Gekke koehandel

Mogelijk zijn duizenden Nederlanders als gevolg van het eten van rundvlees aangestoken door de dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

Erg waarschijnlijk is dat gelukkig niet. Sinds in 1986 de eerste gevallen aan het licht kwamen, is 'gekke-koeien-ziekte' (BSE) bij meer dan 160.000 Britse runderen geconstateerd. Hoewel de epidemie over zijn hoogtepunt heen lijkt te zijn, bestaat geen enkele garantie dat de ziekte onder controle is. Dit komt mede door de lakse houding die de Engelse autoriteiten tot nu toe hebben aangenomen. Zij hadden een voorbeeld kunnen nemen aan de aanpak die in andere landen is gevolgd. Daar werd na ontdekking van BSE dadelijk de gehele kudde van getroffen boerderijen geslacht, waardoor verspreiding van de ziekte uiterst beperkt is gebleven.

De economische gevolgen van de massahysterie over besmet rundvlees, die de afgelopen week een groot deel van de media in haar greep hield, kunnen ingrijpend zijn. Het wilde plan om de totale Britse veestapel van 11,8 miljoen runderen te vernietigen, zou meer dan veertig miljard gulden kosten, aldus van het gezaghebbende weekblad The Economist.

Binnen de Europese Unie wordt op dit moment koehandel met BSE bedreven. Slachtoffer daarvan zijn onder andere 65.000 volstrekt onschuldige, uit Engeland afkomstige kalveren, die de Nederlandse overheid tot de slachtbank heeft veroordeeld in een doorzichtige poging consumenten meer vertrouwen in de kwaliteit van Nederlands rundvlees te geven. Voor binnenlands gebruik is deze maatregel zinloos. Kritische en bezorgde consumenten zullen er niet door worden overtuigd. De overgrote meerderheid van de Nederlanders is inmiddels over de eerste schrik heen en eet weer gewoon runderlapjes en biefstuk. Zolang het duurt, profiteren de vleeseters gretig van de prijsval die volgde op de tijdelijke omzetdaling van de slagers. Mensen nemen eventuele risico's op de koop toe, net zoals rokers en drinkers, die weet hebben van hun ongezonde leefwijze, maar desondanks sigaretten en drank niet laten staan.

Kapitaalvernietiging door 65.000 kalveren op te offeren, versterkt mogelijk wel de nationale exportpositie. Deze ingreep maakt het voor andere lidstaten moeilijker hun eigen producenten via een invoerverbod van Nederlands vlees te beschermen. Nederland probeert de geschatte kosten van ten minste 55 miljoen gulden voor een deel te verhalen op Brussel. Dat zal niet lukken. Want het op dit moment in de Brusselse hoofdstad opgevoerde politieke en budgettaire steekspel draait weliswaar om miljarden guldens, maar Nederland valt buiten de prijzen.

Waarom krijgt Engeland compensatie, en Nederland niet? Ten eerste is het exportverbod van Brits rundvlees door de Unie opgelegd, en dwingt niemand de Nederlandse regering tot het afslachten van kalveren. Ten tweede moest premier Major op de Intergouvernementele Conferentie (IGC) in Turijn worden bewogen een toontje lager te zingen. Majors gematigde opstelling is vervolgens beloond met de toezegging van financiële compensaties. Dit versterkte weer zijn binnenlandse positie. Major kan de vleugel in zijn Conservatieve partij die niets van Europa moet hebben, voorhouden dat Brussel over de brug is gekomen.

Voor de Europese Commissie is de affaire weinig minder dan een godsgeschenk. Niet alleen liepen de Engelsen in Turijn wat meer aan de leiband, ook het probleem van oplopende rundvleesoverschotten kan nu daadwerkelijk worden aangepakt. Steeds vollere vleespakhuizen brengen het gemeenschappelijk landbouwbeleid in gevaar, zo blijkt uit het vorig jaar uitgebrachte Agricultural Strategy Paper van de Commissie. Door een (groot) deel van de Britse veestapel af te slachten en de kadavers te vernietigen, wordt het overschotprobleem voor een belangrijk deel uit de wereld geholpen.

Middelen om de Engelsen schadeloos te stellen zijn in voldoende mate beschikbaar. Bij het geldverslindende gemeenschappelijk landbouwbeleid waarvoor op de EU-begroting voor 1996 ruim tachtig miljard gulden is uitgetrokken, tekent zich namelijk een meevaller van wellicht negen miljard af. Door aantrekkende wereldprijzen voor veel landbouwprodukten is minder subsidie nodig voor bijstand aan de boeren. De Commissie en het Europees Parlement willen de meevaller gebruiken voor werkgelegenheidsprojecten. Zo kan het sociale gezicht van Europa wat worden opgepoetst en voelen de euroburgers zich allicht nauwer bij de zaak van de Unie betrokken. Vooral de noordelijke lidstaten willen de meevaller echter terugsluizen naar hun nationale schatkisten, om dreigende begrotingstekorten te beteugelen. Zulke budgettaire conflicten worden omzeild door de meevaller aan de Engelsen te geven. Zo houden de eurocraten bovendien zeggenschap over 'hun' negen miljard.

In Brussel tilt niemand erg zwaar aan de operatie, omdat de Engelsen hoofdzakelijk een sigaar uit eigen doos roken. Het Verenigd Koninkrijk is jaar in jaar uit een 'netto betaler': het draagt negen miljard meer aan Brussel af, dan het van de EU terug ontvangt. De vroegere premier Thatcher heeft destijds voor elkaar gekregen dat de Britten jaarlijks een korting krijgen op hun afdracht aan Brussel ter grootte van 2/3 van hun netto bijdrage (zes miljard). Stel dat de EU negen miljard uitkeert wegens schade door de 'gekke-koeien-ziekte'. Het Verenigd Koninkijk verliest dan zijn status van netto betaler en verspeelt de huidige korting van zes miljard. Per saldo dragen de overige lidstaten zo slechts drie miljard bij.

Marchanderen met de Engelsen is echter fout. In Brussel geboekte overschotten moeten terug naar nationale schatkisten. Dan krimpen de begrotingstekorten en voldoen meer lidstaten eerder aan de voorwaarden om te deelnemen aan de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie. Met de criteria uit het Verdrag van Maastricht is nu eenmaal geen koehandel mogelijk.

    • Flip de Kam