Amerikaanse regering werpt Saddam Hussein dollars in de schoot

BAGDAD, 3 APRIL. De Amerikaanse regering heeft met de introductie van nieuwe honderd-dollarbiljetten het regime van de Iraakse president Saddam Hussein onbedoeld een miljoenenwinst in de schoot geworpen.

“Amerika annuleert het 100-dollarbiljet”, schreeuwde een kop op de voorpagina van de regeringskrant Al-Jumhuriya. Op die manier zaaide de krant paniek onder de Iraakse burgers, die op de dollar vertrouwen als bescherming tegen de hyperinflatie in Irak. Een overheidskrant publiceerde zelfs een foto van een oud honderd-dollarbiljet met een groot zwart kruis erdoor.

De oude dollars blijven net zo geldig als de nieuwe, die zijn uitgegeven om valsemunters het leven moeilijker te maken. Maar in een land waar de regering de informatiestroom bepaalt, was de campagne in de media een groot succes. Zenuwachtige burgers renden naar de banken en zwarthandelaars om dollars in te wisselen voor de Iraakse dinars waarvan ze voordien niets wilden weten.

De Iraakse regering, die als gevolg van de in 1990 afgekondigde internationale handelssancties grote problemen hebben om aan harde valuta te komen, kreeg op die manier een injectie van tientallen miljoenen dollars, zo schatten diplomaten in Bagdad. De dinar, die in december op een historisch dieptepunt van 3.000 dinar voor 1 dollar terechtkwam, bij een inflatie van enkele duizenden procenten, staat nu weer tamelijk stabiel op 700.

“Handelaars in de afschuwelijke, groene biljetten zijn in de problemen”, meldde de krant Babel, van Saddams oudste zoon Uday, vervolgens tevreden. “De dollarioun (dollar-mensen) werden geschokt door de opstand van de slapende reus.”

Saddam heeft de laatste tijd een paar kleine overwinningen geboekt, waarmee hij de totale economische ineenstorting van Irak, die nog maar een paar maanden geleden onmiddellijk ophanden leek, van zich af heeft weten te houden. Beëindiging van het drukken van nieuwe dinarbiljetten heeft de positie van de dinar sindsdien verbeterd. Maar ook heeft de dinar geprofiteerd van de bereidheid van de Iraakse regering met de Verenigde Naties te gaan praten over beperkte hervatting van de olie-export om voedsel en medicijnen te kopen.

Of de onderhandelingen tot resultaat zullen leiden, is overigens een tweede. De onderhandelingen hierover worden op 8 april hervat. In twee voorgaande gespreksrondes hebben de begeleidende voorwaarden van de VN een succes nog in de weg gestaan. De Iraakse regering beschouwt deze namelijk als schending van haar soevereiniteit. En uiteindelijk weet niemand of de regering in Bagdad beperkte hervatting van de olie-export wel in haar belang acht. (AP)