhangjiagang, heeft wel een antwoord. “Zhangjiagang ligt tussen Shanghai en Nanjing, aan de monding van de Yang-tze. Uiteraard zijn de omstandigheden hier beter dan die in de woestijn van Xinjiang.” Zhao, die vanuit zijn gloednieuwe kantoor over de eind 1992 geopende vrijhandelszone uitkijkt, lepelt ter illustratie een reeks economische groeicijfers op: “Afgelopen jaar werd hier voor 40 miljoen US dollar verhandeld, in totaal werd er voor 1,2 miljard dollar geïnvesteerd, 60 procent daarvan was afkomstig uit het buitenland en 470 bedrijven hebben zich hier geregistreerd. Zhangjiagang, dat ook nog over een internationale containerhaven beschikt, profiteert daarvan.”

Volgens Zhao, die zelf een boerenzoon is, ligt de omschakeling van zuiver agrarische activiteit naar commercieel ondernemerschap niet voor de hand. Maar het feit dat Zhangjiagang in het gebied ligt waar het vroegst - 15 jaar geleden - is begonnen met het opzetten van plattelandsindustrieën, is een gunstige voorwaarde geweest voor een “vlekkeloze overgang”.

Afgaande op de gemiddelde levensstandaard in China zijn de inwoners van Zhangjiagang buitengewoon welvarend. De meesten wonen in bakstenen huizen van twee verdiepingen die zijn voorzien van elektriciteit en stromend water, en alle wegen in het district zijn breed en goed begaanbaar. Bijna alle boeren werken nog maar enkele weken per jaar op het land. “We hebben zoveel geïnvesteerd in de modernisering van de landbouw dat we inmiddels in staat zijn met minder mensen meer te produceren. Alle arbeid die wij daarmee hebben vrijgemaakt wordt gebruikt in de grote collectieve industrieën die hier in de afgelopen jaren zijn opgezet”, aldus propagandachef Zhang.

Parel op de kroon van Zhangjiagang is de modelstad Yangshe, waar alle rijkdom als veroorzaakt door een 'welvaartsbom' op straat ligt. Midden tussen de akkers en de 'boerenvilla's' rijzen plotseling glimmende gebouwen op en afgaande op de verbaasde blikken van de passanten, kan de plaatselijke bevolking het zelf ook amper geloven. De autovrije winkelpromenades van Yangshe, die op niets lijken op wat elders in China te vinden is, worden bevolkt met bruinverbrande boeren die de goed gevulde moderne winkels in en uit gaan, maar niets lijken te kopen. “We hebben zeer veel moeite en geld besteed om zover te komen”, zegt Xia Laigen, van het districtsbestuur. “Enkele jaren geleden was hier nog niets, dit is het resultaat van vier jaar noeste arbeid.”

'Bezieling' of niet, boeren, zo vertelt Xia, worden niet van de een op de andere dag “beschaafde mensen”. Sleutelwoord in Zhangjiagang is dan ook scholing en op alle niveaus van het maatschappelijk leven wordt daar voor gezorgd. Jaarlijks pompt de gemeente veel geld in onderwijsprojecten en de middelbare school van schoolhoofd Wu Yongmin geldt, zoals bijna alles in Zhangjiagang, als landelijk voorbeeld. De 1.200 beste leerlingen van het district die de school heeft bijeengebracht, worden grondig ideologisch geschoold, “omdat zij in de toekomst het socialisme zullen dienen”, aldus het schoolhoofd. Het resultaat is ernaar: 90 procent van de leerlingen gaat na het eindexamen naar de beste universiteiten van het land.

Voor de anderen is er altijd nog het 'groene boekje', waarvan alle inwoners worden geacht een exemplaar in het bezit te hebben, en dat boordevol elementaire levenslessen staat. Zhang Kaiping vertelt dat alle mensen in het district de zes 'gij zult'- en tien 'gij zult niet'-regels uit het 'Studieboek voor beschaafde burgers' kunnen dromen. Ongevraagd begint hij de regels op te sommen, maar bij het derde gebod stokt Zhang al. “Het belangrijkste is dat de mensen weten hoe zich te gedragen, de letterlijke bewoording is onbelangrijk”, zegt hij.

Volgens een kritische inwoner van Yangshe staat in het groene boekje “alles uitgelegd behalve seksuele gemeenschap”. Zo wordt de bevolking geadviseerd beschaafd taalgebruik te bezigen, niet te staren naar buitenlanders, politieke discussies te vermijden en niet te veel televisie te kijken. Ook leert het boekje hoe een geschikte levenspartner te vinden en dat dikke medeburgers het beste kleren kunnen dragen met verticale lijnen.

Volgens politieagent Ding, die hoofdzakelijk toezicht houdt op 'correct straatgedrag', heeft dat alles tot grote resultaten geleid. “Hier in Zhangjiagang bestaan niet de vele problemen die andere steden in China parten spelen”, zegt hij. Winkels hoeven 's nachts niet op slot, want diefstal is vrijwel uitgebannen, prostituees zijn er niet meer en ook het drugsprobleem is opgelost. De 200 arrestaties en vier executies die vorig jaar hebben plaatsgehad in Zhangjiagang, een halvering vergeleken met het jaar ervoor, worden volgens Ding hoofdzakelijk veroorzaakt door de migrantenboeren. Alle functionarissen van het districtsbestuur maken ongevraagd de vergelijking met de havenstad Wenzhou, in de aangrenzende provincie Zhejiang. Ook daar is sprake van een zeer welvarend gebied, maar Wenzhou wordt getergd door corruptie en criminaliteit. Volgens Catherine Jiang, belast met het rondleiden van buitenlandse gasten, is de voornaamste oorzaak van wat zij noemt 'de crisis van Wenzhou' het ontbreken van een collectieve aanpak. “In Wenzhou is vrijwel alles in privé-handen. Daarom is het onmogelijk voldoende gemeenschapsgeld te genereren.”

Toch mag volgens Catherine Jiang het mirakel van Zhangjiagang niet alleen worden toegeschreven aan de aanwezigheid van collectief ondernemerschap. “Het is bezieling”, hamert ze. “Bezieling waarmee de verschillen tussen de stad en het platteland voorgoed opgelost kunnen worden. Bezieling die voorkomt dat de steden worden opgezadeld met een boerenmigrantenprobleem, omdat diezelfde boeren die anders naar de stad zouden zijn getrokken nu met graagte blijven.”

    • Floris-Jan van Luyn