Frank van Hemerts bezeten schilderijen en tekeningen; Rode striemen over het wit

Frank van Hemert: 124 werken. In het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Tot 2 juni. Di t/m zo 11-17u.

'Bezeten' is de term die het dichtst de schilderijen en tekeningen van Frank van Hemert (1956) raakt. Een drama van pijn en van gewelddadigheid speelt zich op zijn doeken af. De duidelijk zichtbare sporen van het schilderen - vegen, spatten, handafdrukken in rode verf - zijn, in de gewaarwording van de beschouwer, identiek aan de sporen van agressie. Maar er is ook balans en ordening, te danken een een sterk gevoel voor vorm en compositie. Die balans schept een zekere afstand en maakt de schilderijen verteerbaar.

Het Haags Gemeentemuseum toont 124 werken van Van Hemert van 1981 tot heden. Ze zijn onder te verdelen in een zestal series, getiteld Laatste slaapkamer, Afscheidsbrief, Zeven, Initiatie, Wond en Secret Survivors. Van deze thema's is Initiatie het belangrijkste, het loopt als een rode draad door de tentoonstelling. Initatie is in de woorden van Van Hemert een magisch moment waarop het leven, in zijn schilderijen weergegeven als 'het horizontale niveau', doorkruist wordt door 'het verticale niveau van de ziel'. Initiatie is ook een moment van afzondering en van de overgang naar een nieuwe levensfase. 'Goodbye to mothers' staat te lezen onderaan een een doek uit 1994. Als zware regen striemen rode strepen neer over een wit fond, waarin fragmenten van onderliggende kleuren en vormen zijn te zien. De indruk van gelaagdheid wordt versterkt doordat het dikke pasteuze fond niet tot de boven- en onderrand van het doek doorloopt. Een vrouwenfiguur in dieprood en geel loopt van ons weg, met de rug naar ons toe. Het hele doek is wild en heftig geschilderd, de vrouw wel het meest. Zij lijkt met een kwast of penseel, maar direct met de handen gemaakt.

In primitieve culturen kent de initiatie-rite doorgaans drie fasen: het afscheid of de afzondering; de inwijding, die meestal gepaard gaat met een vorm van gewelddadigheid; en de terugkeer naar de gemeenschap. In de drieluiken van Van Hemert zijn de fasen duidelijk te onderscheiden. Het eerste doek van een Initiatie uit 1994 is dynamisch en vol spanning, met rode vlekken die een aanval doen op een knalgele ruimte. Deze ruimte is opgebouwd uit perspectivische lijnen en horizontalen en verticalen. Het middendoek oogt als een gevangenis, met paarse strepen als tralies over de hele lengte en een blauwe vloer. In de cel kolkt een rode vuurzee. Op het laatste doek overheerst een warm monochroom oranje, en de ruimte, waarvan nog enkele lijnen resten, is opengebroken.

Steeds weer duiken in de tentoonstelling dezelfde figuratieve elementen op. Ledematen, klauwende handen, maskerachtige gezichten, een zwarte wolf, een bebloede matras. Gruwelijke gebeurtenissen doen zich vermoeden. Sommige schilderijen zijn vulgair en benauwend. Andere zijn van een rauwe schoonheid, met overweldigende kleuren. Op de mooiste momenten zit er een geheimzinnige, lumineuze diepte in. En overal spreekt een enorme, soms ternauwernood te beteugelen, vitaliteit uit dit werk.