Straf geëist voor afluisteren semafoons

AMSTERDAM, 2 MAART. Officier van justitie L. Dun heeft gisteren voor de rechtbank van Amsterdam tegen een specialist in software een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een boete van tweeduizend gulden geëist. De man, een 29-jarige ingenieur, heeft een programma ontwikkeld waarmee semafoonoproepen selectief kunnen worden afgeluisterd en ontcijferd.

Met dit programma hebben criminelen, volgens de officier, het semafoonverkeer van concurrenten in beeld gebracht. Hierbij is in ieder geval de privacy van deze mensen geschonden, aldus Dun. In één geval zou zelfs iemand, wiens semafoon was afgeluisterd, zijn bedreigd met geweld.

Het is de eerste keer dat mensen worden vervolgd op grond van artikel 139c waarin het afluisteren van telecommunicatie aan banden wordt gelegd. Het nieuwe artikel, in werking getreden in september 1994, verbiedt het doen van 'bijzondere verrichtingen' om te luisteren naar bijvoorbeeld de politieradio.

Dun noemde onder meer het in serie schakelen van scanners - toegepast om sneller van band te kunnen wisselen - een bijzondere inspanning. Ook meende hij dat niet het luisteren met een scanner naar de politieradio strafbaar was, maar wel het volgen van een politieauto met het doel naar het radioverkeer dat vanuit deze auto wordt gevoerd te luisteren. Op dezelfde wijze was het ontwikkelen van een computerprogramma om semafoonverkeer op te vangen en vast te leggen een bijzondere handeling, en dus verboden, aldus Dun. De advocaat van B., H.P. Bakker Schut, zei dat zijn cliënt zich van geen kwaad was bewust toen hij het programma maakte. “Hij heeft het in een achternamiddag gemaakt. Voor hem was het een fluitje van een cent.”