Westafrikaanse opera over starheid van de samenleving

Voorstelling: Ségou, de Toorn van de Wildernis, door het Ensemble Koteba d'Abidjan o.l.v. Souleymane Koly. Gezien: 1/4 Stadsschouwburg Utrecht. Verder: 2/4 Chassé Theater Breda; 3, 4/4 Tropeninstituut, Amsterdam; 6/4 Twentse Schouwburg Enschede; 11/4 Stadsschouwburg Groningen; 13/4 Theater a/h Vrijthof Maastricht.

De muziek uit Westafrika, heeft zich in Nederland een vaste plaats verworven, niet in de laatste plaats dankzij zanger Youssou N'dour, 'de nachtegaal' uit Senegal. Er gaat bijna geen week voorbij of er is wel ergens een concert uit die regio waarbij als het podium geen dansers biedt het publiek met liefde die leemte vult, zij het volgens 's lands eigen wijs. Tegen deze achtergrond is het geen wonder dat het storm loopt nu het Wereld Muziektheater Festival bij de vertrouwde muziek en dans ook nog een begrijpelijk verhaal belooft, zonder verhoging van de entreeprijs.

Ségou, de Toorn van de Wildernis, luidt de titel van de 'opera Mandingo' van de in Guinee geboren maar in Parijs getogen Souleymane Koly. De jagers van het land van Bambara, dat al jaren door droogte wordt geteisterd, besluiten tot een pact met de dieren: er zal voorlopig niet meer worden gejaagd. Iedereen houdt zich aan deze afspraak, behalve uitgerekend de enige zoon van de jagershoofdman, Kèlèfe, die in zijn ondeugd naast ander wild ook nog het totemdier van de familie neerschiet. Voor het doorbreken van dit dubbele taboe wacht hem de dood, want afspraak is afspraak en eer is eer.

Dat de lichtbak voor de vertaling van de in het Frans, Malinke en Ashanti gesproken en gezongen teksten herhaaldelijk weigert, is geen bezwaar, want waar het over gaat staat in het programmablad. Daarnaast is de nonverbale expressie van de acteurs zo duidelijk dat niemand zich buitengesloten hoeft te voelen. Wie zijn vinger indringend in iemand borst priemt doet dat niet om zijn liefde te uiten en hij die luid krijsend over de grond rolt, voelt zich zeer waarschijnlijk niet helemaal lekker.

Zo duidelijk als het verhaal is, zo vaag en zoetsappig is doorgaans de muziek. Linksachter op het podium zit een orkestje met sythesizer, dwarsfluit en gitaren, dat alles doet om niet op te vallen. Afrikaanse muziek, jazeker, maar dan voor de wachtkamer van de tandarts. Gelukkig wordt er soms wel goed gezongen, lieflijk, soms snerpend door een meisjeskoor, persoonlijker door een enkele solist, zoals de sopraan Awa Sangho.

De dansers (de jagers) komen pas goed los als er rechts op het podium een orkestje bijkomt, geheel bestaande uit trommelaars. Dat de dansen vooral in de richting van sport en acrobatiek gaan is niet erg, ook een heupzwaai en een koprol hebben iets esthetisch. Het publiek vindt het in elk geval fantastisch en klapt zich finaal de handen stuk.

De 'Mandingo opera' Ségou - de term musical zou de lading beter dekken - biedt zeven kwartier lang net genoeg vertier om de behoefte aan een pauze te onderdrukken. Dat lijkt voldoende voor een populaire produktie, maar Souleymane Koly wil heel veel meer. Zo pleit hij in het programmablad van het festival voor de democratisering van de 'muurvaste' verhoudingen die hij bespeurt in vele Afrikaanse landen.

Een progressief pleidooi, dat echter nog meer zou overtuigen als Koly, directeur, artistiek leider, regisseur, componist en producer van het Ensemble Koteba zelf eens wat bevoegdheden zou overdragen aan mensen die kundig zijn op bepaalde gebieden. Wie geen specifieke talenten erkent en de pretentie heeft alles zelf beter te kunnen, belandt onvermijdelijk ergens in het gezellige midden, ook als hij in het westen van Afrika woont.