Banentop

VOOR DE WERKLOZEN van de industrielanden is het perspectief op een baan niet groter geworden na de tweedaagse banentop van de Groep van Zeven (de zeven grootste industrielanden) in Lille. De Verenigde Staten aan de ene kant en de Europese landen aan de andere kant konden elkaar slechts vinden in een tot niets verplichtende slotverklaring. Toppen scheppen geen banen, al kunnen ze wel een sociaal-economische richting aangeven waarmee de werkgelegenheid bevorderd kan worden. De landen met de grootste dynamiek, banengroei én inkomensstijging, die van Oost-Azië, waren op de top van de G-7 overigens niet vertegenwoordigd.

De Amerikaanse economie heeft de afgelopen zes jaar (netto) ongeveer evenveel banen gecreëerd als in de Europese economieën verloren zijn gegaan. Tegenover die Amerikaanse banengroei groeien de zorgen over stagnerende inkomens, de noodzaak van tweeverdienen om een inkomen op bestaansniveau te handhaven en over het gemak waarmee werknemers ontslagen worden. In Europa gaan verlies aan werkgelegenheid hand in hand met de bescherming van de arbeidsmarkt en met handhaving van de sociale zekerheid. Simpel gezegd: In Amerika neemt de hoeveelheid werk toe ten koste van het inkomen, in Europa is het inkomen beschermd en daalt het aantal banen.

President Chirac deed bij de opening van de werkgelegenheidstop een oproep voor een 'derde weg' tussen de Europese sociale zekerheid en de Amerikaanse banenschepping als oplossing voor het dilemma van werkloosheid (Europa) en arbeidsonzekerheid (VS). Zoiets klinkt goed, maar het roept herinneringen op aan een uitspraak van Václav Klaus, de Tsjechische premier, over de 'derde weg' tussen communisme en kapitalisme als de snelste weg naar de 'derde wereld'. EUROPA HEEFT een probleem met de schepping van werkgelegenheid en het is de hoogste tijd dit te erkennen. De Europese Unie dreigt de werkloosheid te gaan bestrijden met nog meer sociale regelgeving. Maar als over enkele jaren een aantal lidstaten van de EU de overgang maakt naar een gemeenschappelijke munt, waardoor de flexibiliteit van de wisselkoers verdwijnt, worden een grotere soepelheid van de arbeidsmarkten en matiging van de sociale kosten des te urgenter. Anders zit Europa straks met een harde munt, een uitgehold sociaal vangnet en geen werk.