Bulgarije: Liever een gretig Oosten dan een nalatig Westen

De bijna terloopse 'uitnodiging' van de Russische president Jeltsin aan Bulgarije om zich aan te sluiten bij het integratie-akkoord van vier ex-Sovjet-republieken is een knuppel geworden in het Bulgaarse hoenderhok en is aanleiding tot kwade verwijten van de oppositie - en president Zjeljoe Zjelev - aan het adres van de regerende ex-communisten. De invitatie bevestigt volgens de critici van premier Videnov een trend: de Bulgaarse regering kijkt eerder naar het Oosten dan naar het Westen.

In Sofia protesteerden gisteren tienduizend mensen tegen de uitlating van Jeltsin en het ontbreken van enige reactie van premier Videnov. Ze beschuldigden de regering ervan die uitnodiging te hebben geprovoceerd. De regerende ex-communisten werden uitgemaakt voor “rood vuilnis” en “verraders” en oppositieleider Ivan Kostov zei dat “de president van Rusland zich niet zomaar verspreekt” en dat Videnov formeel moet verklaren dat Bulgarije niet meedoet aan Jeltsins streven naar een 'USSR-2'. Eerder al had president Zjelev, de meest uitgesproken criticus van Videnov, gezegd te vermoeden dat de regering achter de rug van het volk om met de Russen praat over toenadering en dat geheime overleg - als daar sprake van zou zijn - als “verraad” aangemerkt.

Het staat buiten kijf dat Bulgarije van alle kleine Oosteuropese landen het minst gretig is waar het toenadering tot het Westen betreft. Dat geldt vooral voor het NAVO-lidmaatschap. In april vorig jaar zei Videnov dat “de kwestie van toetreding tot NAVO niet op de agenda staat” en dat “de NAVO moet veranderen”. Bovendien heeft Bulgarije van alle ex-communistische landen het meest begrip voor de Russische bezwaren tegen uitbreiding van de NAVO. Terwijl alle andere aspirant-leden van de NAVO zich fel verzetten tegen de Russische bezwaren, vindt Sofia dat “uitbreiding van de NAVO niet het wantrouwen van enig land mag opwekken” en dat “Bulgarije zijn veiligheid niet wil opbouwen ten koste van derde landen”, zoals de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Todor Tsjoerov, het heeft uitgedrukt. Eind januari zei de voorzitter van het Bulgaarse parlement, Blagovest Sendov, na een bezoek aan Moskou dat de uitbreiding van de NAVO “niet nodig” is. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Primakov, was dan ook “extreem tevreden” over zijn overleg met Sendov.

De economische banden met Rusland worden in rap tempo uitgebreid. In mei vorig jaar sloten beide landen vijftien economische akkoorden, en later vorig jaar beloofde Moskou Sofia voor één miljard dollar aan militaire hulp en dito leveranties. Rusland ziet Bulgarije, dankzij de aanwezigheid van een zeer vriendschappelijk gezinde regering in Sofia, als het transitstation bij uitstek in zijn pogingen, zijn invloed op de Balkan uit te breiden. De Russische droom van economische integratie en zelfs een nieuwe Comecon is de Bulgaren niet onwelkom. Het blad 24 Tsjasa schreef vorig jaar: “Het gaat niet aan Moskous denkbeelden over een nieuwe Comecon af te wijzen. Het Westen heeft kennelijk geen haast zich over ons te ontfermen, en zijn markten blijven gesloten voor onze goederen.”

De voorliefde van het bewind van de ex-communist Videnov voor Moskou heeft zonder twijfel een ideologische achtergrond. Maar die voorliefde wordt tevens ingegeven door praktische overwegingen: het Westen heeft maar bitter weinig gedaan om Bulgarije het idee te geven dat het welkom is in 'Europa'. Bulgarije wordt door het Westen gezien en behandeld als een onbekend landje ergens in een uithoek van Europa. De Bulgaren hebben - anders dan de Tsjechen of Polen - nog steeds visa nodig om het Westen binnen te komen. De buitenlandse investeringen blijven, met 800 miljoen dollar in zes jaar, ver achter bij die in andere landen (in Hongarije is voor vijftien miljard dollar geïnvesteerd). Bulgarije heeft jarenlang miljardenverliezen geleden (in 1995 een kwart van het BNP) door zich te houden aan de sancties tegen Joegoslavië, zonder ooit een cent compensatie te krijgen - alle Westerse beloften ten spijt. De Bulgaren moeten zich tenslotte ook voortdurend kritiek op de onveiligheid van de kerncentrale in Kozlodoej laten welgevallen zonder dat het Westen hen helpt bij de beveiliging van de centrale of bij de overstap naar alternatieve energiebronnen.