De lange tenen van Bolkestein

Drie weken geleden schreef ik in deze rubriek naar aanleiding van de interessante KRO-tv-documentaire over Frits Bolkestein: “Wat Bolkestein in ieder geval siert is, dat hij deze journalistieke produktie niet heeft proberen te torpederen, zoals Hans van Mierlo deed met een biografie over zijn leven.”

Die zin moet ik nu helaas met één woord uitbreiden: vooraf. Als we dit woord inlassen vóór 'niet', kan ik iedereen weer recht in de ogen kijken.

Wat is er immers gebeurd?

Na de uitzending van de documentaire op 12 maart trad er een soort radiostilte in, zoals dat tegenwoordig graag genoemd wordt. (Wie associeert radio eigenlijk nog met 'stilte'?). De kranten reageerden nauwelijks, Bolkestein deed er ook het zwijgen toe. Wat een nobel mens, dacht ik nog, en hoe navolgenswaardig voor iedereen die het lijdend voorwerp is van andermans oordeel. Wordt er over je gepraat, menen anderen inzicht te hebben in jouw persoonlijke reilen en zeilen? Ach, sta erboven, láát ze. Zolang ze over je praten, ben jij belangrijker dan zij.

Maar terwijl ik me al opmaakte om in mijn omgeving voorzichtig wat VVD-zieltjes te winnen (''De beste tolk van het volk blijft Bolk''), sloeg Bolkestein vorige week plotseling genadeloos terug. Hij was niet teleurgesteld of verdrietig, nee, hij was rázend. Met terugwerkende kracht probeerde hij de KRO-documentaire te ontmantelen en de makers te ontmaskeren als incompetente, malafide journalisten.

Tijdens een gastcollege voor studenten journalistiek van de Erasmus-universiteit in Rotterdam repte Bolkestein van “methoden die doen denken aan de inquisitie”, “schunnige journalistiek” en “een bewuste poging tot beschadiging”. In het Algemeen Dagblad las ik nog dit citaat: “Ze hebben Brinkman te grazen genomen, en nu mij. Die vlieger gaat niet op.”

Misschien heeft Bolkestein nog wat kruit drooggehouden, maar tot dusver overtuigde zijn tegenaanval mij niet. Zou het wel zo verstandig van hem zijn om zich met Brinkman te vereenzelvigen? Brinkman is destijds niet te grazen genomen door de KRO, hij heeft zichzelf ten val gebracht met een verkeerd commissariaat. De KRO heeft daarover met oirbare journalistieke middelen bericht en heeft er dan ook nooit een woord van hoeven terugnemen.

Waar bestaat die “schunnige journalistiek” van de KRO volgens Bolkestein nu precies uit? Hij kwam, blijkens het verslag in het Algemeen Dagblad, met een aantal voorbeelden uit de documentaire over hem. Daarbij draait het, vermoed ik, om twee hoofdpunten. De constatering van de KRO-journalisten dat hij voor Shell in Indonesië als onderhandelaar is mislukt, plus de suggestie dat hij later van Shell geld meekreeg om de politiek in te gaan. Voor het vermeende fiasco in Indonesië voeren de KRO-journalisten liefst drie bronnen op: twee in de documentaire, in de uitgebreidere weergave van hun bevindingen in Vrij Nederland komt er nog één bron bij. Het zijn drie goed ingevoerde Indonesiërs die een inderdaad vernietigend oordeel uitspreken over Bolkesteins optreden aldaar. Misschien faalt hun geheugen, misschien interpreteren ze de gebeurtenissen verkeerd, maar wat heeft het met “schunnige journalistiek” te maken om drie Indonesiërs aan het woord te laten die Bolkestein destijds van nabij hebben zien opereren?

Op het tweede hoofdpunt kon ik aanvankelijk iets beter met Bolkestein meevoelen. Ik schreef het destijds ook in mijn recensie: de suggestie van de KRO dat hij door Shell financieel in het politieke zadel is geholpen, wordt onvoldoende onderbouwd. Ik heb inmiddels de documentaire op dit punt nog eens bekeken, en ik moet bekennen dat het ook met die suggestie eigenlijk wel meevalt. De commentaarstem zegt dit: “Bolkestein krijgt in 1976 van Shell een gouden handdruk die ervoor moet zorgen dat de aspirant-politicus voorlopig geen geld nodig heeft.”

Veel meer zegt de KRO er niet over. Feitelijk is er niets mis met deze mededeling. Per slot van rekening hééft Bolkestein een gouden handdruk gekregen van Shell, waarna hij meteen een goed heenkomen zocht naar de Nederlandse politiek. In een interview in NRC in maart 1994 zei Bolkestein zelf over de rol van Shell daarin: “Ik ben aangemoedigd. En geholpen. Shell vond het van belang dat er in de Nederlandse politiek mensen zitten uit het bedrijfsleven.”

Bolkestein voegde daar toen aan toe dat het zijn “puur persoonlijke beslissing” was geweest om in de politiek te gaan, maar dat heeft niemand ooit openlijk betwist - ook de KRO-documentaristen niet.

Wat zegt Bolkestein nog meer in zijn tegenoffensief? Dat de documentaire een beeld schetst van “een berekenend en opportunistisch politicus”. “Maar dat is helemaal niet zo”, zegt Bolkestein gegriefd. Dat zou mooi meegenomen zijn, maar zullen we die taxatie maar overlaten aan anderen, die daar met iets meer afstand over kunnen oordelen? De politicus die zijn eigen biograaf wil zijn, verdient ons wantrouwen.

Ten slotte heeft Bolkestein de KRO-journalisten verweten dat zij de Fiod ten onrechte hebben getipt over een geheime bankrekening van hem in Zwitserland. “Dit verhaal is van A tot Z gelogen”, aldus Bolkestein.

Maar de KRO-journalisten hebben in dit opzicht niet gelogen omdat zij niets beweerd hebben: de documentaire waagde zich niet aan dit aspect. Er is kennelijk wel overleg geweest tussen KRO en Fiod, maar daarvan merkte de buitenwereld pas iets toen Bolkestein er zèlf over begon.

Bolkesteins tegenoffensief lijkt me tot dusver niet de handigste politieke manoeuvre uit zijn carrière. Lange tenen hebben we allemaal, maar politici dreigen er eerder over te struikelen.

    • Frits Abrahams