Archimandriet verslaat Cyprische aartsbisschop

NICOSIA, 3 APRIL. Een hoog opgelopen conflict in de orthodoxe kerk in Cyprus is geëindigd in een minnelijke schikking. Maar aartsbisschop Chrysóstomos, de kerkelijke opvolger van Makarios, is er niet zonder kleerscheuren afgekomen. Voor vrijdag is een nieuwe protestbijeenkomst uitgeschreven door zijn tegenstanders, nadat een eerdere bestorming van zijn paleis was uitgelopen op een bloedige strijd met de politie, waarbij tientallen gewonden vielen.

Heel Grieks Cyprus heeft wekenlang gepraat over niets anders dan over de kwestie-Pankratios. Deze 39-jarige archimandriet, met de achternaam Meraklis, was gekozen tot metropoliet (bisschop) van Morphou, iets wat in de orthodoxe, 'democratische' traditie die op Cyprus wordt hooggehouden, geschiedt door leken. De overgrote meerderheid van het kiezerscollege van 100 had hem aangewezen, hoewel de aartsbisschop, die een eigen kandidaat steunde, eerder van felle tegenstand had blijk gegeven.

Chrysóstomos echter geniet op het eiland geen fractie van het aanzien dat Makarios ten deel viel. Net als zijn voorganger zou hij wel een politieke rol willen spelen, maar alle pogingen in die richting zijn op niets uitgelopen. Ongenuanceerd en hol klinken zijn preken van de kansel, waarin hij tegen de Turken en de hele vijandige buitenwereld tekeer gaat en elke federalistische oplossing voor het Cyprus-probleem van de hand wijst. Daarnaast heeft hij de reputatie gekregen van ijverig kapitalist, die het zeer aanzienlijke kerkbezit heeft ingezet in allerlei projecten, meest toeristisch, meest ook gigantisch. “Hij is meer geïnteresseerd in hotels dan in zielen”, zeggen de Grieks-Cyprioten.

Pankratios is wat dit betreft het tegendeel. Hij leeft simpel en heeft zich de laatste jaren voornamelijk gewijd aan geestelijke zorg, in het bijzonder voor drugsverslaafden die hij in hun eigen milieu opzocht. Dat is hem komen te staan op een van de beschuldigingen die tegen hem zijn uitgebracht: hij heeft enkele keren zijn raso, het priesterlijk habijt, verwisseld voor burgerlijke plunje, waarin hij kroegen binnenliep. Dit heeft hij toegegeven.

Furore maakte echter de beschuldiging van homoseksualiteit, de voornaamste reden waarom hij op aanstichten van Chrysóstomos door de Synode van zijn priesterlijke waardigheid vervallen werd verklaard. Dit geschiedde op basis van getuigenverklaringen, maar het inmiddels opgerichte Comité van Steun voor Meraklis zag kans aan te tonen dat deze afkomstig waren van onderwereldfiguren, gevoelig voor omkoping, hetgeen ze ook blijkens cassette-opnamen zouden hebben toegegeven. Dit alles kwam levensgroot in de Cyprische kranten, terwijl alle politieke partijen met het oog op de parlementsverkiezingen die op komst zijn, lieten blijken dat hun sympathie uitging naar Pankratios. Zelfs in de zeskoppige Synode die het besluit had genomen, begon het te rommelen: ten minste twee bisschoppen begonnen openlijk na te denken over een heroverweging.

Gevraagd naar de oorzaak van zoveel aanhang voor de archimandriet verklaarde de aartsbisschop: “Er lopen op Cyprus nu eenmaal heel wat Modinossen rond”. Alekos Modinos is de 'leidende homoseksueel' op het eiland, die enkele jaren geleden bij de Commissie van de mensenrechten in Straatsburg aanhangig maakte dat in zijn land nog de oude Britse wetgeving werd gehandhaafd waarin elke mannelijke homoseksuele activiteit strafbaar wordt gesteld. Hij won deze zaak, en Cyprus is nu uitgenodigd zijn wetgeving te wijzigen, iets waar de kerkleiding zich fel tegen verzet.

Los van de hele affaire-Pankratios, diende Modinos nu een aanklacht tegen de aartsbisschop in op grond van het feit dat deze van zijn naam een scheldwoord dreigde te maken. Chrysóstomos maakte zijn zaak er met zijn opmerking overigens niet beter op. Een jaar of tien geleden zou de aantijging hem misschien nog enige populariteit hebben opgeleverd, maar er is ook op dit gebied op het eiland veel veranderd.

Pankratios zelf verklaarde desgevraagd dat hij geen homoseksueel was, dat hij er was bijgelapt in een urinoir door een bende die zich toelegde op valse aangiften en vervolgens chantage. Homoseksualiteit is volgens hem een zonde, maar homoseksuelen zijn geen zondaars. Hij verhoogde met deze opmerkingen zijn aanzien in de hecht-orthodoxe kringen die in hem op den duur een opvolger van de luxueuze Chrysóstomos zien. Zover is het voorlopig nog niet, want bij de minnelijke schikking die toch nog onverwacht loskwam wordt hij weliswaar weer in de orde van de kerk teruggenomen en worden de beschuldigingen ingetrokken, maar het bisdom Morphou valt hem voorlopig niet ten deel.

Pankratios erkent dat hem “een deel van de blaam” treft voor de woelingen van de laatste tijd. En dat hij zijn habijt nooit had mogen uittrekken. De president van het nu ontbonden steuncomité zegt: “Hoewel het leek dat God ons had verlaten, was hij al die tijd bij ons.”

    • F.G. van Hasselt